Communicatiecursus in de boerderij

Het gaat slechter dan ooit met de Nederlandse boerderij. Mede daarom is dit jaar het jaar van de boerderij. Soms wordt het boerenhuis gered als cursuszaal.

Wanneer boer Henk Slijkhuis uit Holten op de vingers van een hand nagaat hoeveel van zijn buren nog boer zijn, lijkt hij zelf ook even te schrikken. Van de vijf zijn er twee al gestopt en hebben er twee geen opvolging. Als hij even later met de auto door het landelijke gebied aan de voet van de Holterberg rijdt, wordt opnieuw duidelijk dat veel boerderijen hun functie zullen verliezen. Door de voorruit wijst hij aan: ,,Deze boer is gestopt, deze is gestopt, deze heeft geen opvolging. Die heeft nog een paar varkens, maar dat stelt ook niet veel meer voor. Zie je dat boerderijtje met die jeep voor de deur? Dat is helemaal verbouwd, er wordt nu alleen nog in gewoond.''

Slijkhuis heeft ook zelf een boerderij in de omgeving. Een half jaar geleden besloot hij echter zijn koeien te verkopen. Alleen zijn varkens heeft hij nog. Zijn enige zoon heeft een tijdje geprobeerd het bedrijf te runnen, maar hij kwam tot de conclusie dat dat niet zijn toekomst is. Nu staan de melkveestallen leeg. De buurman heeft er een trekker en wat landbouwgereedschap in gestald. Zijn zoon is na zijn opleiding bij de Middelbare Landbouw School bij een Transportbedrijf gaan werken. Binnenkort kan hij aan de achterkant van de boerderij, nu nog garage annex werkplaats, gaan wonen.

John van Zuijlen, directeur van de Stichting Historisch Boerderij- Onderzoek (SHBO), gezeten in zijn kantoor in het openluchtmuseum van Arnhem, legt uit wat er precies aan de hand is. Er zijn volgens hem drie redenen waarom boerderijen veranderen of verdwijnen. ,,Als eerste is de agrarische sector zelf een bedreiging. Wanneer je een bedrijf rendabel wilt houden, moet het groeien en dus uitbreiden. Het gevolg is dat je wel eens een schuur moet afbreken. Het tweede is de onwetendheid van de overheid. Die weet zelf niet welke cultuurhistorie ze in huis heeft. En de derde is de tekortschietende bescherming.'' Onderdeel daarvan is dat gemeentes soms heel moeilijk doen met het geven van vergunningen voor herbestemming van een boerderij.

Hier kan Henk Veldman, die in een monumentale boerenschuur in het buurtschap Usselo bij Enschede woont, over meepraten. Vanaf het moment dat hij zijn oude huis verkocht, zit de gemeente achter hem aan. Volgende maand gaat hij weg. ,,Er kon bij de zomerhuisjes ook niet tegengehouden worden dat ze een woonbestemming kregen. Bovendien denk ik dat een gebouw als dit, een monument, een woonbestemming juist nodig heeft om het te kunnen opknappen. Dan wordt het twee tot drie keer zoveel waard. Anders is het gewoon te duur.''

,,We zijn heel streng'', zegt Arnold Enklaar, fractievoorzitter van de VVD in Enschede en onder meer verantwoordelijk voor de Ruimtelijke Ordening. Het is een algemeen principe dat we in ons buitengebied alles gelijk willen houden.'' Aan de andere kant wil hij niet al te veel regelgeving, want nieuwe inpulsen aan het platteland moedigt hij aan. Hij denkt dat het al veel zou helpen om een schuur de dubbelbestemming agrarisch/recreatief te geven, zoals hier en daar al gebeurt. ,,Anders groeit een bedrijf waar tevens wat gegeten mag worden binnen de kortste keren uit tot een enorme pannenkoekenboerderij.''

Om de noodklok te luiden heeft de SHBO een stichting opgericht, `2003 jaar van de boerderij'. Deze organiseert het hele jaar door evenementen met toneel, muziek en culinaire activiteiten. Uit cijfers van SHBO blijkt dat van de 191.000 boerderijen die er in 1940 in Nederland stonden, nu nog 91.000 over zijn. Ongeveer 42.000 hiervan zijn nog daadwerkelijk in gebruik als boerenbedrijf, waarvan weer tweederde zonder opvolging is. Bij het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) eind jaren tachtig en begin jaren negentig, zijn de belangrijkste monumentale boerderijen geïnventariseerd. Nu, ongeveer tien jaar later, blijkt dat daar landelijk gemiddeld al 17,7 procent van is gesloopt. Uitschieters zijn Noord-Brabant (37,4 procent), Zeeland (35,3 procent) en Utrecht (29,8 procent). ,,Veel van de gesloopte boerderijen zijn ongemerkt verdwenen. Laten we bewust slopen'', pleit Van Zuijlen daarom. ,,Dan kunnen we in elk geval documenteren wat er verdwijnt. Want slechts een klein gedeelte van de boerderijen is beschermd. Ongeveer 80.000 boerderijen zijn vogelvrij. Ik vind dat we recht hebben op onze eigen geschiedenis. Dat moeten we niet alleen in het museum kunnen zien, maar ook `in het wild'.''

Wanneer een boer gaat uitbreiden en daarvoor zijn monumentale schuur wil slopen, dan is Van Zuijlen daar niet tegen. ,,Anders maak je van een boer een monumentenzorger en dat kun je niet van hem eisen. Boerderijen zijn altijd al in ontwikkeling geweest. Maar je moet er wel voor waken dat niet vervolgens het hele erf vol komt te staan met damwandprofielen die zo uit de catalogus komen.'' Want om hun bedrijf rendabel te houden, proberen veel boeren hun bedrijf te vernieuwen. Aantrekkelijk zijn het stichten van een mini-camping of het beginnen van een winkeltje in boerenartikelen, zoals kaas en melk. Maar er zijn ook gevallen bekend van boeren die hun bedrijf compleet herinrichten. Van een forellenvisvijver tot een zwembad en van oester- en slakkenkwekerijen tot een hondenpension. Volgens Van Zuijlen gaat het hier niet om de laatste stuiptrekkingen van het boerenleven, maar om een gezonde en nieuwe vorm van boeren, dat vooral bij jonge agrariërs op enthousiasme kan rekenen. Hij schat dat ongeveer veertig procent van de boeren doet aan `verbreding'.

De boerderij van Dafne Westerhof tussen Amstelveen en Uithoorn is duidelijk zo'n boerderij in een nieuwe levensfase. Westerhof betrok de boerderij, `Het Beloofde Varkensland', een krappe acht jaar geleden. Hoewel ze bedrijfstrainingen gaf in de P.C. Hooftstraat in Amsterdam, ging ze een opleiding op de Landbouwschool in Barneveld doen. Toen ze daar werd geconfronteerd met de bio-industrie, wist ze wat haar taak was: opkomen voor de dieren. In de boerderij kon ze beide combineren. Nu wonen daar honderden dieren die door haar zijn gered van een gestresst leven in de bio-industrie. Tevens geeft ze in de omgebouwde stal communicatietrainingen voor onder andere managers. ,,Een boerderij is een continu gevecht'', zegt ze aan de leestafel onder de balken van de oude stal. ,,En het kost enorm veel geld. Niet alleen voor het voer van de dieren, maar ook bijvoorbeeld de stookkosten'', zegt ze terwijl ze op vier enorme gaskachels wijst die de stal warm moeten houden. De boerderij was acht jaar geleden nog in een slechte toestand. Het eerste wat Westerhof deed was een breekijzer kopen. Langzamerhand kwam achter de gipsen plafonds en de schrootjes een authentieke boerderij tevoorschijn. Alles wat nog hergebruikt kon worden heeft een tweede leven gekregen. ,,Het mooiste wat je kunt zeggen is dat je niet kunt zien dat er iets aan gedaan is. Voor mij is de boerderij een strenge dame die mij in haar macht heeft. Daarom noem ik haar wel Mevrouw de Boerderij. Ze geeft zelf aan hoe ze moet worden ingericht.''

Volgens Westerhof moeten we weer terug naar een gemengd bedrijf, een kleinschaliger landbouw gecombineerd met iets wat de boer zelf leuk vindt. Als het aan haar ligt mag de overheid dat best subsidiëren. Maar voorlopig zal het nog niet zover zijn. De realiteit is dat steeds meer boeren stoppen met hun bedrijf, en dat tegelijkertijd randstedelingen oude boerderijen verbouwen en opknappen, of zichzelf een `boerderette' aanschaffen. Minister Veerman van Landbouw, natuurbeheer en visserij heeft in elk geval aangegeven meer te willen gaan doen voor het behoud.