Een danser op voetbalschoenen

Hij is mooi, niet alleen als voetballer. Net zo mooi als zijn vriendin Sonia Amoruso. Twee mooie mensen die zich graag op artistieke wijze uiten, maar nooit met hun intimiteiten te koop lopen. De Del Piero's genieten liever vanbinnen.

Alessandro Del Piero, de dansende voetballer uit Conegliano (Veneto), is sinds 1993 het gezicht van Juventus. `Alex', `Ale', `Godot', `Pinturicchio' of wat dan ook danst op het voetbalveld. Vraag de vrouwen die met hem op ballroom-les in een Turijnse dansschool waren, hoe hij kan dansen. Alex houdt van dansen, op zijn zwarte dansschoenen en zijn witte voetbalschoenen. Hij houdt ervan te spelen met gevoel, omdat spelen vreugde biedt, zoals moeder Bruna en vader Gino hem hebben voorgehouden: geniet!

Het mooie jongetje uit Conegliano (9 november 1974) wilde van jongs af aan profvoetballer worden, net als zijn broer Stefano. Hij was niet alleen mooi, maar ook leuk. Een lacherig, dromerig jongetje dat werd bewonderd door zijn vrienden, zijn broer, zijn zus en zijn ouders. Moeder waakte over haar liefste zoon die breekbaar was en astmatisch hij moest maar keeper worden, dan zweette hij minder. Broer Stefano was zijn grootste bewonderaar. Hij zei tegen zijn moeder: `Alex is geen keeper, hij is een aanvaller, hij is voorbestemd een artiest te worden.'

San Venderriamo, het clubje uit Conegliano, was snel te groot voor het voetballertje. Toen hij 13 jaar was, verhuisde Alessandro naar profclub Padova, waar hij in een internaat ging wonen. Vijf jaar later regelde directeur Piero Aggradi van Padova voor de veel scorende en door velen bewonderde Del Piero een contract bij Juventus; AC Milan, Inter en Fiorentina teleurgesteld achterlatend. Alessandro speelde het liefst voor Juventus, de club van zijn dromen.

Het fragiele voetballertje werd snel populair in Turijn. Zijn lieve, zachte stem, in combinatie met zijn sierlijke manier van voetballen en zijn mooie manier van scoren, maakten van de jongen een halfgod. Er werd te veel van hem verwacht. Hij moest een killer worden, een nieuwe Baggio, de sprookjesvoetballer van weleer bij Juventus. Del Piero raakte vaak geblesseerd, het krachtvoetbal was hem te veel. Wanneer Juventus-trainer Lippi en broer Stefano hem niet hadden gesteund was Alessandro nu een vergeten voetballer. Alessandro kon voetballen als een engel en scoren als een god, maar het aardse bestaan van een profvoetballer kon hij niet aan.

Hij was vaak stil, hij zweeg over zijn privéleven, over zijn door zijn ouders geadopteerde Roemeense zusje Beatrice, over zijn liefdesleven, zijn problemen met de voetbalwereld en de opportunistiche pers. Toen ik hem begin jaren negentig in het Stadio Comunale van Turijn aansprak, was hij niet meer dan een lieve jonge man die weinig zei en vervolgens snel in zijn auto stapte.

Zijn vader overleed in 2001, na een langdurig ziekbed. Alessandro rouwde lang. Hij stond een half jaar buitenspel na een knieoperatie, hij moest zich met andere spelers tegenover de rechter verantwoorden wegens vermeend dopegebruik, hij speelde soms zwak, miste soms scoringskansen voor Juventus en het Italiaanse elftal en werd daarvoor zwaar bekritiseerd. Maar Alex is er nog steeds. Vaak voetbalt hij weer zo mooi en scoort hij net zo fraai als vroeger, mede dankzij Marcello Lippi, zijn trainer en grootste bewonderaar. Woensdag gaat Del Piero (29) in Manchester op voor zijn tweede zege in de Champions League. Hij kan falen en hij kan scoren. Je weet het nooit met hem. Mijn gevoel zegt dat mijn Savoiaanse prins gaat winnen. Gevoelsvoetballers als Del Piero verdienen het.