Lear tussen de Friese paarden

Het Friese paard. Een elegant dier met een intens glanzend zwartbruin vel en een lange, zwiepende staart. Meer dan twintig van die schoonheden draven rond in Kening Lear, een combinatie van een paardenshow en serieus toneel.

Een reusachtige manege in Drachten is afgehuurd om de beesten de ruimte te geven. Ze trekken karren, ze dragen acteurs en ze dansen. Perfect, als in een droom of een sprookje. Maar hun magie heeft een sinistere kant. Soms dwalen zij zonder ruiter door het donker: dan zijn het stuurloze, spookachtige wezens, net zo ontheemd en aan hun lot overgelaten als de hoofdpersoon, Kening Lear.

Want die wordt dakloos, die slaat aan het zwerven. Hij heeft zijn rijk verdeeld onder zijn oudste dochters en nu zij zelf land en macht bezitten schuiven zij hun vader aan de kant. De enige die geen land en geen capsones heeft is zijn jongste dochter. Lear verstootte haar omdat zij niet met valse vleierijen kwam maar met de liefhebbende waarheid. Zo gaat het bij Shakespeare en zo gaat het ook in de verfrieste versie van vertaler Bouke Oldenhof en regisseur Jos Thie. Goneril en Regan, Lears oudsten, heten hier Gonda en Regine, Cordelia, de jongste, is omgedoopt tot Hartbrecht en iedere dochter heeft haar eigen dier. Een eenzaam rondrennend paard is het dier van Hartbrecht. Een scherptandige wolfshond begeleidt Gonda. En Regine heeft een echte gier.

Twee hoog in de lucht hangende bruggen verbeelden de entrees naar de rijken van de beide oudsten. Maar Lear kan er niet in, rechts houdt de gier de wacht en links de wolfshond, en het paard van Hartbrecht doolt er tussendoor. Aansprekende, eenvoudige beelden zetten Thie en ontwerper Niek Kortekaas in, met als middelpunt een kolossaal rad. Het hangt aan de einder, daar in die enorm diepe speeldoos, en het glanst geheimzinnig. Het is een wagenwiel, levenscyclus, zon en maan tegelijk, mystiek, middeleeuws, en bovendien een muziekinstrument. Geweldige gongslagen produceert het, want in het rad zitten muzikanten die slaan en soms zingen.

Zo belanden we in een archaïsche, heidense wereld, geregeerd door wrede oerkrachten en door een beschaving die doet alsof het om fijnere dingen gaat. Thie speelt knap met Shakespeares symbolische taal. Een taal vol gezegden over natuur en onnatuur, over waarheid en leugen, over naaktheid en over verhullende kleding. Hoe valser de personages, hoe meer zij aantrekken, zowel in de tekst van de meester als in deze opvoering van Tryater, waar het loeder Gonda lagen bont over elkaar draagt terwijl de eerlijke Hartbrecht genoegen neemt met een relatief simpel kleedje. En waar Lear naakter wordt naarmate hij het moment van inzicht nadert. Diep moet men vallen om bij dat moment te komen: pas wie overgeleverd is aan de natuur, zoals Lear in de koude stormnacht, die leert de valsheid van de civilisatie doorzien. Maar daarvoor moet hij wel eerst door een hel.

Cabaretier Rients Gratama speelt de koning als een nukkige oude man, rigide en onrechtvaardig, snel van vertrouwen maar ook gauw kwaad als hem iets niet zint. Zijn (boventitelde) taal is bonkig, zijn lichaam stug, zijn kop patriarchaal en baardig. Een Lear naar wie je luistert, al blijft Gratama ook daar energiek waar het niet zou hoeven. Van Lears gebrokenheid krijg je minder te zien dan van zijn gedrevenheid, zijn woede, en mij ontroert hij niet. Maar hij sleept je wel mee, en ook door de heldere vormgeving en de intrigerende sfeer, de zinnige interpretatie en de alerte paarden is dit massaspektakel in Drachten, de afscheidsvoorstelling van Thie bij Tryater, verre van dom of bombastisch.

Voorstelling: Kening Lear, door Tryater. Gezien: 24/5 Fries Paarden Centrum, Drachten. Daar t/m 22/6. Inl 058-2882335 of www.tryater.nl.