Elektriciteit uit de kast

Komende herfst zullen, mits het proefproject van de grond komt, duizend Heerenveense huishoudens vrijwel alleen nog stroom tegen nachttarief afnemen. Dat wordt mogelijk door de ICCU, een `intelligente' accu die 's nachts thuis elektriciteit opslaat en bewaart voor gebruik overdag.

Het lijkt het ei van Columbus: 's avonds, 's nachts en in het weekend is stroom, vanwege de drastisch afgenomen vraag, ruwweg twee keer zo goedkoop als overdag. Door alleen af te nemen als het tarief het laagst is, bespaart een modaal gezin zo'n 100 tot 200 euro per jaar.

En wie thuis een buffervoorraad heeft, merkt niets van – steeds vaker voorkomende – stroomstoringen. Ook bezitters van eigen windmolens of zonnecellen zouden gemiddeld meer kilowatturen uit hun apparatuur halen als ze een tijdelijk surplus konden opslaan.

Opslag van elektriciteit is echter een hardnekkig technisch probleem: batterijen zijn nog steeds duur, niet erg efficiënt, hebben een beperkte levensduur en halen net 1 procent van de energiedichtheid van een chemische energiedrager als benzine.

De technische doorbraak die kleinschalige opslag in de ICCU tot een succes moet maken is de carbon aerogel supercondensator. Vrijwel alle elektronica bevat condensatoren, maar die slaan slechts piepkleine hoeveelheden energie op, in de vorm van een elektrisch spanningsverschil tussen twee parallelle metaalplaten. De capaciteit wordt onder meer bepaald door de plaat-oppervlakte. Carbon aerogel is een extreem poreuze vorm van koolstof met een inwendige oppervlakte van honderden vierkante meters per gram, waardoor een – voor condensatoren althans – reusachtige capaciteit ontstaat.

Een supercondensator levert bij laden en ontladen minder energieverlies op dan een batterij, heeft een zeer lange levensduur en kan een hoog piekvermogen leveren. Daar staat tegenover dat de energie-inhoud nog weinig super is.

Theo van Bakkum, de motor achter het ICCU-project bij het Heerenveense bedrijf Procom, wil op dit punt geen details kwijt in verband met octrooikwesties, maar een Japanse fabrikant claimt dat zijn supercondensator 6 Wattuur per kilogram opslaat. Dat is nog geen kwart van een gewone loodaccu. Om het normale overdagverbruik van een gezin – zo'n 5 kilowattuur – te dekken, zou de ICCU dus ruim 800 kilo moeten wegen. Volgens Van Bakkum vertaalt zich dat in een apparaat ter grootte van een koelkast: ,,Omdat de ICCU wordt opgebouwd uit 60 à 80 modules, kunnen we die nog in verschillende kasten inbouwen, aangepast aan de plek in de woning.'' Een losse module wordt momenteel uitgebreid getest door de KEMA.

Uit het proefproject moet blijken welke besparingen daadwerkelijk gehaald worden, en hoe zich dat verhoudt tot de kosten van de ICCU. Over dat laatste is al in een vroeg stadium flinke verwarring ontstaan (het tv-programma Kassa berichtte daarover begin dit jaar). Dit mede omdat de ICCU niet wordt verkocht, maar in bruikleen gegeven, terwijl de energiebewuste consument er verplicht een 42-inch flatscreen monitor bij krijgt en met de overige proefdeelnemers wordt aangesloten op een lokaal draadloos netwerk, met een breedband internetverbinding en, bijvoorbeeld, mogelijkheden voor onderlinge beeldtelefoon. Dat kan draadloos omdat de proef in een beperkt gebied wordt gehouden. Als die een commercieel succes blijkt, kan het systeeem zich volgens Van Bakkum `als een olievlek' vanuit Heerenveen over Nederland uitbreiden.

Oorspronkelijk wilde zijn bedrijf Procom een borgstelling per deelnemer van 15.000 euro. Het entreegeld is nu gezakt naar 3.600 euro, voor 5 jaar deelname inclusief alle IC-diensten en technisch onderhoud.

De besparing op de energierekening (hoogstens zo'n 1.000 euro) kan dus niet het doorslaggevende verkoopargument zijn. Van Bakkum geeft dat ook toe: ,,Zonder dat pakket aan extra diensten kun je de ICCU niet op de markt brengen.''

Dat roept de vraag op voor welk probleem Procom nu eigenlijk een oplossing aandraagt. Breedband IC-diensten worden ook door anderen aangeboden, en zonder `groene' subsidie is nachtstroomopslag, met een terugverdientijd van circa twintig jaar, voor de particulier weinig aantrekkelijk. Is er voor de overheid reden dat te stimuleren? Van Bakkum hoopt dat een gezin dankzij nachtstroomopslag tot een kwart minder CO2-uitstoot zal genereren, maar dat lijkt niet realistisch. De ICCU zet al 10 procent van elke kilowattuur die erin wordt gestopt om in vrijwel nutteloze restwarmte, en dat moet allereerst worden terugverdiend door een hoger rendement in de centrale. In principe halen elektriciteitscentrales het hoogste rendement (en dus de minste CO2-uitstoot) als de pieken en dalen in de productie minimaal zijn, net zoals een auto het zuinigst rijdt bij constante snelheid. Daarom zijn al eerder experimenten gedaan zijn met grootschalige opslag van elektriciteit. Maar meer nachtverbruik aan het stopcontact thuis leidt niet automatisch tot een hoger rendement; dat hangt helemaal af van het type centrale (gas, kolen, nucleair), of er 's nachts andere grote afnemers zijn en de locale configuratie van het elektriciteitsnetwerk. Studies naar grootschalige opslag `aan de bron', komen uit op een netto besparing van 1 tot 3 procent van het totale verbruik. Slechts ongeveer een kwart daarvan wordt thuis afgenomen, de rest gaat naar bedrijven en infrastructuur. Thuisopslag, zoals in de ICCU, zal dus nationaal nooit meer dan een procentje minder CO2-uitstoot opleveren.