Balkenende II

NEDERLAND HEEFT sinds vandaag weer een volwaardig kabinet. Dat werd ook wel eens tijd, ruim vier maanden na de vervroegde verkiezingen voor de Tweede Kamer. Verkiezingen die nodig waren omdat het vorige kabinet reeds 87 dagen na zijn beëdiging instortte. Ondanks dit falen van de betrokken politici liet de kiezer het op 22 januari niet afweten: de opkomst was met 79,9 procent nog hoger dan op 15 mei vorig jaar. Dat hierop een kabinetsformatie volgde van niet minder dan 125 dagen, de op twee na langste uit de naoorlogse geschiedenis, is dan ook niet anders dan een belediging aan het adres van diezelfde kiezer.

Degene die hierop als eerste kan worden aangesproken is CDA-leider en geprolongeerd minister-president Balkenende. De door hem zo gepropageerde duidelijkheid en daadkracht was de afgelopen maanden ver te zoeken. Wie na de mislukking van zijn eerste kabinet, in een tijd dat de economie achteruit holt, zo lang de tijd meent te kunnen nemen voor de vorming van een nieuw kabinet, toont weinig gevoel voor verantwoordelijkheid; een woord overigens dat Balkenende eveneens in de mond bestorven is.

Al in 1966 betitelde minister van Staat Drees de maanden durende kabinetsformaties als ,,een zwakke plek in de Nederlandse politiek''. Het is illustratief voor het innoverend vermogen van die politiek dat er desondanks nog niets aan het alom bekritiseerde systeem is veranderd. Integendeel, sindsdien is de gemiddelde duur van kabinetsformaties alleen maar toegenomen. In elk geval relativeert de inertie van de politiek verantwoordelijken alle plannen die ook nu weer zijn aangekondigd om te komen tot bestuurlijke vernieuwing. Alsof er vorig jaar mei niets bij de verkiezingen was gebeurd, vond de afgelopen maanden in Den Haag een kabinetsformatie plaats volgens de meest klassiek regenteske tradities.

HET NETTORESULTAAT van de vervroegde verkiezingen en de maandenlang durende formatie is een voortzetting van het oude kabinet, met dit verschil dat CDA en VVD de wispelturige LPF hebben ingeruild voor het pragmatische D66. Op het programmatische vlak zijn de verschillen tussen Balkenende I en Balkenende II gering. De meest in het oog springende verandering is het fors opgeschroefde bezuinigingspakket. Maar ook het oude kabinet zou niet ontkomen zijn aan extra ingrepen als gevolg van de verslechterende economische omstandigheden.

Met een tijdsvertraging van ruim zeven maanden kan premier Balkenende nu de draad weer oppakken. Het betreft allereerst een cruciale herkansing voor hem persoonlijk. Zijn gezag heeft de voorbije periode een aantal forse deuken opgelopen. Er hoeft maar te worden gedacht aan de uit de hand gelopen conflicten die zijn eerste kabinet opbraken, zijn deerniswekkende optreden in de Margarita-affaire en zijn weinig doortastende opereren in de eerste fase van de nu afgesloten kabinetsformatie. In alle gevallen speelde het gebrek aan leiderschapservaring Balkenende parten. Iets dat ook in het buitenland niet onopgemerkt is gebleven. Binnen Europa is Nederland momenteel non-existent. Balkenende zal moeten bewijzen dat hij wel degelijk de juiste man op de juiste plaats is. Misstappen kan hij zich daarbij niet veroorloven. Zijn stageperiode is nu toch echt voorbij.

Onder het allitererende maar verder weinig inspirerende motto `meedoen, meer werk, minder regels' is het tweede kabinet-Balkenende vandaag van start gegaan.Een kabinet dat gezien het voorgenomen bezuinigingspakket een flinke confrontatie met diverse belangengroepen te wachten staat. Een rechte rug en een heldere lijn zijn dan de eerste vereisten. Maar juist op deze punten zijn al de nodige schuivers gemaakt. De aangekondigde ingreep in de WAO is op voorhand reeds afgezwakt, terwijl volkomen onduidelijk is namens wie van zijn coalitiegenoten minister De Geus nog meer sprak toen hij het afgelopen weekeinde met een loonmaatregel dreigde.

HET EERSTE kabinet-Balkenende, dat zich vorig jaar juli aan de Tweede Kamer presenteerde, beschouwde zichzelf als het antwoord op de kiezersrevolte van enkele maanden daarvoor. Men wilde werken aan het ,,hernieuwen van vertrouwen tussen politiek en samenleving''. Opvallend weinig van deze notie is terug te vinden in het regeerakkoord van Balkenende II. De indertijd terecht door VVD-leider Zalm bekritiseerde `tegeltjeswijsheden' zijn in het nieuwe akkoord niet meer terug te vinden. Maar het lijkt dat met de schoonmaak ook de handreiking aan de kiezer is meegenomen. Het regeerakkoord van CDA, VVD en D66 is vooral een financieel akkoord. Maar de kiezers hebben de `managers van Paars' een jaar geleden niet afgestraft om er pure boekhouders voor in de plaats te krijgen.

De zestien ministers die vandaag zijn beëdigd staan voor de taak het kabinet echt kleur te geven. Dankzij het beperkte regeerakkoord hebben zij daarvoor de nodige speelruimte. Of zij die ook zullen benutten, zal moeten blijken. Vooralsnog verraadt de samenstelling van de ministersploeg geen voor het opschudden van de bureaucratie zo nuttige onorthodoxe geesten. Er is teleurstellend veel binnen de Haagse referentiekaders gerekruteerd.

De ervaring leert dat regeerakkoorden een slechts zeer beperkte houdbaarheidsduur hebben. Ministers en de actuele omstandigheden geven een kabinet na verloop van tijd zijn vorm. Het is te hopen dat `de chemie' in het kabinet van zodanige aard zal zijn dat dit ook daadwerkelijk zal lukken.

BALKENENDE I was het kabinet van de mislukte start. In de wetenschap dat nieuw mislukken funest zal zijn, kan de doorstart haast niet fout gaan. Maar voor een echt succes zullen de ministers zelf zorg moeten dragen. Een vanzelfsprekendheid is dit kabinet nog lang niet.