Handbalvrouwen sluiten een tijdperk af

De handbalvrouwen missen na een nederlaag tegen Tsjechië vrijwel zeker het WK. Een tijdperk is voorbij.

De generatie handbalvrouwen die Nederland uit een moeras der marginalen heeft getrokken is zelf uitgeleerd. In de huidige samenstelling mag van de nationale ploeg geen vorderingen meer worden verwacht. De rek is eruit, bleek zaterdag bij de eerste van twee wedstrijden tegen Tsjechië voor deelname aan het WK, eind dit jaar in Kroatië. Nederland verloor in Amsterdam met 23-16 en manoeuvreerde zich in een hopeloze positie voor de return, volgende week zondag in Olomouc. En geen WK betekent, gelet de kwalificatieprocedure, geen Olympische Spelen.

Achter de onthutsende nederlaag gaat een tragisch verhaal van veel ambitie met gelimiteerde progressie schuil. Natuurlijk hebben de vrouwen grote stappen voorwaarts gemaakt, nadat zij in 1996 onder leiding van oud-bondscoach Bert Bouwer de kneuterigheid van de Nederlandse competitie inruilden voor professionalisme. Wie meer traint, wordt automatisch beter. Maar er komt een punt waar niet de kwantiteit, maar de kwaliteit de internationale positie bepaalt. En de harde werkelijkheid heeft uitgewezen dat Nederland niet goed genoeg is voor een plaats bij de beste acht ter wereld. Bij twee EK's en twee WK's bleek het hoogst haalbare een tiende plaats. Voor een volgende stap zijn simpelweg betere speelsters en een gekwalificeerde bondscoach nodig.

Inmiddels is ook het bestuur van het Nederlands Handbal Verbond (NHV) tot het inzicht gekomen dat met de huidige selectie de nagestreefde plaatsing voor de Olympische Spelen onhaalbaar is. Aangezien de Noorse interim-bondscoach Kari Aagaard niet beschikbaar is voor een vaste aanstelling, moet er ook een nieuwe trainer worden gezocht. Bondsdirecteur Vince Evers. ,,Bij plaatsing voor het WK hebben we een andere bondscoach nodig dan bij uitschakeling. In het laatste geval zal het accent op talent worden gelegd; we hebben hoge verwachtingen van de nieuwe lichting.''

De ironie van de naderende uitschakeling is dat Nederland zich aanvankelijk niet had hoeven te plaatsten, omdat het WK 2003 in eigen land gehouden zou worden. Aangescherpte (financiële) eisen van de internationale handbalfederatie dwong Nederland het toernooi terug te geven; de begroting kon niet sluitend worden gemaakt. ,,Die wetenschap maakt de naderende uitschakeling extra zuur'', zegt Evers, die desondanks niet wil spreken van een verkeerd besluit. ,,Ik blijf zeggen dat het WK in Nederland een onverantwoord avontuur zou zijn geweest. Hoewel we al het mogelijke hebben gedaan om de financiering rond te krijgen, bleven we met een gat van 400.000 euro zitten.''

Na 262 interlands was de wedstrijd van zaterdag de eerste die niet onder leiding stond van Bouwer. De bondscoach had eind maart vrij onverwacht afscheid genomen, omdat hij naar eigen zeggen zijn speelster niet langer kon inspireren.

Maar tegen Tsjechië bleek een nieuw gezicht daar evenmin toe in staat. De vraag is zelfs opportuun of de tijdelijke aanstelling van de goedmoedige Aagaard wel een wijs besluit is geweest. De 51-jarige alleenstaande Noorse geniet weliswaar veel respect onder de speelsters, maar is niet het type dat een ploeg ad hoc met een stevige aanpak langs een lastige klip kan loodsen. Zij is als coach in alle opzichten de tegenpool van de emotionele en dominante Bouwer.

Twee dagen voor de wedstrijd zei ze over haar aanpak: ,,Ik geef speelsters een grote verantwoordelijkheid. Daarom betrek ik hen bij alle besluiten. Ik wil werken met onafhankelijke speelsters.''

De praktijk van de wedstrijd leerde dat Aagaards aanpak contraproductief werkte. Ze wisselde veelvuldig en ondoorgrondelijk, met als gevolg dat de kwaliteit van het team langzaam werd uitgehold. De gevolgen van dat sluipende proces kwamen in de tweede helft onbarmhartig aan het licht. In die fase werd Nederland dat bij rust nog met 10-8 leidde zoek gespeeld door een ploeg waar de vonken bepaald niet van afvlogen. Maar het op papier gelijkwaardige Tsjechië was in Amsterdam stabieler, slimmer, robuuster en doelgerichter. Het won allerminst onverdiend met 23-16.

In plaats groen van ellende te erkennen dat Nederland in de uitwedstrijd voor een hopeloze opgave staat, toonde Aagaard zich optimistisch. Maar ze kon niet duidelijk maken waarop dat gebaseerd is. Tenzij er een wonder gebeurt, is het ondoenlijk een verschil van zeven doelpunten te repareren.