Groeipact staat groei in de weg

,,Het uur van de waarheid in het land van de leugen'', kopt het Duitse weekblad Der Spiegel op de voorpagina. Want ,,de geloofsbelijdenissen die politici tientallen jaren herhaalden, zijn voor iedereen zichtbaar strijdig met de werkelijkheid'', schrijft het blad in het maar liefst achttien pagina's lange omslagverhaal. Sinds vorige week bekend werd dat het begrotingstekort tot 2006 oploopt tot 126 miljard euro ,,moet het Schröder wel duidelijk zijn'', meent het blad, ,,dat niets meer zo zal blijven als het is.''

Aan jobstijdingen is de Duitse bevolking wel gewend, maar een week als de vorige heeft ze nog niet eerder beleefd. Volgens het blad is de staat bijna handelingsonbekwaam geworden als gevolg van het uitdijen van het sociale verzekeringsstelsel in combinatie met een economische crisis die miljoenen mensen tot uitkeringsgerechtigden maakt. De uitgaven aan sociale verzekeringen zijn na de hereniging tussen west en oost met eenderde gegroeid, terwijl de investeringen de afgelopen zeven jaar een kwart zijn gekrompen. En van de 248 miljard euro op de Duitse begroting is 77 miljard euro bestemd voor uitkeringen en 50 miljard voor het aflossen van schulden.

Duitslands positie op de financiële markten is ook niet meer wat ze geweest is. Wie zich bij de aanschaf van staatsobligaties tegen risico wil verzekeren, moet voor Duitse waardepapieren tegenwoordig meer premie betalen dan voor de Franse. Daar komt nog bij dat het inkomen per hoofd van de bevolking in Duitsland momenteel lager is dan in Engeland en nog maar net iets hoger dan dat in Frankrijk; dat was midden jaren zeventig nog het dubbele.

,,Duitsland gaat Portugal achter na'', meent het Duitse weekblad Die Zeit. Begrotingstechnisch staat dit land er na veel politieke vijven en zessen weer ,,bijna net zo slecht voor als twee jaar geleden, met dit verschil dat de mensen meer belasting betalen dan vroeger, terwijl de economie krimpt''.

Het blad herinnert er verder aan dat een economische opleving in Duitsland volgens het Internationaal Monetair Fonds veel minder kans van slagen heeft dan elders, niet alleen omdat de nodige hervormingen tot dusverre achterwege zijn gebleven, maar ook omdat het Europese Stabiliteits- en Groeipact, zoals de benaming officieel luidt, in de weg staat. Het wordt volgens het blad tijd om het te herzien. Het beroept zich onder andere op een Frans voorstel om de drieprocentregel af te schaffen en in plaats daarvan periodiek aan een forum van deskundige vaklui de beslissing over te laten hoe groot het tekort is dat een land hebben kan.

Verder is het verminderen van overheidsuitgaven geen goed idee omdat een crisis daarvoor volgens het blad het slechtst denkbare moment is. Het wijst naar het voorbeeld van Finland dat tijdens de recessie begin jaren negentig, toen de Finse economie zes procent kromp, minder belastingen inde maar toch de uitgaven verhoogde.

De recessie treft iedereen behalve de topmanagers van grote ondernemingen, zoals bijvoorbeeld Joseph Ackermann Schelte, topman van de Deutsche Bank, die ,,in het crisisjaar 2002 een topsalaris van bijna zeven miljoen euro kreeg''. Volgens Die Zeit functioneert de wet van vraag en aanbod niet goed op de markt voor topmanagers. Dat neemt niet weg dat de aandeelhouders de taak hebben toezicht te houden op de beloningsmethoden voor bestuursvoorzitters. Vaak zijn ze daar niet toe in staat omdat ze geen inzicht hebben in de manier waarop benoemingen tot stand komen. Alleen bij familiebedrijven of bedrijven waarvan de oprichter grootaandeelhouder is ligt dat anders. Het is volgens het blad geen toeval dat de bestuursvoorzitter van BMW, die gecontroleerd wordt door de familie Quandt, nog niet half zoveel verdient als zijn collega's bij DaimlerChrysler. Daarom wordt het volgens het blad tijd dat de overheid ingrijpt ,,op deze allesbehalve perfecte markt''.

De Amerikanen lijken hun lesje te hebben geleerd. Het Amerikaanse weekblad BusinessWeek beschrijft het nieuwe beleid waarmee de Securities & Exchange Commission, de instelling die het Amerikaanse beurswezen controleert, ondernemingen aanpakt die over de schreef gaan. Zo legde de SEC aan MCI, voorheen Worldcom, een boete op van 500 miljoen dollar, vijftig keer zo hoog als wat voordien de hoogste boete was voor rommelen met de boekhouding. Kenmerkend voor het nieuwe beleid is dat de SEC eerst de topmanagers persoonlijk aanpakt en pas dan de ondernemingen.

,,Goed zo'', complimenteert het Britse weekblad The Economist de aandeelhouders die zich met succes hebben verzet tegen het voorstel van de raad van bestuur van GlaxoSmithKline om bestuursvoorzitter Jean Pierre Garnier bij ontslag 35 miljoen dollar te betalen, nog afgezien van een ontslagtermijn van twee jaar en een fictieve leeftijdsverhoging van het echtpaar Garnier om hun pensioenuitkeringen op niveau te brengen. Het blad commentarieert: ,,Hoewel de waarde van de meeste grote ondernemingen is verminderd blijven de topsalarissen van bestuursvoorzitters maar stijgen; hun pensioenen zijn waardevast gebleven; en ze hebben royale regelingen getroffen om hun val te verzachten als ze moeten vertrekken.''

Evenals het Duitse weekblad Die Zeit meent The Economist dat de markt voor topmanagers deerlijk tekortschiet. Het blad spoort de aandeelhouders aan veel vaker en harder in het geweer te komen tegen de idioot hoge beloning van bestuursvoorzitters en andere topmanagers.