De geeuwende kaken van Europa

`Europa na de oorlog' heet het meinummer van De Gids, maar over de oorlog valt er weinig in te lezen. Over Europa des te meer: opstellen van Abram de Swaan, Karel van Wolferen en Hans van Mierlo en lezingen uit een Europese schrijversbijeenkomst die in januari (dus vóór de oorlog om Irak) werd gehouden.

In zijn inleiding constateert redacteur H.M. van den Brink: ,,bij het horen van `Europa' spannen zich de kaakspieren onwillekeurig om een geeuw te onderdrukken. Want `Europa' dat is een veel te grote noemer voor veel te veel kleine dingen''. De Nederlandse bijdragen concentreren zich op de institutionele verschijningsvorm van al die kleine dingen: de Europese Unie.

Bij Van Mierlo krijgt dat de vorm van een pleidooi voor democratisering binnen de lidstaten, in de hoop dat de Unie dan wel zal moeten volgen en in de oproep om grootschalige onderwijsprogramma's op te zetten die kinderen omvormen tot Europese burgers. Nederland verwijt hij een veel te defensieve opstelling in Brussel en een gebrek aan creativiteit – kritiek die bij hem niet los gezien kan worden van zijn vertrek vorig jaar als Nederlands vertegenwoordiger bij de Europese Conventie.

In zijn bijdrage pleit Abram de Swaan voor meer Europese cultuurpolitiek en hekelt hij het gebrek aan Europa-debat in Nederland (,,was er maar een politicus, een partij, die vierkant tegen de uitbreiding van de Unie durfde te zijn''). Er is volgens De Swaan geen Europese openbare sfeer, er zijn geen Europese media en dus is er geen Europese politiek. Pijnlijk genoeg zijn er wel Europese beslissingen.

Wat de samenhang van Europa goed zou kunnen doen, is een ideologische vijand. Wat Karel van Wolferen betreft ligt die voor het oprapen. Zijn stuk drijft op een heldere weerzin tegen het neoconservatisme van de Amerikaanse regering. Het levert een aanstekelijk artikel op waarin overigens ook nogal wat onzin staat, zoals zijn analyse dat een van de ,,schokkendste en meest verontrustende aspecten van de recente gebeurtenissen'' was dat de invasie in Irak werd besproken ,,alsof het om een rationeel besluit ging waarover bezonnen mensen er verschillende meningen op na konden houden''. Is dat zo? Of is het verontrustender als politieke besluiten besproken worden volgens de premisse dat ze niet rationeel zijn?

De artikelen van de buitenlanders (en dan vooral het zeer vermakelijke De literaire held als held. Opstel in het genre primitieve kunst van het intellect van de Russische geoloog Andrej Bitow) zijn fris en vrolijk en daarmee een mooi tegenwicht voor de bewonderenswaardige, maar niet zo opwindende redelijkheid van De Swaan en Van Mierlo.

De poëzie in De Gids is gewijd aan de dood. Frank Ligtvoet gedenkt C.O. Jellema en Bernlef treurt om zijn kat: ,,Aan het eind van je zevende leven/ draai je als een tol in het rond/ Waar is de ruimte gebleven waarin alles eens stond/ de kamers, de keuken, je eten je bak.''

De Gids, Mei 2003, Meulenhoff, €7,75