Niger wordt arm van zijn bodemschatten

Het West-Afrikaanse Niger is een van de drie grootste uraniumproducenten ter wereld. Helaas zijn de prijzen allang niet meer zo hoog als in de jaren zeventig. De mijnen van Niger draaien alleen nog op Franse subsidie.

`Er moeten meer kerncentrales komen'', zegt Moutari Kongo. ,,En meer atoombommen.'' Kongo, uit de stad Arlit in Niger, zegt het met een zure lach. De boekhouder had een goede baan bij een van de twee uraniummijnen in Arlit. Maar vanaf 1980, toen de uraniumprijzen begonnen te dalen, kwam de klad erin. Midden jaren negentig werd Kongo (51) bij een reorganisatie ontslagen. Een nieuwe baan heeft hij nooit gevonden. ,,Ik zit hier een beetje werkloos te zijn'', zegt hij. ,,Wachtend op betere tijden.''

Samen met een paar andere werklozen drinkt Kongo bij een straatstalletje een kopje Nescafé, met veel melk en suiker. Hij zit op een houten bankje, langs de zanderige hoofdstraat van Arlit. ,,Toen vorig jaar het gerucht ging toen dat Saddam Hussein uranium in Niger wilde kopen om een atoombom te maken, dacht ik: misschien heb ik binnenkort weer een baan.'' Maar dat bleek ijdele hoop. En de kans dat Husseins opvolgers een kernprogramma starten, is erg klein.

Handel drijven is tegenwoordig Kongo's enige bron van inkomsten. Af en toe reist hij naar de stad Agades, 250 kilometer ten zuiden van Arlit, waar regelmatig vrachtwagens uit Libië arriveren. ,,Kleding en schoenen zijn in Libië erg goedkoop'', zegt hij. ,,In Arlit kan ik die spullen met winst verkopen.'' Helaas zijn de verdiensten minimaal. ,,Ooit verdiende ik genoeg om een auto te kunnen kopen, nu heb ik nauwelijks geld voor een fiets.''

Met 3.000 ton per jaar is Niger de derde uraniumproducent ter wereld, na Australië en Canada. De hele opbrengst is bestemd voor de export. De jaren zeventig, toen overal ter wereld kerncentrales werden gebouwd en de kernwapenwedloop zijn hoogtijdagen beleefde, brachten Niger een economische boom. Maar het product dat het straatarme land ooit deed dromen van een betere toekomst, brengt nu bijna niets meer op. Sinds 1980 zijn de prijzen voortdurend gedaald: van 100 euro per kilo naar de huidige 20 euro.

De uraniumexport leverde 25 jaar geleden veertig procent van het overheidsbudget, nu is dat acht procent. Veel andere exportproducten heeft Niger niet. Uranium levert nog altijd 65 procent van de deviezen. Hoewel er onlangs olie is ontdekt, is met de exploitatie van deze bodemrijkdom nog niet begonnen. Het gemiddeld jaarinkomen van de ruim 11 miljoen Nigerijnen is met 180 euro een van de laagste ter wereld. Naar schatting 63 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens.

Het grootste deel van het Nigerijnse uranium gaat naar Frankrijk. Vanuit Cotonou in het buurland Benin wordt het verscheept. Frankrijk is een van de weinige landen die ondanks de protesten altijd stug zijn doorgegaan met kernenergie. Per jaar importeert het ongeveer 10.000 ton uranium. Op dit moment heeft Frankrijk 59 kerncentrales, die 75 procent van de elektriciteit leveren. Het produceert zelfs zoveel kernenergie, dat het op grote schaal geëxporteerd wordt. Kernenergie is een van Frankrijks belangrijkste exportproducten.

,,Halt'', zegt de bewaker. ,,Laat mij uw papieren zien.'' De man staat bij de poort die toegang geeft tot de uraniummijn ten noorden van Arlit. Op een stukje stof, dat met klittenband op de revers van zijn jasje zit, is met een dikke zwarte stift zijn naam geschreven: Ahmed Hoesseini. Na een korte inspectie concludeert hij dat de papieren in orde zijn. En dan brengt hij het gesprek snel op een ander onderwerp. ,,Nu je hier toch bent: wat voor cadeau heb je voor me meegebracht?''

In de mijn die Hoesseini bewaakt ligt het uraniumerts dicht aan de oppervlakte. Eerst worden de rotsen die uranium bevatten met dynamiet opgeblazen, waarna het erts in een silo wordt gezuiverd. Het afval belandt op een grote bruingekleurde hoop die van kilometers ver te zien is. In de andere uraniummijn, aan de andere kant van Arlit ongeveer tien kilometer verderop, is de winning minder eenvoudig. Daar moeten de mijnwerkers een paar honderd meter de grond in.

Volgens een onderzoek dat eind jaren negentig in opdracht van de Verenigde Naties werd uitgevoerd, is de radioactieve straling in de omgeving van Arlit aan de hoge kant. De overschrijdingen waren niet erg groot, maar ze waren er wel. De mijnwerkers lijken zich er niet druk om te maken, evenmin als het grootste deel van de bevolking. ,,Het zal allemaal wel meevallen'', zegt Hoesseini. ,,Ik ga echt geen ontslag nemen. Het alternatief is werkloosheid. Dat is pas echt erg.''

Uranium in Niger werd in de jaren vijftig ontdekt door een Hongaarse onderzoeker. Frankrijk, de oude koloniale bezetter, besloot de delfstof te gaan winnen. De eerste uraniummijn werd geopend in 1971, de andere volgde een paar jaar later. De mijnen zijn eigendom van joint ventures. De Fransen, die de winning leiden, hebben een meerderheidsbelang in de ene mijn en een minderheidsbelang in de andere. Andere aandeelhouders zijn de Nigerijnse overheid en bedrijven uit Japan en Spanje.

Arlit werd speciaal gebouwd voor de werknemers van de mijn. Voordat de stad bestond woonden er in het dorre woestijngebied, met uitgestrekte rotsvlaktes en zandduinen, alleen wat nomaden. In een paar jaar tijd werden huizen gebouwd voor de drieduizend werknemers en hun families. Het moderne Arlit – met zijn bioscopen, zwembaden en werkende elektriciteitsnet – oefende een grote aantrekkingskracht op de Nigerijnen. In het grootste deel van het land bestonden deze voorzieningen net. Binnen een mum van tijd woonden er 60.000 mensen.

In de loop van de jaren tachtig zette het verval in. Van de oude pracht en praal is weinig meer over. Overal in Arlit bladert de verf van de muren. In de duizend kilometer lange asfaltweg naar de grens met Benin, speciaal aangelegd om de export van uranium te vergemakkelijken, vallen steeds meer gaten. De internationale telefoonlijnen waar Arlit ooit zo trots op was, werken alleen nog als de klant geluk heeft.

Door de lage uraniumprijzen zijn de mijnen bij Arlit allang niet winstgevend meer. De kostprijs van een kilo uranium uit Niger is al jarenlang hoger dan de wereldmarktprijs. Toch blijven de Fransen in Niger actief. ,,De uraniumwinning in Niger is van strategisch belang'', zegt Yves Dufour van Cogema, het Franse staatsbedrijf dat de uraniumwinning in Niger leidt. ,,Wij vinden het belangrijk om spreiding aan te brengen in de landen waar we uranium winnen, ook als daar de uranium wat duurder is. We willen niet afhankelijk zijn van een bron.''

Hoe belangrijk diversificatie is voor Cogema bleek in 1993, toen Australië een boycot afkondigde op de verkoop van uranium aan Frankrijk. Australië deed dat omdat Frankrijk weigerde een einde te maken aan nucleaire tests in de Stille Oceaan. In Niger hoeven de Fransen niet bang te zijn voor iets dergelijks: de Nigerijnse overheid is zo afhankelijk van uraniumgeld dat ze zich wel tien keer zal bedenken voor ze zoiets doet. Bovendien zou een boycot ook andere geldstromen uit Frankrijk in gevaar brengen.

Net als aan andere voormalige kolonieën geeft Frankrijk relatief veel ontwikkelingshulp aan Niger. Het subsidiëren van de uraniummijnen bij Arlit valt daar eigenlijk ook onder. ,,Cogema stimuleert de lokale economie'', zegt Dufour. ,,Niger is een arm land. Wij hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid.'' Ook de verbreiding van de Franse cultuur speelt een rol. Frans is de nationale taal in Niger, Engels wordt op scholen bijna niet onderwezen. Frankrijk wil dat graag zo houden.

Wat de inwoners van Arlit als muziek in de oren klinkt, is dat kernenergie bezig is aan een voorzichtige comeback. Thans zijn er ruim 400 werkende kerncentrales, de komende jaren zullen er circa honderd bijkomen. De Amerikaanse regering van George W. Bush is van plan om voor het eerst in meer dan twintig jaar tientallen nieuwe reactoren te bouwen. Ook in Japan en diverse Oost-Europese landen wordt gewerkt aan nieuwe centrales.

Het grote voordeel van kernenergie is dat er geen vervuilende gassen vrijkomen. Kerncentrales produceren geen kooldioxide, dat verantwoordelijk is voor het broeikaseffect. Nadeel van kernenergie is dat er nog steeds geen goede oplossing is voor het afval. In kernafval zitten hoogradioactieve stoffen, die honderden jaren lang levensgevaarlijk blijven. Kernafval wordt doorgaans opgeslagen in ondergrondse bunkers, een betere oplossing is er eenvoudig niet.

Helaas voor Niger is de kans klein dat de hernieuwde populariteit leidt tot hogere prijzen. Dat komt onder meer door het gestegen aanbod. Sinds 1980 zijn op diverse plaatsen in de wereld nieuwe uraniummijnen in bedrijf genomen. Niet veel later kwam veel uranium uit het Oostblok op de markt nadat daar kernwapens werden ontmanteld. Een andere reden is dat steeds meer afgewerkt uranium wordt opgewerkt tot plutonium, dat opnieuw in kerncentrales verbrand kan worden.

,,Ik denk dat Niger een beetje onhandig is'', zegt Sani Amani, een zakenman uit Arlit. ,,Op de een of andere manier weten de Fransen het altijd zo te regelen dat de producten die Afrika exporteert heel goedkoop zijn, terwijl de spullen die wij in Frankrijk kopen, zoals auto's en koelkasten, juist erg veel geld kosten.'' De olieproducerende landen hebben het volgens Amani beter voor elkaar: die hebben de OPEC opgericht om onderlinge prijsafspraken te maken.

Op de binnenplaats van hotel Tamesna in Arlit drinkt Amani een fles bier. Hotel Tamesna is het duurste hotel van Arlit, maar heeft duidelijk betere tijden gekend. Er is elektriciteit en stromend water, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Diverse stenen van de trap naar het dakterras liggen los, in de kamers stinkt het naar urine. ,,Arlit is niet meer wat het geweest is'', erkent Amani. ,,Ik kan er ook niets aan doen.''

Amani beweert dat Niger nog steeds wordt behandeld als een kolonie. En de lokale autoriteiten doen volgens hem nauwelijks iets om dat te veranderen. ,,De Fransen wekken de indruk dat Niger blij moet zijn dat het meer dan de marktprijs krijgt voor zijn uranium'', zegt Amani. ,,Maar dat is natuurlijk onzin. Wij leveren Frankrijk een dienst, niet andersom. Ik denk niet dat ze makkelijk ergens anders 3.000 ton uranium vandaan halen. Niger moet het gewoon hard spelen, meer geld of anders vertrekken.''