Ontdekkingen uit het depot

Het Stedelijk Museum laat deze zomer in de Nieuwe Kerk op de Dam zijn zogenaamde `stille' collectie zien: schilderijen en tekeningen, een enkel beeld en wat meubelen uit het eind van de 19de en het begin van de 20ste eeuw. Het gaat om werken die doorgaans wegens plaatsgebrek vooral in het depot huizen, van de late Romantiek (met Jongkind en Roelofs) tot en met de generatie van Jan Sluijters en Leo Gestel, de grote vernieuwers van het modernisme. Een zwaartepunt in deze verzameling wordt gevormd door de Amsterdamse impressionisten met meesterwerken zoals het `portret' van twee enorme bloemenmanden van Isaac Israëls en natuurlijk verschillende stadsbeelden van Breitner. De laatste maakte ooit een schitterend gezicht op de Nieuwe Kerk met op de voorgrond trams met lichte daken getrokken door grijze en witte paarden. Hun rode halsters en een verlichte, rode kiosk geven de scène kleur en versterken de magie van de schemering. Deze Breitner hangt op een ereplaats.

Anders dan de titel, Stad & Land, suggereert, gaat het hier niet om een echte tentoonstelling met een boodschap. De groeiende liefde voor de natuur van de kunstenaars net na het midden van de 19de eeuw, de oprukkende losse toets, de aantrekkingskracht van het stadsleven voor de volgende generatie, dat verhaal wordt hier niet nog eens expliciet verteld. De kapstok voor deze presentatie is zo breed en de entourage onder de gewelven en naast de koorhekken zo bizar dat de bezoeker zich in een groot depot waant. Een depot waar mooie ontdekkingen te doen zijn, dat wel. Een van de mooiste Weissenbruchs, een klein grijs strandgezichtje, hangt ergens in een zijkapel dapper te zijn bij twee grote, minstens zo grijze grafstenen met dikke blote engeltjes. In een andere kapel zit Jozef Israëls, vereeuwigd door de beeldhouwer Ferdinand Leenhoff, op een rieten stoeltje met een lang penseel in de aanslag in het luchtledige te staren.

Aardig is het werk van de onbekende Michel Duco-Krop die rond 1900 zulke mooie decoratieve ganzen, bloemen en vogels tekende dat hij zijn beroemde tijdgenoot Theo van Hoytema naar de kroon steekt. En wie wist dat Leo Gestel in 1905 ook Alphonse Mucha-achtige pastels heeft geproduceerd van levensgrote Jugendstil-dames staande in een doorlopend patroon van gele rozen, wonderwel passend in hun neo-rococo lijst?

De grap van de twee grote werken van Jan Sluijters op deze tentoonstelling zal misschien beperkt blijven tot de goede verstaander. De dame met parasol waarmee de tentoonstelling opent werd door Sluijters in 1905 geschilderd op de Monte Picino in Rome waar hij met zijn eerste vrouw naar toe was getrokken, nadat hij de Prix de Rome had gewonnen. Het is duidelijk dat de jonge schilder hier nog behoorlijk door de traditionele Italiaanse kunst was geraakt. De donkere dame met haar zachte trekken mag dan zijn eigen Bertha zijn, ze heeft veel van een sentimentele, toen populaire Italienne. Twee jaar later verwekte Sluijters een schandaal door de rest van zijn geld in Parijs te gaan opmaken waar hij in aanraking kwam met de fauvisten. Een werk als Le Bal Tabarin, even verder op de tentoonstelling, een wild en kleurig beeld van een danszaal, was vervolgens de aanleiding tot het intrekken van zijn toelage. Ook zonder die wetenschap hoort het hier overigens tot de topstukken.

Het voordeel van zo'n grote en brede presentatie die veel aan de bezoeker zelf overlaat, is dat er weer gekeken wordt. Zoals vaker bij de tentoonstellingen in de Nieuwe Kerk beperkt het publiek zich niet tot de vaste liefhebbers van een bepaald gebied. ,,Djee-kuub Ma-ries'', leest een jonge bezoekster in blitse joggingkledij op een bijschrift. Ze kijkt goedkeurend naar een stevig geschilderde woeste zee van ons aller Jacob Maris. ,,Wow'', antwoordt haar al even sportieve metgezellin. Misschien moet het Stedelijk in zijn toekomstplannen toch maar eens een zaaltje Haagse School en tijdgenoten opnemen. Ze hebben er in elk geval verrassend mooie voorbeelden van in hun collectie, dat weten we nu zeker.

Stad & Land. Negentiende-eeuwse meesterwerken uit het Stedelijk Museum. Nieuwe Kerk, Dam, Amsterdam. T/m 10/8, 10-18u, do tot 22u. Inf. 020-6386909.