Hier sit ons as ons dors is

Grote dorst hoeft de Groninger niet te lijden. Zelfs mini-dorpen als Kommerzijl en Westerwijt- werd hebben vier cafés. Voor de liefhebbers is er nu een gids voor het noordelijke kroegenland.

De reiziger die zwerft over het platteland van Groningen, de zogeheten Ommelanden, zal versteld staan over het aantal cafés. Aan een kruispunt, vlakbij de brug of zomaar verscholen achter een haag van lindebomen treft hij een etablissement aan, soms nauwelijks herkenbaar. Een boerenschuur bijvoorbeeld met boven de ingang een klein geëmailleerd bordje met in strakke letters `Tapvergunning' erop. Er zijn dorpjes in het noorden met nauwelijks vijfhonderd inwoners, zoals Kommerzijl of Westerwijtwerd, maar wel met vier of vijf cafés. Grote dorst hoeft de Groninger niet te lijden, of, zoals een spreuk aan de wand luidt in Café Jägermeister in Garmerwolde: ,,Hier sit ons as ons dors is/ en drink tot ons dronk is.''

We hebben het nu niet over de stad Groningen, die trouwens ook is voorzien van een wonderbaarlijke veelheid aan drinktenten. We mijden juist de stad en koersen van Pieterburen naar Appingedam, van Noordpolderzijl tot Boerakker. Onze gids door het Groningse kroegenland heet Kom, vul de glazen van Nina van den Broek met als ondertitel Oude plattelandscafés in Groningen. Zij ontleent de titel aan het laatste gedicht uit de verzamelde poëzie van J.C. Bloem, een loflied op de vergetelheid die men kan vinden in de fles of het glas, en vooral een aanmaning om in het moment te leven, de dag van vandaag te `genieten'.

Dat kan, juist in cafés. Hoewel Nina van den Broek zelf voornamelijk koffie drinkt, geeft zij toch een sfeervol beeld van het leven in de cafés. Zonder een vooropgezette methode bezocht zij een tijdlang de etablissementen; ze sprak met stamgasten, uitbaters, toevallige bezoekers. Er zitten, onbedoeld, een paar mooie constanten in het boek. Veel cafés in Groningen, en ook in Friesland, bestaan uit twee verdiepingen. Dit architectonische verschijnsel, zoals goed is te zien aan het befaamde Café Hammingh in Garnwerd aan het Reitdiep, heeft te maken met het standsverschil: de rijke heren wilden zich onderscheiden van het `gemene volk' van boeren, beurtschippers en `schuitenjagers' en eisten een eigen ruimte op waar ze wijn dronken in plaats van ordinaire `genever'. Schuiten- of scheepsjagers figureren veelvuldig in wolken van beneveling; zij waren de mannen die de jaagpaarden van de trekschepen begeleidden.

Een café in een dorp moet in een weids perspectief gezien worden. Het is dé ontmoetingsplaats, dé plek om ruzies te maken en te beslechten, huwelijksfeesten te vieren, om de sociale banden aan te halen. In sommige etablissementen, vooral die gelegen zijn in de schaduw van de dorpskerk, werd afscheid genomen van de doden vlak voor de begrafenis.

Café De Munte in Muntendam spreekt helemaal tot de verbeelding. Naast de gelagkamer was vroeger een slijterij annex tandartsenpraktijk gevestigd. Elke woensdagmiddag konden de Muntendammers zich hier van tandkwalen verlossen en meteen de napijn verdoven met een paar stevige borrels. Dit `huiskamercafé' kent geen privé-ruimte voor de eigenaar en zijn vrouw. Wordt het te druk in de kroeg zelf, dan verplaatsen de gasten zich onbekommerd naar binnen, naar de woon- en zelfs slaapkamer.

De enige voorwaarde voor vermelding in Kom, vul de glazen is dat het café meer dan honderd jaar bestaat. Dat zorgt voor enkele aardige, historische details. Sommige cafés bleven bijvoorbeeld open totdat de laatste bezoeker is vertrokken. De oervorm van het huiskamercafé is niet meer dan een klein hoekje in de schuur, ternauwernood afgescheiden van koeien en paarden. Vee was dan ook de allereerste broodwinning, de omzet aan jenever en kruidenbitter betekende niet meer dan extra inkomsten. Café Gouden Anker in Appingedam is zeven dagen per week open, van 's morgens vroeg tot diep in de nacht. Kruidenbitter werd hier getrokken in een oude kous van de herbergierster.

Maar dat was vroeger, toen de horeca nog geen strenge regels kende. Dat waren de bandeloze tijden met scheepsjagers die bekend stonden om hun ruwheid. Een van de Groningse stamgasten, een man verbonden aan de rechtbank, heeft het uitgerekend: toen had negentig procent van de misdaden te maken met drankgebruik.

Nina van den Broek `Kom, vul de glazen. Oude plattelandscafés in Groningen', Uitg. Passage, 80 blz. €17,50.