De Johan Cruijff van de vrede

Mient Jan Faber maakte het als leider van het IKV zowel de politiek als zijn eigen organisatie flink lastig. Hij was vredesactivist èn verdediger van de rechtvaardige oorlog tegelijk, zocht steun bij de basis maar volgde op belangrijke momenten een eigenzinnige koers. Volgend jaar wordt zijn positie opgeheven.

Een buitengewoon bedreven manipulator van politiek en publieke opinie'', oordeelt directeur Hans Blom van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) over Mient Jan Faber, die zich volgend jaar gedwongen terugtrekt als woordvoerder van het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV). Onder zijn complimenteuze woorden voor het talent van Faber, sluimert ingehouden woede. Faber roept bij Blom dezelfde mengeling van emoties op die de IKV'er bij velen heeft opgeroepen: bewondering en afkeer. Toen Blom vorig jaar met het NIOD-onderzoek over `Srebrenica' naar buiten kwam was Faber hem enkele weken te vlug af geweest met een eigen rapport. Faber beschuldigde het NIOD ervan de Nederlandse rol in het drama in de doofpot te stoppen. Blom: ,,Hij heeft heel bewust geprobeerd de politieke agenda te zetten door zelf met een rapport te komen. Daardoor kwam onze afgewogen analyse minder op de voorgrond. Dat deed hij knap.''

Demonstratief liep Faber weg bij de presentatie van het NIOD-rapport. ,,Dat was duidelijk een vijandige daad'', zegt Blom. ,,Maar het had wel een toegevoegde waarde voor de dramatisering van de gebeurtenis.'' Voorgekookt? Blom, fel: ,,Natuurlijk, iedereen heeft dat kunnen zien.''

Faber publiceerde zijn onderzoek niet voor niets vlak voor het NIOD-rapport, zegt ook Laurens Hogebrink, oud-voorzitter van de `werkgroep internationaal' van het IKV. ,,Het is één van zijn verdiensten geweest dat hij de politiek dwong verder te kijken dan het dichtsmeerverhaal van het NIOD. Hij wilde absoluut de Nederlandse verantwoordelijkheid aan de kaak stellen. De Nederlandse politiek had enorme behoefte aan consensus, men wilde een punt zetten achter Srebrenica. Mient Jan voelde haarfijn aan dat het NIOD daarvoor zou worden gebruikt. Hij heeft zich rot gewerkt om het NIOD voor te zijn.''

Velen zijn voor hem, velen tegen, maar dergelijke acties waren de grote kracht van Mient Jan Faber (62), in Coevorden geboren als zoon van een gereformeerde dominee uit Friesland. Faber, die wiskunde studeerde in Amsterdam, kwam in 1974 bij het IKV terecht, gelokt door zijn drang om te strijden voor de onderdrukten. Hogebrink was het opgevallen hoe Faber bij de gereformeerde kerk in Amstelveen financiële steun had weten te krijgen voor een boerenbeweging in Colombia - de ideale kandidaat voor het IKV, zoals Hogebrink en anderen zagen. Charismatisch, intelligent, gedreven door zijn strijd tegen onrecht. ,,Hij is niet iemand die zich opsluit in zijn ideologische gelijk'', zegt Wim Bartels, in de jaren tachtig buitenlandsecretaris van het IKV. ,,Mient Jan ziet problemen als een intellectuele uitdaging. Hij wil problemen oplossen als pragmatische wiskundige. Een Drent, een stijfkop met een groot doorzettingsvermogen, die heel goed met tegenslagen kan omgaan. De volgende dag zoekt hij meteen weer naar een muur waar hij met zijn kop doorheen kan.''

Het is kenmerkend voor Faber, die er volgens vriend en vijand als geen ander in slaagde het vredeswerk de politieke arena binnen te brengen. Met die talenten oefende Faber vooral in de tijd van de grote vredesdemonstraties, begin jaren tachtig, grote invloed uit op de Haagse politiek. ,,Het was in de vredesbeweging en in de kerk gebruikelijk om je op hele morele standpunten te stellen'', zegt Laurens Hogebrink. ,,Er werd niet met de politiek meegedacht. Je bent tegen geweld, maar hoe de problemen worden opgelost moet de politiek maar verzinnen.'' Faber verdiept zich daarentegen juist in de politieke dilemma's en wil de discussie aangaan, aldus Hogebrink. ,,Mient Jan is honderd uur per week bezig, leest 's nachts de Kamerstukken. Hij weet precies wat er speelt en is bereid om over compromissen na te denken.''

Fabers strategie is altijd geweest om die verbinding te leggen tussen de idealen van de kerk en de mogelijkheden van de politiek en bepaalde daarmee voor een groot deel de grote opkomst van de Nederlandse vredesbeweging. ,,In het buitenland waren de vredesbewegingen stijler, ideologisch bevlogener'', zegt Wim Bartels. ,,In het politieke establishment werd in andere landen vaak smalend gedaan over de vredesbeweging. Hier niet. Wij kenden de helft of meer van de Kamerleden persoonlijk. Het lag dicht tegen elkaar aan.'' Dat kwam volgens Bartels vooral omdat Faber weigerde een kerkelijk-theologische en ideologische positie uit te dragen. ,,Hij zocht altijd naar de politieke vertaling, naar meerderheden.''

Zijn pragmatische houding bracht Faber vaak in conflict met de achterban. Ook dit jaar haalden velen weer vol uit naar Faber toen hij zich op het standpunt stelde dat militair ingrijpen in Irak gerechtvaardigd was omdat dat een einde zou maken aan de onderdrukking van een volk. Sommigen reageerden woest, zoals de Nederlanse vertegenwoordigster van de Wereldraad van Kerken, gereformeerd predikante Wies Houweling. ,,De kerken waren internationaal nog nooit zo eensgezind tegen de oorlog geweest. Er was één Nederlandse stem waarvan de monden overal openvielen. Het was niet uit te leggen.''

Het was overigens niet voor het eerst dat Faber voorstander was van militaire interventie, zoals in Kosovo. Hij werd vaker omschreven als een humanitair militarist, als vredeshavik. ,,Iemand die zich heel sterk identificeert met slachtoffers, zeker als hij ze persoonlijk kent'', zegt Hogebrink. Dat gebeurde nogal eens: Faber bereisde alle continenten om zichzelf op de hoogte te stellen van conflicten, wereldwijd. En regelmatig kwam hij tot de conclusie dat een oorlog kon dienen ter voorkoming van erger kwaad. ,,Mient Jan loopt in die gebieden, kijkt de mensen in het gezicht'', zegt IKV-voorzitter Marijke van Grafhorst. ,,Hij trekt daardoor, zoals in Irak, sneller de conclusie dat er iets moet gebeuren dan mensen die op grote afstand zitten.''

Niet alleen binnen de kerken, maar ook binnen het IKV leverde die discussie over `de rechtvaardige oorlog' conflicten op, zeggen betrokkenen. Volgens Faber moet een oorlog gewettigd zijn (wat niet gelijk staat aan VN-instemming), zoals het verwijderen van een dictatuur die zich schuldig maakt aan ernstige mensenrechtenschendingen, de ingezette middelen moeten proportioneel zijn en er moet onderscheid worden gemaakt tussen burgers en militairen. Niet iedereen in het IKV is het daarmee eens. Veel leden, onder wie de Doopsgezinden en Quakers, zijn absoluut pacifistisch, maar het IKV is officieel nooit pacifistisch geweest, zegt de Groningse polemoloog Ben ter Veer, tussen 1977 en 1985 voorzitter van het IKV. ,,Bij de Golfoorlog in 1991 lag het ook heel moeilijk. Het beraad had ook toen eindeloze discussies. Dat patroon keert steeds terug.''

Het IKV werd in 1966 opgericht als een oecumenisch beraad van de Nederlandse kerken, voor reflectie, studie en actie op het gebied van vredesvraagstukken. De eerste jaren werd de organisatie vooral bekend door de jaarlijkse Vredesweek. De bloeiperiode lag in de jaren zeventig en tachtig, toen het IKV een massale volksbeweging op de been bracht tegen de plaatsing van kruisraketten in Nederland. In die tijd kende het IKV een slordige vijfhonderd 'kernen' in het hele land, dat was volgeplakt met de slogan 'Help de kernwapens de wereld uit, om te beginnen uit Nederland'. IKV en het Komité Kruisraketten Nee brachten honderdduizenden mensen op de been toen het kabinet-Lubbers I (1982-1986) een besluit moest nemen over de plaatsing van de Amerikaanse kernwapens.

Job de Ruiter (CDA), minister van Defensie in dat kabinet: ,,Faber was een hele lastige horzel. In combinatie met zijn politiek activisme maakte hem dat tot een factor waarmee je als christendemocraat niet goed raad wist. '' Ook met de stijl van actievoeren had De Ruiter moeite. ,,Het IKV had bij gerucht vernomen dat er bij de militaire basis in de Peel al kruisraketten zouden worden geplaatst, nog voor het officiële besluit. Ik wist dat het niet klopte, maar Mient Jan Faber hield vol. Ik werd indirect voor leugenaar uitgemaakt.''

Vriend en vijand erkennen dat Faber veel invloed had. Hans de Boer, Kamerlid voor de ARP, later voor het CDA, behoorde tot de 'loyalisten' in de CDA-fractie die vanaf 1977 openlijk afweken van het officiële standpunt als het ging om kernwapens. De Boer zag Faber als een ,,sympathieke drammer. Hij hield vol, bleef je lastigvallen. Door te pogen standpunten van anderen via mij te beïnvloeden. Dat deed hij uiterst bevlogen. Hij kon dat zo goed omdat hij onze achtergrond kende en de tale kanaäns sprak. Uiteindelijk verzetten bijna tien fractieleden zich tegen de plaatsing van kruisraketten.'' De invloed van Faber kan daarin volgens De Boer niet worden onderschat. ,,Hij probeerde de fractie te overtuigen met kennis van zaken. Meestal gebeurde dat in individuele gesprekken, in informele sfeer. Je had zelf natuurlijk ook spreekbeurten, dus je moest je in die standpunten verdiepen. Faber heeft daar een zeer positieve bijdrage aan geleverd.'' Volgens De Boer was Faber ,,medeverantwoordelijk voor de vertraging en het uitstel'' van de plaatsing van de kruisraketten. ,,Dat krediet wil ik hem zeker geven.'' Job de Ruiter noemt die invloed van Faber ,,een vaststaand feit''. Toen het besluit voor plaatsing in 1985 eindelijk werd genomen, bleken de kruisraketten door de ontspanning tussen Oost en West niet meer nodig.

Ook binnen de kerken was Fabers invloed volgens De Boer positief: ,,Faber heeft binnen de kerken allerlei automatismen gebroken: Romeinen 13 dat zegt dat je de overheid moet gehoorzamen, dat je tegen communisten moet zijn, dat je geen onderscheid maakt tussen een atoombom en een gewoon geweer. Faber heeft het nadenken daarover zeer bevorderd.''

Maar verwoordde Faber in die dagen ook daadwerkelijk de gevoelens van zijn achterban? Een rondgang langs predikanten levert een gemengd beeld op: van grote steun tot afkeer. Rinze Marten Witteveen, Samen-op-weg-predikant in Haarlem: ,,In de jaren van de kernwapendiscussie was het IKV bepalend. Faber heeft zoveel mensen bereikt, zovelen waren bereid de straat op te gaan. Ik herinner me een kerkendag in Hamburg, waar met jaloezie werd gekeken werd naar de discussie in Nederland.'' Anderen hebben ook kritiek. Koos Sluiter, nu Nederlands-Hervormd predikant in Almelo, vindt dat Faber niet altijd tactvol opereerde. Gewone kerkgemeenten legden vanaf de jaren zeventig contacten met gemeenten in Oost-Duitsland. ,,Het was betrekkelijk a-politiek. Wij deden dat in Havelte met de kerk in Kleinkreuz in Brandenburg. In de toptijd waren er duizenden mensen bij betrokken.'' Maar ook Faber legde contacten in de DDR. ,,Toen ik in 1982 voor het eerst naar de DDR ging hadden de mensen de mond vol over de vredesdemonstraties in Nederland, maar over het IKV waren ze heel negatief. Ik begreep dat niet en zei: maar dat is toch helemaal in jullie straatje? Maar zij probeerden juist uit het politieke vaarwater te blijven, terwijl Faber wilde dat de zaak werd gepolitiseerd. Dat had een averechts effect op die gemeentecontacten: het zorgde voor problemen met uitreisvisa.''

Toch krijgt Faber uit eigen kring juist veel krediet om zijn Oost-Europa-politiek. Fabers voorganger en vriend Jan ter Laak: ,,Zijn grootste verdienste is geweest dat hij een verbinding legde tussen de strijd tegen kernwapens en de solidariteit met de dissidenten, zoals Charta '77 in Tsjechoslowakije en Solidariteit in Polen. Dat deed niemand in Europa. Daarom was de Stasi in Oost-Duitsland zo bang voor het IKV. Links in Nederland was tegen kernwapens, maar had een zwak voor het socialisme in de DDR. Het IKV keerde zich tegen beide machtsblokken.''

Maar ook binnen het IKV was niet iedereen het eens met Fabers optreden. Het beleid van het IKV was om in gesprek te blijven met de communistische autoriteiten, en tegelijkertijd proberen contact te onderhouden met de dissidenten. Volgens oud-collega's veranderde hij dat beleid op eigen houtje. ,,Mient Jan verwaarloosde die officiële lijn steeds meer'', zegt Wim Bartels. ,,Soms moesten we in de krant lezen wat het IKV vond. Maar als het dilemma was altijd: we bewaren de eenheid, of we krijgen een grote crisis over het leiderschap. Uiteindelijk stelden wij ons altijd in dienst van onze eigen Johan Cruijff - hij schoot 'm er wel in. Zo werd hij gezien. In het IKV bestond een besef dat we hem niet kwijt moesten raken.''

Door zijn manier van werken riep Faber echter steeds meer irritaties op. Bartels: ,,Hij vond zijn eigen rol heel erg belangrijk, daar was hij altijd mee bezig. We wezen hem er heel vaak op dat er ook zoiets is als contact hebben met je achterban. Maar hij is de einzelgänger die ter plekke zegt: ik ga nu hier een wending aan de beweging geven.'' Een voorbeeld: Faber liet bewust niet toe dat anderen zich over het buitenlandse beleid uitlieten, zegt Bartels. ,,Als ik na een reis in de Sovjet-Unie op Schiphol kwam mocht ik van Mient Jan niks zeggen over mijn ervaringen. Dan zei hij: `We geven later een persconferentie, zodat ik erbij kan zijn'.'' Bartels heeft dat nooit een goede strategie gevonden: ,,Wat het bestuur nu doet had al veel eerder moeten gebeuren.''

Vorige week werd bekend dat het bestuur besloten heeft tot ,,verbreding van de woordvoering.'' Behalve met het solistisch optreden van Faber heeft dat ook te maken met het veranderend karakter van het IKV. Na de nucleaire dreinging van de Koude Oorlog verminderde in Nederland de behoefte aan een grootschalige vredesbeweging, al traden Faber en het IKV met de oorlogen in de Perzische Golf en bij de versplintering van Joegoslavië nog steeds op de voorgrond. De invloed van het IKV op de `gewone' maatschappij liep sterk terug. In talloze plaatsen werden de IKV-kernen opgeheven wegens gebrek aan belangstelling. Inmiddels is de organisatie sterk veranderd, zegt ook Marijke van Grafhorst, de huidige voorzitter van het IKV. Het IKV is veel meer een `projectorganisatie' geworden in plaats van een kerkelijke vredesorganisatie, met hulpprojecten van Kashmir tot de Kaukasus. Projecten die allemaal apart gefinancierd moeten worden, in regio's met uiteenlopende problemen. ,,We raken met Mient Jan als woordvoerder het boegbeeld van een tijdsperiode kwijt, maar ik ben daar niet zo bang voor'', zegt Van Grafhorst. ,,Het is bijna ondoenlijk voor één mens om al die regio's op dezelfde gedreven wijze voor het voetlicht te brengen. Het is goed dat de projectleiders ook eens voor het voetlicht komen. Het zou kunnen dat het IKV interessanter wordt omdat het een pluralistischer gezicht krijgt.''