Luchtvaart Europa moet fuseren

Het is geen geheim dat de Europese luchtvaartmaatschappijen met hun rug tegen de muur staan. Maar is de situatie beroerd genoeg om ze tot consolidatie te bewegen?

Er hangen zeker fusiegesprekken in de lucht. Virgin Atlantic, de Britse langeafstandsvervoerder, zou in gesprek zijn met een concurrent voor korte vluchten, BMI. British Airways zou zijn oog hebben laten vallen op Virgin.

Air France bevestigde opnieuw zijn lang gekoesterde wens om te fuseren met Alitalia.

Europa heeft grote behoefte aan consolidatie. Terwijl de VS 29 luchtvaartmaatschappijen telt met een gemiddelde vlootomvang van 152 toestellen, heeft Europa er 78 met een gemiddelde omvang van 36. Het hoeft dus geen verbazing te wekken dat veel van deze bedrijven in financiële problemen verkeren. Zelfs een paar van de grotere, zoals KLM en Alitalia, hebben moeite het hoofd boven water te houden. Kleinere bedrijven zoals het Griekse Olympic Airways en het Oostenrijkse Austrian Airlines verdrinken in de rode cijfers.

Volgens sommigen is consolidatie in de één of andere vorm de enige hoop op overleving. Beleggers zijn allergisch voor luchtvaartaandelen nu Brussel zich tegen staatssteun heeft gekeerd. Niettemin lijkt het waarschijnlijker dat luchtvaartmaatschappijen failliet gaan dan dat ze overeenkomsten sluiten.

De toezichtsstructuur van de bedrijfstak maakt consolidatie er niet makkelijker op. De regels weerhouden maatschappijen uit verschillende landen ervan elkaar op te kopen als zij vluchten willen aanbieden naar bestemmingen buiten de Europese Unie. Maar deze bepalingen staan een overeenkomst niet zo onherroepelijk in de weg als vaak wordt beweerd. British Airways ontwierp tenslotte een – zij het gecompliceerde – manier om ze te omzeilen toen het twee jaar geleden KLM probeerde te kopen.

Een groter probleem is de politiek. De meeste Europese regeringen willen hun nationale luchtvaartmaatschappijen niet opgeslokt zien worden door buitenlandse concurrenten. Dat is niet alleen maar een kwestie van nationale trots. Ze geloven dat een internationale luchtvaartmaatschappij – die op Amerika en Azië vliegt – ertoe bijdraagt de economie te stimuleren en werkgelegenheid te scheppen. En omdat overheden vaak een groot belang in de nationale maatschappijen hebben, blijft de zaak vastzitten.

De Europese regelgeving helpt ook al niet. Brussel is bereid noodsteun toe te laten in geval van een financiële ineenstorting, dus er is niet genoeg druk op regeringen om rampen te vermijden.

En tenslotte is er een sterke weerzin tegen verkopen op een moment dat als de bodem van de markt wordt beschouwd. De meeste eigenaren en bestuurders van luchtvaartmaatschappijen denken dat ze een betere prijs kunnen bedingen als de markt weer aantrekt.

De huidige lichting fusiekandidaten lijkt bijzonder sceptisch over haar kansen om iets voor elkaar te krijgen. Virgin en BMI kunnen niet eens tot overeenstemming komen over de vraag of zij over een fusie hebben gesproken.

En Air France heeft zijn Italiaanse aspiraties getemperd door erop te wijzen dat er niets zal gebeuren tot de twee besturen het eens zijn – wat dus inhoudt dat het nog niet zover is.

Dat wil niet zeggen dat er het komende jaar geen overeenkomsten gesloten zullen worden. Maar zij die denken dat fusies de redding van de Europese luchtvaart zullen betekenen, houden zichzelf waarschijnlijk voor de gek.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.