Lou Reed is in Carré de ontspannen gastheer

Na een carrière van meer dan 35 jaar, waarvan de laatste tien jaar (sinds Magic and Loss uit '92) niet zijn sterkste waren, verraste Lou Reed in 2003 met The Raven. Het is een studioversie van het theaterstuk POE-Try, gebaseerd op verhalen van Edgar Allen Poe, en een idee van regisseur Robert Wilson waarvoor Reed de muziek leverde.

`Man does not yield to the angels, nor unto death utterly, save only through the weakness of his feeble will', schreef Poe. Het onweerstaanbare verlangen verkeerde keuzes te maken: het was leitmotiv voor de vroege muziek van de Velvet Underground, de invloedrijke groep waarvan Reed van 1964 tot 1970 lid was.

Mooie gelegenheid dus voor Lou Reed om zaterdagavond in Carré zijn fascinatie voor het verdorvene eens, met hulp van Poe, in een ander perspectief te plaatsen. Maar hoewel Reed vergezeld ging van de muzikanten die meededen op de plaat, werden van The Raven slechts enkele nummers gespeeld: Vanishing Act, The Bed en Perfect Day. Het laatste nummer in de versie van The Raven, dus gezongen door de slechts als Antony aangekondigde zanger/gitarist die een groot deel van het concert aan de zijlijn op een stoel zat. Antony kan een stem opzetten als van een counter-tenor en heeft een warm vibrato, waarmee hij aan Perfect Day bedwelmende gloed meegaf.

Eenzelfde prachtige uitvoering zong hij ook in de eerste toegift Candy Says. Dat kon bepaald niet gezegd worden van het door Anthony Saunders gekweelde nummer Reviens, chérie, waarvoor hij van Reed helaas de ruimte kreeg. Meng gelijke delen Baghwan, geitenwollen sok en een vreselijke tekst waarin `love and sunshine' rijmt op `light divine' en denk dan aan de muziek van een groep als Foreigner, of Europe. Maar de zaal, die Reed en zijn companen bij hun opkomst verwelkomd had met een stormachtig applaus waarin de gelofte doorklonk om deze avond alles goed te vinden, likte het op.

Lou Reed opende zijn concert door na het openingsnummer Sweet Jane – waarin een fraaie spanningsboog werd ingebouwd door het zingen van het refrein aanvankelijk over te slaan – de rol van ontspannen gastheer te spelen. Terwijl het orkest een riffje speelde mocht de zaal raden uit welk lied het kwam. Ook mochten we versteld staan van de wonderen der elektronische techniek: kijk, Mike Rathke speelt piano met zijn gitaar! En af en toe verscheen er uit de coulissen een figuur in een vele maten te grote pyjama, over wie Lou Reed beweerde dat het `master Rang' was, een Tai-Chi onderwijzer. Deze Rang voerde tijdens sommige nummers een soort ballet uit waarin langzame bewegingen en poses werden afgewisseld met het plotseling ogenschijnlijk in mekaar tremmen van een, althans voor ons onzichtbare, vijand. Reed en zijn band deden net of het allemaal bloedserieus was, de zaal ook, maar het sloeg nergens op. Als je dan toch in een circus staat, máák er dan wat van.

Behalve met het werk uit The Raven werd de avond gevuld met de grootste hits uit Reeds oeuvre. Met de vertrouwde klank van, en nog nauwelijks aan zeggingskracht ingeboete hoekige gitaaraccoorden werden die met lekker zeurderige consequentie doorgespeeld. Dankzij het in de meeste nummers ontbreken van een drummer klonk het nog wat indringender. Frappant ook hoe fris een nu in een veel sneller tempo gegoten nummer als All Tomorrows Parties weer klinkt.

Maar nogal wat nummers werden wat al te werktuigelijk afgewerkt, waaronder het laatste nummer van de laatste toegift, Heroïn. Dat werd met een enthousiast in de maat meeklappend publiek hier een gezellige meedeiner: Lou Reed op de rug van een tandenloze draak.

Concert: Lou Reed. Gehoord: 24/5 Carré Amsterdam.