Nieuwe Doorbraak is geboden

Om nieuwe Nederlanders een bijdrage te laten leveren aan het maatschappelijk debat, moet men openstaan voor hun levensovertuiging, vindt Kees Waagmeester.

Het is pijnlijk te zien hoe weinig een beroep wordt gedaan op de inbreng van nieuwe Nederlanders, veelal moslims, in politiek-maatschappelijke discussies. Jammer ook, omdat de islamitische levensovertuiging heel veel heeft in te brengen. Neem de verhouding individu-gemeenschap, het geloof in de markt, de grote verschillen tussen rijk en arm, verslavingsproblemen en opvoedingsvraagstukken.

Er is wel gezegd dat de moslims die zich in Nederland vestigden zulke verschillende achtergronden hebben en tegelijk zo weinig intellectuelen omvatten, dat een gestructureerde bijdrage van `de moslims' onmogelijk is. Het gebrek aan intellectuelen zal zich zienderogen oplossen. De verschillen in achtergrond zijn mogelijk juist eigen aan het (moslim)geloof. Ook protestanten kennen zeer verschillende achtergronden en willen liever niet op één hoop gegooid worden.

Het kan zijn dat men van het moslimgeloof vooral die uitingen ziet, die weerzin wekken. Met name scheiding van kerk en staat, de positie van de vrouw en ook homoseksualiteit zijn veel bediscussieerde onderwerpen. Zodra een moslim zijn mond opendoet, krijgt hij deze kwesties voor de voeten geworpen. Een wederzijdse antihouding of, op z'n best, grote gereserveerdheid is het resultaat.

Het kan anders. In Nederland bestaat een traditie waarin mensen aan het politieke debat meedoen waarbij ze zich laten inspireren door hun geloof of levensovertuiging. Die verbinding was in de Nederlandse context vrij algemeen geaccepteerd, maar wordt als een bedreiging gezien als het gaat om, voor ons land, nieuwe godsdiensten en levensovertuigingen.

Religie en politiek hebben samen een lange weg afgelegd. Het was niet verwonderlijk dat de socialisten van het eind van de negentiende eeuw, als ze godsdienst al niet bestreden, haar als een privé-zaak beschouwden. Vanuit de kerken zette men zich over het algemeen af tegen het socialisme. Er ontstonden partijen gebaseerd op een bepaalde belijdenis van het geloof.

Na de Tweede Wereldoorlog ging de SDAP op in de PvdA. Daarbij maakte men in die partij formeel een einde aan de opvatting dat geloof louter een privé-zaak is en in het beginselprogramma van de PvdA werd erkend dat de partij openstond voor mensen van verschillende levensovertuiging die instemden met het beginselprogamma. Dit werd bekend onder de term De Doorbraak. Letterlijk stond in dat beginselprogramma: ,,Zij (de PvdA) erkent het innige verband tussen levensovertuiging en politiek inzicht en waardeert het in haar leden, als zij dit verband ook in hun arbeid voor de Partij duidelijk doen blijken.'' In hetzelfde artikel werd partijorganisatie op grondslag van een godsdienstige belijdenis ,,principieel en voor de tegenwoordige verhoudingen in Nederland ook praktisch'', verworpen.

Ik bepleit tegenover partijvorming op basis van de islam of de Arabisch-islamitische cultuur een nieuwe Doorbraak. Ik ben op principiële gronden niet gelukkig met de vorming van AEL-Nederland en vind dat `voor de tegenwoordige verhoudingen in Nederland' ook niet praktisch. Als het moslims te doen is om een inbreng in de politiek-maatschappelijke vragen vanuit hun geloof, dan is daar een enorme maatschappelijke behoefte aan. Voor mensen die in de traditie van de naoorlogse Doorbraak staan en voor vele anderen is religie geen privé-zaak, maar ook geen zaak om een politieke beweging op te grondvesten. Religie en levensovertuiging zijn voor hen onmisbare bronnen van inspiratie voor het werken aan een rechtvaardige samenleving.

Daarbij gaat het niet om een compromis tussen tegenstrijdige godsdienstige waarheden, maar om de ontwikkeling van een gezamenlijk gedeelde ethische fundering van (in het geval van de Doorbraak van 1946) het socialisme en daarop gebaseerd beleid. Er zijn dus criteria waaraan dat gezamenlijke levensbeschouwelijke fundament kan worden getoetst. Bij Willem Banning, een van de inspirators van het Doorbraakdenken, waren dat gerechtigheid, gemeenschap, verantwoordelijkheid. Als actuele criteria kan men nu denken aan rechtvaardigheid, duurzaamheid, participatie (betrokkenheid van allen, zonder uitsluiting). Een bijdrage van moslims aan de opbouw van de samenleving vanuit die actuele criteria is onmisbaar.

Kees Waagmeester is organisatieadviseur.