Voorzichtig diplomaat

Het ministerschap van Buitenlandse Zaken lijkt geknipt voor Jaap de Hoop Scheffer. Hij heeft jarenlang op dit ministerie doorgebracht: onder andere als persoonlijk secretaris van een reeks van ministers van Buitenlandse Zaken (Van der Klaauw, Van der Stoel, van Agt, Van den Broek).

Maar de post, die hem vorig jaar in het kabinet-Balkenende I al ten deel was gevallen, was ook een uitkomst na zijn treurig verlopen partijleiderschap van het CDA. Die functie was hem als Kamerlid in 1997 ten deel gevallen tijdens een leiderschapscrisis, en hij raakte hem in 2001 tijdens een nieuwe leiderschapscrisis weer kwijt. Het voornaamste thema van zijn tegenstanders bij de val – dat hij geloofwaardig was bij het vertolken van het `sociale gezicht' van het CDA – had hij in de tussenliggende jaren al vaak moeten aanhoren.

Zo geschikt als Balkenende – met zijn in de reformatie verankerde achtergrond – lijkt voor het leiderschap van het CDA, zo ongeschikt leek De Hoop Scheffer. Die werd trouwens pas op zijn 34ste lid van het CDA, na enkele jaren in D66 actief te zijn geweest. Zelfs het katholieke establishment in het CDA beschouwde hem niet als één der hunnen, want hij komt niet uit het zuiden.

Als minister van Buitenlandse Zaken is De Hoop Scheffer invloedrijk: premier Balkenendes ervaring op buitenlands terrein is bescheiden en hij heeft veel advies nodig. Dat zal vooral van belang zijn wanneer de premier volgend jaar een belangrijke rol moet spelen tijdens het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie. Een van De Hoop Scheffers uitgangspunten in Europa, het `subsidiariteitsbeginsel' (Europa moet niet doen wat op lagere bestuursniveaus kan gebeuren) heeft zelfs het Hoofdlijnenakkoord met VVD en D66 gehaald. Een revolutie in het buitenlands beleid valt van de behoedzame diplomaat De Hoop Scheffer niet te verwachten.

Leeftijd: 55

Opleiding: gymnasium en rechten

Loopbaan: diplomaat bij Buitenlandse Zaken, Tweede-Kamerlid en fractieleider CDA