Vissenpijn

In W&O van 10 mei werd gemeld dat eindelijk bewezen is dat vissen pijn kunnen lijden. De bron was het artikel van Lynne Sheddon en haar collega's in de Proceedings of the Royal Society van 30 april 2003 over de aanwezigheid van receptoren in de kop van de regenboogforel. Mevrouw Sheddon toont aan dat deze receptoren mechanische, chemische en thermische prikkels kunnen registreren. Het artikel in W&O stelt terecht dat het bezit van receptoren niets hoeft te betekenen dat vissen pijn ervaren. De experimenten van Lynne Sheddon bevestigen deze stelling. Sheddon laat zien dat de regenboogforellen reageerden op het injecteren van bijengif en azijnzuur in hun lippen. Dit gedrag wordt door haar `anomalous' genoemd en beschreven als `rocking', waarbij de vissen `moved from side to side balancing on either pectoral fin while resting on the gravel'. Ook wreven de vissen hun lippen tegen de wanden van het aquarium. In de discussie vergelijkt Sheddon dit met het gedrag van primaten onder slechte welzijnsomstandigheden. Verder stelt ze dat de gedragingen indicaties kunnen zijn van ernstig ongemak. In haar eindconclusie stelt Sheddon dat toekomstig onderzoek de cognitieve aspecten van schadelijke prikkels nader moet uitwerken.

Dat mevrouw Sheddon niet heeft bewezen dat vissen pijn kunnen lijden, betekent nog geen vrijbrief om onzorgvuldig met vissen om te gaan. Het feit blijft bestaan dat vissen fysiologische en gedragsmatige stressreacties op schadelijke prikkels in hun omgeving vertonen.

Het effect van dergelijke prikkels kan zijn, dat de vissen op korte dan wel langere termijn minder levensvatbaar zijn dan hun soortgenoten.