Iraakse vrouw staat voor nieuwe gevaren

Ook de vrouwen van Irak zijn blij met de val van Saddam Hussein. Maar tegelijk dreigen er gevaren. Hun ontplooiingsmogelijkheden zouden wel eens kunnen worden beknot.

Veel allure heeft de zaal niet, waarop de Unie van Iraakse Vrouwen haar oog heeft laten vallen voor een eerste bijeenkomst sinds de val van Saddam Hussein. Het is er half donker en warm, de ramen zijn grotendeels gebroken en ook ventilatoren zijn er niet meer in het leeg geplunderde kantoor. Wel veel vliegen. Maar daardoor laten de 22 vrouwen die zijn komen opdagen zich niet uit het veld slaan. Ze hebben wel voor heter vuren gestaan.

De vrouwen, uiteenlopend van huisvrouwen tot artsen en ingenieurs, hebben alle reden de koppen bij elkaar te steken. Hun situatie is na de val van Saddam Hussein hoogst onzeker geworden. Enerzijds lonkt er een vrije toekomst zonder repressie en oorlogen. Tegelijk dreigen er echter allerlei gevaren.

Zo is het – zonder gewapende politie – voor vrouwen de laatste weken zeer hachelijk geworden zich op straat te begeven. Veel meisjes en vrouwen zijn ontvoerd en verkracht, en dat ligt in de islamitische wereld zo mogelijk nog gevoeliger dan elders. Daarnaast willen sommige shi'itische geestelijken de vrouw beperkingen opleggen. Zo zouden de ontplooiingsmogelijkheden voor de vrouwen in Irak, die naar Arabische maatstaven tot dusverre ongekend groot waren, wel eens kunnen worden aangetast.

Toch komt het op de eerste openbare vergadering van de 22 vrouwen niet tot een erg diepgravende discussie. ,,Lieve zusters'', begint voorzitster Rahdiya Muhammad Latif, die de Unie ten tijde van Saddam Hussein naar eigen zeggen illegaal leidde. Ze geeft een lange uiteenzetting over de moeizame strijd voor vrouwenrechten in Irak van de afgelopen vijftig jaar. Als ze eindelijk klaar is, volgt er een korte discussie, waarbij opvallend genoeg enige meegekomen echtgenoten het hoogste woord voeren. Geen van de vrouwen, van wie minder dan de helft een hoofddoek draagt, lijkt zich er erg aan te storen.

Slechts één vrouw – met hoofddoek – staat op en houdt een gepassioneerd betoog over de noodzaak comités in de wijken op te richten om vrouwen in nood te helpen. ,,Laat er nu eerst maar eens een voorlopige regering komen'', reageert de voorzitster laconiek. ,,Wij missen op het moment gewoon de middelen om zoiets op poten te zetten.''

Feit is dat veel vrouwen in Bagdad het sinds de val van het bewind van Saddam Hussein zwaar hebben te verduren. Vooral het gebrek aan veiligheid heeft hun leven plotseling verlamd. Ze zijn daardoor min of meer aan huis gekluisterd. Vooral huishoudens geleid door jonge oorlogsweduwen zijn daardoor in de verdrukking gekomen.

Anders dan gewoonlijk zijn in de meeste winkelcentra en op markten nauwelijks vrouwen te bekennen. Ze laten de boodschappen voorlopig over aan hun mannen of hun zoons. Ook de jonge islamitische vrouw Adheel Tuma piekert er niet over zonder mannelijke begeleiding naar de Al-Karradah-markt te gaan. ,,Gisteren is er hier nog een meisje ontvoerd'', zegt ze voor een groentestalletje. ,,De hele tijd ben je bang dat zoiets jou ook overkomt.''

,,Ik kom hier vandaag weer voor het eerst'', zegt Raja Naif, een christelijke vrouw van middelbare leeftijd in een lila blouse en wat rouge op haar lippen. ,,Het is tegenwoordig veiliger om moslim te zijn dan christen'', mompelt haar echtgenoot. Raja draagt geen hoofddoek maar sommige christelijke meisjes zijn daartoe de afgelopen weken wel overgegaan. ,,Ik doe het om redenen van veiligheid'', zegt Fidha Fahmi, een 21-jarige studente aan de technische faculteit van de universiteit van Bagdad.

Daarbij speelt op de achtergrond mee dat een vooraanstaande orthodoxe moslim-geestelijke uit de heilige stad Najaf, Muqtada al-Sadr, vorige maand alle Iraakse vrouwen, niet slechts de moslims, nadrukkelijk waarschuwde dat ze zich volgens de islamitische regels moeten kleden. Een radicale geestelijke in een sloppenwijk van Bagdad, sjeik Mohammed Fartousi, dreigde vrouwen met vergeldingsmaatregelen als ze zich met Amerikaanse militairen inlieten.

Toch achten de meeste meisjes en vrouwen in Bagdad het onvoorstelbaar dat ze plotseling in hun ontplooiingsmogelijkheden zullen worden beknot. Op een middelbare meisjesschool in het centrum van de stad, waar 75 procent van de meisjes inmiddels weer aanwezig is, roept een groepje 15-jarigen eensgezind dat ze ,,natuurlijk'' allemaal naar de universiteit wil voor een verdere opleiding. ,,Zo'n hoofddoek doet er niets toe'', vindt de ongesluierde Sarah Amar. ,,Het is toch veel belangrijker dat je je houdt aan de morele regels van de islam dan aan zoiets uiterlijks.''

De eerlijkheid gebiedt overigens te zeggen dat er nog geen enkele geestelijke van naam in Irak is geweest die heeft gezegd dat vrouwen bij voorbeeld de toegang tot welke vorm van onderwijs dan ook moet worden ontzegd. Dat past ook niet in de tradities van de shi'itische islam, die Irak domineert. De shi'ieten laten de vrouw doorgaans meer ruimte dan de sunnieten.

Zelfs als de geestelijken dat al zouden willen, zal het ze moeilijk vallen de erfenis van Saddam Hussein op het terrein van de vrouwenemancipatie ongedaan te maken. Een van de plezieriger kanten van diens Baath-partij – in westerse ogen – was dat ze streefde naar een moderne samenleving, waarin meisjes en vrouwen zich volop konden ontwikkelen en ontplooien.

En die kans grepen veel vrouwen, vooral in de steden, de afgelopen decennia met beide handen aan. De Iraakse vrouwen behoren derhalve tot de best opgeleiden in de Arabische wereld. Zo kent Irak duizenden vrouwelijke artsen, ingenieurs en accountants. Het was veelzeggend dat de gevreesde `dokter miltvuur', Huda Sali Mahda Ammash, die de Amerikanen onlangs aanhielden, een vrouw was. In de meeste Arabische landen zou zoiets ondenkbaar zijn.

Er staat tegenover dat het bewind van Saddam Hussein de Iraakse vrouwen ook onnoemelijk veel leed heeft berokkend. Honderdduizenden zijn weduwe geworden door de bloedige oorlogen, die Saddam steeds weer begon. Of door de ontelbare executies waartoe de Iraakse leider telkens opdracht gaf. Velen hebben een of meer zoons verloren.

Bovendien hadden Saddam en zijn partijkliek de neiging vooral hun eigen vrouwen te bevoordelen. De 33-jarige Um Liqa, wier man door Saddam werd geëxecuteerd, is opgelucht dat de dictator nu weg is. Ze ziet goede perspectieven voor de toekomst. ,,De Iraakse vrouwen zijn heel sterk en kunnen veel'', zegt ze vol zelfvertrouwen na de vergadering van de Unie.