Der Freischütz ouderwets naïef én volwassen

Zó tijdgebonden is het vroeg-19de-eeuwse romantische verhaal van Webers opera Der Freischütz, dat het welhaast onmogelijk lijkt een eigentijdse of conceptuele dimensie te geven aan de angst, het bijgeloof en de vrees voor de duivel die het liefsdespaar Max en Agathe omringen.

Maar net zo lastig lijkt een soort `authentieke' enscenering. Na bijna twee eeuwen staan we even veraf van de theaterpraktijk van toen als van de vreeswekkendheid van een donker bos, de beproeving van een bruidegom met een schietexamen en heksenpraktijken bij het gieten van toverkogels in de griezelige wolfskloof.

Bij de Nationale Reisopera waagt regisseur Marcel Sijm zich toch stoutmoedig aan zo'n `authentieke' stijloefening met eenvoudige middelen alsof we nog in de goede oude tijd een opera in een patronaatsgebouw bijwonen. Bordkartonnen oubolligheid is hier het uitgangspunt. Maar Sijm weet niettemin nog nèt aan de ene kant knulligheid en andere kant karikatuur te vermijden. Vertedering ontstaat bij de volksdansjes, vaardigheid spreekt uit de groepering van het koor en vormbewustzijn beheerst het slotbeeld, waarbij solisten en koorleden in keurige rijtjes staan, net zoals bij het klassiek-romantische ballet.

Sijm presenteert Der Freischütz als een sprookje in een levensechte en levensgrote poppenkast in de stijl van het papieren 19de-eeuwse theatertje waarmee men in de huiselijke sfeer voorstellingen kon geven. Tijdens de overrompelende orkestrale ouverture zien we de opera al op miniformaat tussen de deels geopende gordijnen. De natuur is hier pure agressie en levensbedreigend. Dennenbomen blijken angstaanjagende monsters, onheilspellende vogels vliegen door de lucht. Maar uiteindelijk zal alles toch goed aflopen.

Daarna gaat de `echte' voorstelling verder in een decor van bomen, zoals men die ook met een bouwplaat in elkaar kan schuiven. En inderdaad, aan het slot wijken duisternis en duivel voor licht en lofprijzing van de Heer.

Hoe ouderwets alles ook, enkele details zijn nieuwerwets en speels. Het portret van grootvader Kuno met geweer is geschilderd in de vlotte zuidelijke stijl van de jaren vijftig van de vorige eeuw. En we zien een kippenkoor in de vogeltjesdans. Een vleugje conceptualiteit is er toch ook nog: de heilige kluizenaar en de duivelse Samiel zijn hier tweelingbroers: goed en kwaad zijn voor de argeloze toeschouwer niet van elkaar te onderscheiden.

De vormgeving is naïef, de voorstelling is muzikaal volwassen met een goed gekozen cast. Onder leiding van Ed Spanjaard speelt het Orkest van het Oosten met veel verve en liefde deze machtige melodieuze muziek van Weber, tussen onstuimigheid en verstilling, tussen de Beethoven van Fidelio en de Wagner van Der fliegende Holländer.

Arnold Bezuyen, de Nederlandse tenor in dienst van de Wiener Staatsoper, zingt en acteert als Max een geweldige rol met een mengsel van onverzettelijke gedrevenheid en beschroomde twijfel aan zichzelf. Zijn kracht en volume, zijn fraai glanzende timbre en zijn milde wendbaarheid overtuigen moeiteloos en passen perfect bij dit personage dat zich beweegt tussen landelijke robuustheid en oppassende deemoed.

Christiane Libor is een matrone-achtige Agathe, ruim voldoende op dreef in de fraaie en geliefde langzame nummers Leise, leise, fromme Weise! en Und ob die Wolke sie verhülle. Prachtig hoe Marcel Sijm de lengte van de langste noot in Und ob die Wolke illustreert, door Agathe op die éne noot het hele podium van rechts naar links te laten oversteken. En Libor doet dat niet op een holletje!

Agathe wordt zeer actief bijgestaan door Ännchen, een leuke rol van Machteld Baumans, die uitbundig uitstraalt veel liever zelf de bruid te zijn.

Goede rollen en zangprestaties zijn er verder van Dieter Schweikart (Kuno) en Thomas Jesatko (Kaspar). Quirijn de Lang, onwaarschijnlijk laag zingend en altijd zeer present, is een bijzonder jonge Fürst Ottokar. Dat past goed bij de onbezonnenheid van zijn aanvankelijk al te harde oordeel over de misstap van Max.

Voorstelling: Der Freischütz van C.M. von Weber door de Nationale Reisopera en Orkest van het Oosten o.l.v. Ed Spanjaard m.m.v. o.a. Arnold Bezuyen, Christiane Libor, Machteld Baumans. Decor: John Otto; kostuums: George Souglides; regie: Marcel Sijm. Gezien: 24/5 Twentse Schouwburg Enschede. Herh.: 26/5 aldaar; 28/5 Eindhoven; 31/5 Maastricht; 3/6 Zaandam; 5/6 Groningen; 7/6 Utrecht;11/6 Rotterdam; 113/6 Heerlen; 7/6 Den Haag; 19/6 Arnhem; 24/6 Stadsschouwburg Amsterdam.