Beloningen

Beloningen, dus salarissen, emolumenten, etc., moeten gegeven worden in een zeker evenwicht ten opzichte van behoeften, mogelijkheden, prestaties en passend in de samenleving. Dat geldt zowel voor beloningen aan de top als op de werkvloer.

Ten aanzien van de laatste groep wordt voortdurend op matiging aangedrongen gegeven de economische situatie van ons land. Voor wat de top betreft, komt er hoe langer hoe meer (maar gelukkig lang niet voor alle topinkomens) kritiek los op exorbitante betalingen. Dat voert tot de vraag wie toezicht op de topbetalingen houdt, respectievelijk moet houden. In eerste instantie dient de top (noblesse oblige) dat zelf te doen. Wanneer dat niet gebeurt, voelt de samenleving dat hoe langer hoe meer als pijnlijk oneervol aan.

Om met dat toezicht de aandeelhouders te willen belasten (voorstel Bolkestein, NRC Handelsblad, 19 mei) lijkt geen juiste oplossing, hoe goed ook bedoeld. Het overgrote deel van de aandeelhouders, zeker van beursgenoteerde fondsen, hebben geen behoefte aan mede-management.

Wie aandelen (willekeurig genoemd) Shell of Unilever koopt, doet dat doorgaans alleen om een redelijk goed rendement over zijn geld te krijgen; meer niet. Bovendien ontbreekt veelal de kennis tot oordelen over zulke complexe bedrijven, ook wat de beloningen betreft. Commissarissen daarentegen behoren het maatschappelijk gevoel te hebben en in te brengen, om waar nodig de remuneraties van de top in redelijke banen te houden. Wettelijke regelingen (niet te veel en liefst Europees) zouden daarbij leidraad moeten zijn. Maar niet de aandeelhouders. Dat zal ook niet werken.