`Ik herinner me vooral de stilte'

Deze week is het vijftig jaar geleden dat de hoogste berg ter wereld voor het eerst werd bedwongen. Een `Kiwi', Edmund Hillary, en sherpa Tenzing Norgay, tekenden voor die prestatie. Voor Hillary (84) is de `Himalayan Trust' het belangrijkste resultaat.

De Nieuw-Zeelander Edmund Hillary en de sherpa Tenzing Norgay stonden op 29 mei 1953 als eersten op de top van de Mount Everest (8.850 meter). Ondanks het succes ontstond een controverse over de vraag wie van hen als eerste de top had bereikt. In de ogen van de Westerse wereld was Edmund Hillary de held. Als onderdaan van het Brits Gemenebest werd de boomlange Nieuw-Zeelandse bijenhouder geridderd door de koningin van Engeland. Pas later bedacht men dat het net zo goed zijn hulpje, de Nepalese sherpa Tenzing Norgay geweest kon zijn die als eerste de top had bereikt. Norgay had direct na de beklimming een verklaring ondertekend waarin stond dat hij inderdaad de eerste was geweest. Hillary beweerde van begin af aan het tegenovergestelde. Na een golf van commotie brachten Norgay en Hillary het verhaal naar buiten dat ze samen de top hadden bereikt. Als team. Tenzing distantieerde zich van zijn eerdere verklaring met het argument dat hij analfabeet was en niet wist wat hij had ondertekend. Norgay overleed in 1986.

Sir Edmund Hillary (84) is de enige die nog antwoord kan geven op de vraag. ,,Je kent mijn versie'', zegt Hillary over de telefoon vanuit zijn huis in Auckland. ,,Maar wat doet het er toe? We waren daar samen. Ik was er niet geweest zonder hem. Hij was er niet geweest zonder mij.''

De Mount Everest ligt op de grens van Nepal en Tibet. Omdat het koninkrijk Nepal tot 1950 gesloten was voor buitenlanders vertrokken de eerste Everest-expedities vanuit Tibet. Na de Chinese invasie in Tibet in 1949 kregen de Zwitsers toestemming om in 1952 twee expedities vanuit Nepal te organiseren. De Britten mochten in het daaropvolgende jaar daar een beklimming laten beginnen. De Zwitser Lambert en Tenzing Norgay kwamen tot 250 meter onder de top en maar legden daarmee wel de route vanuit Nepal open.

,,In 1953 sjouwden 450 dragers de benodigdheden voor onze beklimming vanuit het binnenland van Nepal naar de voet van de Everest en richtten op 5.456 meter hoogte een basiskamp in'', vertelt Hillary. ,,Samen met elf klimmende expeditieleden richtten vierendertig sherpa-klimmers negen kampen in op de berg. We volgden een acclimatiseringsschema op basis van één stap omhoog, twee stappen terug en werkten in bijna twee maanden toe naar de top.'' Van de klimmers ging Hillary de meeste keren de hellingen op en neer om materiaal voor de kampen op te halen.

Op tweederde van de expeditie wees de expeditieleider de twee teams aan die zouden proberen de top te halen. Vanwege zijn energie werd Hillary gekozen. Hillar: ,,Het eerste topteam faalde vanwege slecht weer en uitputting. Op 29 mei klommen Tenzing en ik met onze veertien kilo wegende zuurstofapparatuur vanuit kamp negen omhoog om een tweede poging te wagen.''

Na de mislukte poging met Lambert in 1952 was Tenzing Norgay er op gebrand dit keer door te zetten. ,,We ploeterden door de diepe sneeuw waarbij we tot onze knieën wegzonken en af en toe een stuk achteruit gleden en liepen over een smalle richel met aan beide kanten immense afgronden. Na vijf uur klimmen bereikten we de top van de wereld. Tenzing omhelsde me. Ik herinner me vooral de immense stilte. Op de terugweg dacht ik dat het succes van vandaag, het succes zou zijn van de expeditie als geheel.'' Hillary had het mis. Hij werd een icoon. ,,Na de Everest trouwde ik met Louise en reisde ik samen met haar de wereld over om lezingen te geven. Ik proefde voor het eerst champagne en zalm en ontmoette staatshoofden en beroemde actrices. Mijn bekendheid opende deuren. Zo werd ik gevraagd voor een Britse expeditie naar de Zuidpool'', vertelt Hillary. ,,De bedoeling was dat twee teams elkaar tegemoet zouden rijden. Ik kreeg de leiding over het Nieuw-Zeelandse team.''

De organisatoren eisten dat het Britse team het eerste bij het onderzoeksstation op de geografische Zuidpool zou arriveren, maar Hillary sloeg de teamorders in de wind en ploegde met zijn Nieuw-Zeelandse team en drie Ferguson tractoren door tot hij – drie weken voor de Britten – op de Zuidpool stond. Het werd hem niet in dank afgenomen.

Hillary had er tot dan toe nooit wakker van gelegen dat zijn rücksichtsloze handelswijze zo nu en dan ten koste ging van anderen. Hij had tijdens het rauwe bestaan in Nieuw Zeeland, in het leger en tijdens het bergbeklimmen geleerd om niet te zeuren. ,,Us Kiwi's are bloody rough, you know'', zegt hij om dan bescheiden te vervolgen: ,,Mijn geestelijke vermogens zijn gemiddeld en ik ben een gemiddelde klimmer. Ik heb mijn prestaties puur op motivatie geleverd. Als je iets wilt bereiken moet je er voor knokken, vooruit denken en risico's nemen''.

Na een aantal klimexpedities in de Himalaya werd hij expeditieleider van een zoektocht naar de Yeti (de verschrikkelijke sneeuwman), een mythe die volgens de nuchtere Hillary ,,vergelijkbaar is met die van het monster van Loch Ness''. Tijdens deze expeditie opperde een sherpa het idee om een school te bouwen aan de voet van de Himalaya om de sherpa kinderen een betere toekomst te geven. Hillary spande zich in om fondsen te werven. Voor het einde van de Yeti expeditie was de school gebouwd. Het gaf Hillary zoveel voldoening dat hij de `Himalayan Trust' opzette, een fonds dat geld inzamelt om voorzieningen voor de sherpa's te realiseren. ,,Het werd mijn levensinvulling'', zegt Hillary.

Nadat zijn vrouw en jongste dochter omkwamen bij een vliegtuigongeluk in Nepal nam hij deel aan bouwprojecten van zijn eigen ontwikkelingsorganisatie. ,,Ik heb in de afgelopen 25 jaar tien scholen, een ziekenhuis en een vliegveld gebouwd.''

Met zijn tweede vrouw zet Hillary het werk voor de `Himalayan Trust' voort. Hij kan zo ,,dicht bij de Mount Everest'' blijven, de berg waar hij sinds 29 mei 1953 voor altijd mee verbonden is.