Niet beroemd zijn

,,Als je op je veertigste nog geen `ster' bent, kun je je van alles gaan afvragen. Ben ik nog te jong of juist al te oud, ben ik te `in' of ben ik te `out'? Ik componeer, maak platen, doe optredens, zet me in voor de strijd tegen AIDS, meer kan ik menselijkerwijs niet doen.''

Pianist Fred Hersch, veertiger dus, studeerde aan het New England Conservatory in Boston. Sinds zijn debuut in 1984 speelde hij ruim een meter cd's bij elkaar waarvan veertig als leider of co-leider. Zijn grote trots is zijn solo-project Songs without Words (2001), een driedubbel-cd waarvan één deel gewijd is aan Cole Porter, één aan klassieke jazzcomposities en het derde deel aan zijn eigen stukken. Deze hattrick leverde hem prima kritieken op maar ook zijn platen van daarvoor werden goed tot laaiend ontvangen. Als voorbeeld de in '97 verschenen cd Fred Hersch plays Monk waarover in de Penguin Guide to Jazz het oordeel luidt: ,,It's a fascinating essay on the master ( ). Hersch must be counted among the contemporary giants of the instrument.'' En in de al even dikke Amerikaanse All Music Guide worden bijna al zijn platen geplaatst in de vier of zelfs meer sterren-categorie.

Heel vererend voor Fred Hersch maar het betekent niet dat hij `dus' een grote naam is. Hij zit niet in de karavaan die komende zomer alle grote Europese festivals afstroopt, stond nooit prominent op de affiches van het North Sea en kreeg nooit een belangrijke prijs. Hoe zit dat, hoe is het mogelijk dat een artiest die zo veel lof oogst geen hot stuff is voor het ondernemend muziek-kapitaal?

,,Door de muziekbusiness tot `ster' verheven worden heeft vaak maar weinig met muziek te maken. Als dat wel het geval zou zijn dan zou bijvoorbeeld de naam Michael Moore voor velen allang een begrip zijn. Ik verheug me er enorm om weer met hem op te treden. Ik heb heel veel solo-projecten gedaan maar voel de laatste tijd een sterke behoefte om weer met anderen samen te spelen.

,,Ik ben daarom heel erg blij dat mijn laatste cd's: Live At The Village Vanguard (met bas en drums) en Songs and Lullabies (met vocaliste Norma Winstone) overal zo goed ontvangen zijn.

,,Omdat ik net een Guggenheim Fellowship voor compositie gekregen heb ga ik het ik de komende tijd wat rustiger aan doen wat betreft toernees. Ik hou niet van ”living out of a suitcase” en heb om met vrucht te componeren periodes nodig waarin niets anders mijn aandacht vraagt. Behalve voor mijn creativiteit is zo'n periode van relatieve rust ook bevorderlijk voor mijn gezondheid.

,,Zo'n tien jaar geleden bekende ik dat ik gay was en daarbij ook nog HIV-positief. Ik besloot het openbaar te maken omdat ik vond dat een eerlijke kunstenaar ook een eerlijk mens moest zijn. Ik heb geen spijt van mijn beslissing en fungeer met liefde als een soort rol-model voor homofiele en HIV-besmette musici. Ik hoef geen verstoppertje meer te spelen en zet me in voor projecten om fondsen te werven. Met Last Night When We Were Young: The Ballad Album hebben we meer dan 150.000 dollar voor de anti-AIDS strijd bijeengebracht.

,,In de muziekbusiness heb ik weliswaar geen enkele macht maar het feit dat ik als componist en pianist word erkend als iemand met een eigen geluid, dat is toch fantastisch? Ik behoor tot de laatste generatie jazzmusici die, hoewel opgeleid op een conservatorium, het `echte' spelen nog op het podium leerde.

,,Ik ben daar nog altijd reuze blij om.''

Concerten: 30/5 met rietblazer Michael Moore en slagwerker Han Bennink en 31/5 solo-piano BIMhuis, Amsterdam. 3/10 solo-piano Kleine Zaal Concertgebouw, Amsterdam met gast Michael Moore.

Recente cd's: Live at the Village Vanguard (Palmetto 2088). Distr. Culture, Songs and Lullabies (Sunnyside 1108), Plays Coleman, Coltrane, Davis,

Ellington (Chesky) Distr. Challenge. Andere cd's op Elektra/Asylum,

Concord Jazz, Nonesuch.