`Het debat van de straat moet naar de Kamer'

Jan Odink (LPF) was staats-secretaris van Landbouw. Met zijn vertrek wordt ook zijn functie opgeheven. ,,In de agrarische pers was ik iedere week in het nieuws.''

Hij was de meest onzichtbare LPF-bewindsman in het kabinet: Jan Odink, staatssecretaris van landbouw. Niet alleen ruimt hij morgen zelf het veld, ook zijn post is opgeheven. ,,Heel dom'', vindt Odink.

Vorig voorjaar kreeg hij een ,,volkomen onverwacht'' telefoontje van Wien van den Brink, voorman van de varkensboeren en kersvers LPF-politicus. Of hij staatssecretaris van Landbouw wilde worden. ,,Ze hadden eigenlijk maar één kandidaat'', vertelt Odink. ,,Wien zocht iemand met veel ervaring, die de agrarische sector door en door kende. Bij mij waren ze wat dat betreft aan het juiste adres.'' Odink was 17 jaar secretaris geweest van het Productschap voor Vee en Vlees en had ook andere bestuursfuncties in de vleessector bekleed. Odink vroeg 48 uur bedenktijd, en besloot het te doen. Ook omdat hij zich sterk tot de LPF aangetrokken voelde. Hij bewonderde `Pims' vermogen onderwerpen ter discussie te stellen die door de ,,gevestigde partijen waren doodgezwegen. Bijvoorbeeld over de integratie van buitenlanders.'' Na jaren ,,trouw VVD te hebben gestemd'' was Odink in april 2002 lid van de LPF geworden.

Fortuyn liet zich slechts zelden uit over landbouwzaken, maar wat hij zei was Odink uit het hart gegrepen. ,,Pim vond het onrechtvaardig dat de Nederlandse nertsenfokker het leven bijna onmogelijk wordt gemaakt, omdat ons land altijd koploper dierenbescherming moet zijn, terwijl zijn Belgische collega niets in de weg wordt gelegd. Dat is valse concurrentie, en het bont wordt evengoed in Nederland verkocht. Hetzelfde geldt voor de varkenshouders.''

Odink trok dit jaar twee wetsvoorstellen in waarmee zijn voorgangers het dierenwelzijn wilden bevorderen: over huisvesting van vleeskuikenouderdieren en over een verbod op pelsdierhouderij. Dat laatste was een echt Fortuynistische daad: Fortuyn had zich op campagne tegen dat verbod gekeerd. Niet dat hij geen belang hecht aan dierenwelzijn, zegt Odink. ,,Maar dan moet Nederland daarover in Europa afspraken maken, in plaats van altijd op eigen houtje het beste jongetje van de Europese klas te willen zijn.''

Als hij spreekt over het voortijdige einde van zijn staatssecretariaat, doet hij dat nuchter, zonder bitterheid. Maar het steekt hem nog steeds dat ,,de twee spelbrekers'' (ministers Heinsbroek en Bomhoff) het kabinet in hun val meesleepten. In het begin hadden sommige LPF-bewindslieden nog sympathie voor een van de twee rivalen. ,,Maar toen de situatie onhoudbaar werd, was het: jullie gaan er alletwee uit of wij zeven stappen op. Meerdere mensen uit het kabinet, premier Balkenende voorop, hadden ons beloofd dat het kabinet verder kon als Bomhoff en Heinsbroek weg waren.''

Volgens Odink blokkeerde VVD-leider Zalm deze mogelijkheid de volgende ochtend door voorafgaand aan het overleg met Balkenende tegen de pers te zeggen dat de LPF ,,geen betrouwbare partner'' was gebleken. ,,Toen kon Balkenende natuurlijk geen kant meer op. Hem neem ik daarom niets kwalijk.''

Met de machtsstrijd en de ruzies binnen de LPF-fractie heeft Odink zich slechts zijdelings bemoeid. Echt verrast was hij niet. ,,Er zaten te veel vrijbuiters in de fractie. Ze hadden te weinig oog voor het algemeen belang.'' In Winny de Jong had Odink al helemaal geen vertrouwen. ,,Ik kende haar uit mijn tijd bij het Productschap voor Vee en Vlees (De Jong werkte bij het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel). Ik heb nooit een erg positieve inbreng van haar gezien.''

Over de toekomst van de LPF is Odink optimistisch. Belangrijk is volgens hem dat de partij ervoor blijft zorgen dat ,,het debat van de straat ook in de Kamer wordt gevoerd''.

Zelf blijft hij, net als de andere LPF-ministers en -staatssecretarissen ,,op de achtergrond'' betrokken bij het wetenschappelijke bureau van de LPF dat momenteel in oprichting is. Met minister Nawijn en staatssecretaris Phoa behoorde Odink tot de drie LPF-bewindslieden die zich ook aanmeldden voor het Kamerlidschap. Odink werd vijftiende geplaatst, te laag om te worden gekozen.

Jan Odink dreigt weer snel te worden vergeten. Hoewel? Het beeld van meest onbekende staatssecretaris wil hij zelf toch wel nuanceren. ,,Onbekend? In de landelijke pers dan. In de agrarische pers is er geen week voorbijgegaan dat ik niet in het nieuws kwam.''