Radertjes in de Congolese oorlogsmachine

Strijdgroepen in Oost-Congo dienen de belangen van de politici en ondernemers die hen bewapenen.

In de ogen van zijn vijanden is Mathieu Ngudjolo een moordenaar die kindsoldaten gebruikt om in Oost-Congo tribale rivalen af te slachten vanwege schimmige zakenbelangen. In de ogen van zijn vrienden is hij een patriottische aanhanger van de Congolese president Joseph Kabila die in een mineraalrijke regio streeft naar herstel van staatsgezag na decennia van chaos, zelfverrijking en oorlog. Westerse troepen die zich klaarmaken voor mogelijke stationering om een eind te maken aan het geweld in de provincie Ituri waarbij ook de manschappen van Ngudjolo zijn betrokken, zullen misschien vaststellen dat in beide zienswijzen een kern van waarheid zit.

,,Ik ben geen rebel en ook geen lid van een militie'', zegt Ngudjolo, aanvoerder van een strijdgroep van de Lendu-stam. Zijn mannen hebben de afgelopen maand een bloedige strijd geleverd met de oude vijanden van de Hema-stam om de controle van de provinciehoofdstad Bunia. ,,Mij gaat het erom dat de centrale regering hier weer heerst.''

De 33-jarige Ngudjolo ontleent zijn legitimiteit aan een recent bondgenootschap met president Kabila die een eind probeert te maken aan een complexe vijf jaar oude burgeroorlog waarvan de strijd in Ituri maar een klein onderdeel is. Maar inwoners van Bunia vermoeden dat de leiders van de verschillende strijdgroepen alleen maar vechten om de belangen van machtige Congolezen veilig te stellen die uitsluitend in goud, hout, olie en diamanten zijn geïnteresseerd. ,,Deze rijkdommen zijn een vloek'', zegt Aquitte Kisembo, een leerling-verpleger in Bunia. ,,Wij hebben de pech dat we in Bunia zijn geboren.''

Volgens Amnesty International zijn er bij gevechten tussen Hema's en Lendu's om land en hulpbronnen sinds 1999 zeker 50.000 mensen omgekomen. Een half miljoen mensen zouden de provincie zijn ontvlucht. In totaal zijn er in vijf jaar burgeroorlog volgens hulporganisaties zkere 2,5 miljoen mensen gedood.

Een nieuw bloedbad heeft Ituri deze maand geschokt. Westerse landen overwegen nu een snelle reactie-eenheid te sturen om de orde te herstellen, met Frankrijk voorop. Een ingreep die moet helpen de wankele politieke akkoorden te stutten die zijn gesloten om een eind te maken aan de meest verwoestende burgeroorlog van het continent.

Vredestroepen zullen te maken krijgen met leiders zoals Ngudjolo wiens thuisbasis – Dele – nauwelijks een dorp kan worden genoemd en wiens strijdgroep voor een derde uit kinderen bestaat, als tenminste mag worden afgegaan op een speciale parade voor bezoekende reporters. De goudhandels in Dele zijn gesloten en de nederzetting bestaat verder uit niet meer dan een dozijn betonnen karkassen van gebouwen en wat lemen hutjes. Ongeveer de helft van de manschappen van Ngudjolo's Patriotic Resistance Front of Ituri (PRFI) is uitgerust met AK-47 automatische geweren. Sommigen dragen uniformen waaraan te zien is dat ze voor Kabila vechten. Sommigen dragen ook `grigri', amuletten waarvan de Lendu's zeggen dat ze hun bovennatuurlijke krachten geven tijdens de strijd en zelfs de baan van kogels kunnen laten veranderen.

Ngudjolo beschuldigt Rwanda ervan de rivaliserende Union of Patriotic Congolse (UPC) te hebben bewapend, vlak voordat Oegandese regeringstroepen zich begin deze maand terugtrokken uit Oost-Congo, zoals in een van de vredesakkoorden overeengekomen was. Maar in Bunia zeggen ze dat de Lendu's in diezelfde periode door de Oegandezen van wapens werden voorzien. Volgens diplomaten krijgen de Lendu's nu steun van de Congolese regering die de invloed van Rwanda wil beknotten.

De strijd tussen Hema-veehouders en Lendu-landbouwers weerspiegelt de gespannen verhoudingen tussen de Tutsi-minderheid en de Hutu-meerderheid in het buurland Rwanda waar tijdens de genocide van 1994 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's werden gedood. De moordenaars van de Interahamwe en het voormalige Rwandese leger zochten hun toevlucht in Congo. Om hen uit schakelen vielen Rwanda en Oeganda in 1998 Oost-Congo binnen. Ngudjolo zegt dat Congo recht op rust en vrede heeft en dat daarom een eind aan die buitenlandse inmenging moet komen. Daarvoor vecht hij tot zijn laatste snik.