De buurjongen

Een nadeel van e-mail is dat je het handschrift niet ziet. Vroeger zag ik aan de adressering al hoe oud de schrijver, meestal schrijfster, was. Sierlijk schuin, boven de zestig. Stijf recht, in de veertig. Het is primitieve grafologie, maar het werkt. Handgeschreven brieven kon je ook bewaren. Ik had een doos met een V erop en een doos die iets sneller vol raakte, met een O. Sommige brieven waren zowel vriendelijk als onvriendelijk, zo van: uw stukken interesseren me meestal niet, maar wat u laatst schreef was erg interessant. Die brieven scheurde ik doormidden en verdeelde ik tussen de dozen.

Heel enkele bewaarde ik in mijn agenda. Die van die meneer die alle stukken die ik ooit geschreven had, had uitgeknipt en in mappen gerubriceerd. Zelfs mijn vader knipt mijn stukken niet uit en de toevoeging van deze meneer was roerend: als ik u eens van dienst kan zijn bij het opzoeken van een oud stuk hoor ik dat graag. Finishing touch: zegeltje erbij, toen nog gewoon zestig Nederlandse centen.

Een andere die ik overal met me meeneem en soms diep in Afrika weer bekijk, is van een mevrouw die heerlijk schuin met een goede vulpen haar dank uitsprak en ingesloten een bloemenbon van tien gulden meestuurde. Kijk, daar doe je het voor.

Brieven per e-mail kun je alleen bewaren tot de volgende crash van de harde schijf. En meestal heb je geen idee wie er schrijft, geen leeftijd, geslacht of occupatie. Sommige e-maildiensten bieden zelfs een verstuurmogelijkheid aan die begint met `Nobody'. Zo volstrekt anoniem, zo zonde. Ik heb nu voor het eerst een e-mail uitgeprint en in mijn agenda gestopt. Een Marokkaans meisje dat reageerde op een column waarin ik voorstelde de Marokkaanse verstoorders van de dodenherdenking langdurig op te sluiten. Een van de daders beschreef ze als `een buurjongen', hoewel de feiten zo precies waren dat het ook van dichterbij kan zijn gevolgd, maar dat doet niet terzake.

Ze begon met een uitgebreide weerlegging van wat ik had aangevoerd. De vader van de jongen was helemaal niet zoals ik beschreef. Hij was niet teleurgesteld in zijn zoon en de zoon had geen enkele reden om teleurgesteld te zijn in hem. Hij was juist een stille man met een fatsoenlijke baan bij de gemeente, die veel waarde hechtte aan de scholing van zijn kinderen. Ze zag nog hoe hij zijn drie kindertjes, later vier, twee meisjes en twee jongens, liefdevol aan de wanten vasthield en door weer en wind naar school bracht. Bij de poort bleef hij staan en hij zwaaide tot ze allemaal in de klas zaten. Bij de Cito-toets van de oudste was hij zelfs de hele ochtend blijven staan, misschien tot Allah biddend, maar in ieder geval alle morele steun gevend die een vader kan bieden.

De moeder was geen stille keukenmeid en zeker niet iemand die haar oudste zoon voortrok. Ze had haar man zelfs zover gekregen een keer naar Turkije met vakantie te gaan, in plaats van Marokko, en thuis hielp iedereen mee. Bovendien was het thuis bepaald niet zoals ik voorspiegelde, een oud tochtig bouwsel met lelijke tweedehandse meubels in een verwaarloosde buurt met overal zwerfvuil. (Ik kan zien dat u ver weg woont en lang niet hier bent langs geweest, schreef het Marokkaanse meisje fijntjes).

Waar ze onder de indruk van was, was mijn vergelijking met skinheads en punks. Ze was te jong om die lui actief te hebben meegemaakt, maar het was een frisse benadering. Want de buurjongen in kwestie, en hier begint de brief echt interessant te worden, is in wezen de kwaadste niet. Hij is geen gekrenkte moslim (dit zijn niet helemaal haar woorden, maar daar komt het op neer): hij is een gekrenkte jongen! Ze heeft hem zien opgroeien in een gezin dat hem alle kansen bood, ze heeft hem een havo-advies zien krijgen (het bidden van de vader bij de Cito-toets had zijn vruchten afgeworpen), ze heeft hem toen pech zien krijgen bij twee of drie vakken en het thuis geheim zien houden, en omdat je in Nederland kennelijk een klas niet mag overdoen, werd hij geloodst naar het vmbo, waar hij zich zo diep voor schaamde, dat hij deed alsof het hem niets meer kon schelen.

`Weet u', schreef het Marokkaanse meisje, `hij schaamde zich vooral voor zijn vader die zoveel hoop in hem had, en in die tijd raakte hij bevriend met de scooterjongens van de buurt'.

Scooterjongens, mooie naam, verzamelwoord voor mislukte Marokkaantjes die alle morele lessen van zich afwerpen: als `goed' ze geen waardigheid levert, dan `kwaad'. De buurjongen werd een van de kwaadaardigste van de scooterjongens, omdat hij de slimste was, hij was de intellectueel onder de crimineeltjes. Wie anders had kunnen bedenken dat je de buurt echt woest kon maken door tegen die kransen die bij de dodenherdenking waren gelegd te schoppen?

`U zegt dat ze opgesloten moeten worden en opnieuw moeten worden opgevoed,' schreef het Marokkaanse meisje, `en ik ben het met u eens. Maar bij hem hoeven ze niet aan het begin te beginnen'.

Als het zo is dat alleen intelligente mensen andere intelligente mensen herkennen, moest ze gelijk hebben. Deze brief kwam van, ik schat, een zestienjarig meisje. Feilloos schiep ze een beeld van de gewoonste jongen ter wereld, zonder hem daadwerkelijk te verdedigen, sterker: na alle omstandigheden die mee hadden gespeeld, eiste ze toch de hoogste straf. Rare advocaat. Maar bloedeerlijk.

Voor het eerst in tijden besefte ik hoe sterk onze makkelijke etiketten van de afkomst ons kunnen afleiden van de kleinere waarheden. Moslim, migratie, botsing der culturen, wat dit jonge meisje in haar briefje duidelijk maakte was dat Huntington, de bedenker van de botsing der culturen, een dwaas was die geen van deze jongens goed kende. Die culturen botsen inderdaad, maar ze botsen pas als de aanleiding menselijk en universeel is: niet kunnen voldoen aan de verwachting van de ander, de vader, het vriendinnetje. Ik las ook het verdriet van dit meisje over de buurjongen: sluit hem op, sluit hem op, riep ze, en zij zou nog het meest betraand zijn. Dat is echte liefde.

ramdas@nrc.nl