Bescheiden verlies voor PP van Aznar

De conservatieve Partido Popular (PP) van premier José María Aznar heeft het verlies bij de gisteren gehouden lokale en regionale verkiezingen in Spanje beperkt. In de stad Madrid won de PP overtuigend.

De socialistische oppositiepartij PSOE kreeg landelijk evenwel de meeste kiezers achter zich: 35 procent, tegen 34 procent voor de PP. Gisteravond eisten beide partijen de winst van de verkiezingen op. Oppositieleider José Luis Rodriguez Zapatero noemde de uitslag afgelopen nacht ,,een goed begin van de algemene verkiezingen volgend jaar''. Premier Aznar sprak eveneens zijn tevredenheid uit. ,,Ze hebben ons van de kaart willen vegen, maar we zijn sterker dan ooit tevoren.''

Over heel Spanje lieten de verkiezingen een verdeeld beeld zien, waarbij de kiezers in belangrijke mate stemden op de partijen die in de gemeenten en de regio's aan de macht zijn. De hoge opkomst, 68 procent, drie procentpunten meer dan bij de vorige lokale verkiezingen, zorgde voor een levendige strijd tussen de belangrijkste partijen. Aznars partij behaalde 23.286 raadszetels, de socialisten verzamelden er in totaal 22.915. De conservatieven blijven in negen van de dertien regio's het sterkst.

De beeldbepalende strijd rond de gemeente Madrid werd overtuigend gewonnen door de PP. Burgemeesterskandidaat Alberto Ruiz-Gallardón behaalde een absolute meerderheid en verbeterde zelfs de resultaten voor zijn partij. Deze winst betekent eveneens dat de vrouw van Aznar, Ana Botella, haar entree maakt als wethouder van Sociale Zaken in het Madrileense stadsbestuur.

Ook in de regio Madrid, voorheen bestuurd door Ruiz-Gallardón, wisten de conservatieven de grootste partij te blijven. De absolute meerderheid ging echter verloren. De socialistische partij kan met de steun van de linkse federatie Izquierda Unida de regio gaan besturen.

In de overige grote steden bleef het machtsbeeld betrekkelijk onveranderd. Het Barcelonese stadsbestuur bleef in handen van de socialisten, evenwel met minder zetels. De socialisten wisten grote steden van Zaragoza en Sevilla op de conservatieven terug te winnen en versterkten hun positie in grotere regio's als Castilië-La Mancha en Extremadura. De conservatieven wisten daarentegen de Balearen terug te winnen.

De uitslag werd in de commentaren gezien als technisch verlies voor de conservatieve partij, die evenwel haar belangrijkste machtsbasis wist te behouden. Volgens het oppositiegezinde dagblad El País is er sprake van een omslag in de trend nu de PSOE voor het eerst in tien jaar weer als de grootste partij uit de bus is gekomen. Het conservatieve dagblad Abc onderstreepte evenwel dat de PP redelijk staande is gebleven na de problemen die de partij het afgelopen jaar heeft ondervonden. De regering-Aznar kreeg felle kritiek op de afwikkeling van de ramp met de olietanker Prestige en de steun aan de Amerikaans-Britse aanvalsoorlog in Irak.