Gedoe rond benoeming EU-voorlichter... Wie wil geen 8.000 euro per maand?... De `Hagenezen' grepen ernaast

,,Het duurt stuitend lang'', erkent europarlementariër Arie Oostlander (CDA), de deken van de 31 Nederlandse leden van het Europees Parlement. De benoeming van een nieuw hoofd voor het voorlichtingsbureau van het Europarlement in Den Haag is geen peulenschil. Meer dan twee jaar geleden ging Eppo Jansen als hoofd van het Haagse bureau van het Europarlement met pensioen. Sindsdien zijn meer dan honderd sollicitanten de revue gepasseerd, is er gelobbyd, zijn sollicitatieregels veranderd en is er in wandelgangen van het Europarlement in Brussel en Straatsburg geroddeld over de vraag wie het Europees Parlement aan de Nederlandse bevolking moet verkopen, onder meer in de aanloop naar de Europese verkiezingen van volgend jaar. Maar nu is het zover. De laatste formaliteiten worden vervuld om eindelijk Sjerp van der Vaart, voormalig correspondent van het Financieel Dagblad in Brussel, ex-hoofdredacteur van de Staatscourant en scheidend adjunct-directeur ANP Finance, tot opvolger van Eppo Jansen te kunnen benoemen.

Al maanden geleden gaf Oostlander uiting aan zijn ergernis over de merkwaardige sollicitatie-procedures bij het Europarlement, maar hij zag geen kans ergens verandering in te brengen. ,,Stroeve regels verhinderen de benoeming van een kandidaat die als tijdelijk plaatsvervangend bureauhoofd zijn kwaliteiten bewezen heeft'', zei Michiel van Hulten (PvdA) afgelopen februari. Maar ook die constatering veranderde niets.

Het begon allemaal in 2000, toen het Europarlement pas na maanden ging zoeken naar een nieuw bureauhoofd. Het bijzondere van de functie is vooral het salaris, zo'n achtduizend euro netto per maand. Verder heeft de baan een belangrijk kop van jut karakter. Het Haagse bureau wordt geacht in Nederland voorlichting te geven over het Europarlement. Maar het bureauhoofd wordt dikwijls achtervolgd door europarlementariërs die hem beschuldigen collega's van andere politieke partijen meer publiciteit te bezorgen dan zij zelf krijgen.

Over Eppo Jansen wordt in het Europarlement ruim twee jaar na zijn vertrek nog dikwijls gesproken. Europarlementariërs geven graag hun mening over deze ,,goeie kerel'' die echter ,,niet sprankelend genoeg'' was. ,,Zo'n bureauhoofd moet iedereen tevreden houden'', zegt Joost Lagendijk (GroenLinks). ,,Eppo had weinig initiatief, hij was altijd op reis naar huisvrouwen in Rodeschool.'' Oostlander vindt het ,,te ver'' gaan om Jansen de schuld te geven van de lage opkomst in Nederland bij verkiezingen voor het Europarlement. Maar vanaf het begin was duidelijk dat de Nederlandse europarlementariërs iets nieuws in Den Haag wilden. De moeilijkheid was alleen dat zij officieel niets over deze ambtelijke benoeming te zeggen hebben. Een commissie bestaande uit ambtenaren beoordeelt sollicitanten en de secretaris-generaal van het Europarlement presenteert uiteindelijk de laatste uitverkorene voor benoeming aan de parlementsvoorzitter.

De selectie voor Jansens opvolging begon met een conflict. Besloten werd dat iedere kandidaat bij een vergelijkend examen zijn kennis over de Europese Unie moest tonen. Ambtenaren van het Europarlement, die jaren geleden met succes door dit examen waren gekomen, moesten opnieuw hun kennis tonen.

Een Nederlandse ambtenaar die als goede kanshebber gold, weigerde dit. Hij werd daarom van de lijst kandidaten afgevoerd. Zo is het verhaal officieel. Maar in Brussel wordt benadrukt dat ongunstig voor deze kandidaat was dat hij te weinig zijn opwachting maakte bij Nederlandse europarlementariërs. Hij bleek later wel gekwalificeerd te zijn om een bureau van het Europarlement in Oost-Europa te leiden.

Twee kandidaten die wel door het schriftelijk examen kwamen, struikelden bij de mondelinge ondervraging door de ambtelijke sollicitatiecommissie. Waarom? Volgens Van Hulten ging het niet om hun kennis. Europarlementariërs vonden dat de ene bij benoeming te snel op de ambtelijke ladder gestegen zou zijn en de andere te duidelijk tot een politieke partij behoorde. Officieel kregen de afgewezen kandidaten alleen te horen dat de onafhankelijke ambtelijke commissie hun mondelinge kennis over Europa onvoldoende vond.

Geen van de externe sollicitanten, onder wie directeuren voorlichting van Haagse ministeries, kwam door het schriftelijk examen heen. Hun examenresultaten waren zo slecht, dat zij de indruk wekten zonder enige voorbereiding naar Brussel te zijn gereisd. Zo was nog steeds geen opvolger voor Jansen gevonden. Ten einde raad besloot het Europarlement van de post Den Haag een ,,politieke benoeming'' te maken. Sollicitanten behoeven in zo'n geval niet bij een examen hun kennis over Europa te tonen. Er meldden zich meer dan honderd sollicitanten. Een ambtelijke commissie selecteerde er zes, waaruit tenslotte Van der Vaart de eindsprint haalde.

Wat gaat hij straks in Den Haag met vijf medewerkers doen? Lagendijk: ,,De VVD vindt dat het Haagse bureau opgeheven kan worden.

De PvdA is sceptisch over het bureau. GroenLinks vindt dat het Haagse bureau duidelijk moet maken welke zaken in het Europees Parlement van belang zijn voor Nederland. Het bureau moet vooral centraal in Brussel bedachte voorlichtingscampagnes uitvoeren. Geld is ongetwijfeld het aantrekkelijkste van de functie van bureauhoofd.''

Agenda juni:

5/6 juni: Conventie over toekomst van Europa

17/18 juni: EU-ministers van Buitenlandse Zaken

20/21 juni: top Europese regeringsleiders in Porto Carras (Griekenland)