Verdeeldheid in Europese Conventie

De eindronde van de Europese Conventie is in moeilijkheden door grote verdeeldheid over de hervorming van de Europese instellingen. Het presidium van de Conventie onder Valéry Giscard d'Estaing is het niet eens geworden over een hervormingsvoorstel voor de Conventie.

Daardoor kunnen de leden van de Conventie volgende week niet beginnen aan een debat over een compleet ontwerp voor een constitutioneel verdrag van de Europese Unie, dat het presidium maandag had willen presenteren. Volgens de woordvoerder van Giscard is de verdeeldheid binnen de Conventie en binnen het presidium zo groot, dat meer tijd voor nadenken over mogelijke compromissen is vereist. De Conventie komt volgende maand nog maar twee keer plenair bijeen. Daarna moet Giscard op 20 juni de resultaten van het overleg over een Europees constitutioneel verdrag aanbieden aan de Europese regeringsleiders.

De hervorming van de Europese Commissie, het Europees Parlement, de Raad van ministers en de Europese Raad (de regeringsleiders) is al jaren een zaak van grote verdeeldheid binnen de Europese Unie. Het lukte in 1997 bij de top van Amsterdam en in 2000 bij de top van Nice niet om alle veranderingen te realiseren die nodig waren om de EU na de uitbreiding bestuurbaar te houden. De Europese regeringsleiders willen op grond van de conclusies van de Conventie onderhandelen over een definitief nieuw verdrag. Dat moet volgend jaar mei door 25 landen ondertekend worden en vervolgens door de parlementen worden geratificeerd.

De verdeeldheid binnen de Conventie betreft vooral een mogelijke permanente voorzitter van de Europese Raad, de toekomstige maximale omvang van de Europese Commissie en de bevoegdheden van een Europese minister van Buitenlandse Zaken. Nederland wil bij voorkeur het huidige halfjaarlijks roulerende voorzitterschap van de Raad handhaven, de Commissie delen in 15 volledige eurocommissarissen en 15 commissarissen zonder stemrecht en de minister van Buitenlandse Zaken zoveel mogelijk als eurocommissaris behandelen. Veel landen willen een eurocommissaris met volledige bevoegdheden per lidstaat. Landen als Frankrijk en Groot-Brittannië willen een vaste EU-voorzitter met veel macht. Zij willen zoveel mogelijk directe zeggenschap van de regeringen van de EU-lidstaten over de minister van Buitenlandse Zaken.

Het presidium is het ook nog niet eens over een mogelijke verwijzing naar een Europees christelijk erfgoed in een preambule bij het verdrag. Het presidium heeft onder Britse druk wel voorgesteld om het woord ,,federaal'' te schrappen. In het deel van het voorstel waarover het presidium het eens is geworden wordt nu gesproken over de ,,communautaire methode'' van de EU, wat hetzelfde betekent maar minder weerstand zou opwekken.

Het presidium heeft de Conventie ook voorgesteld om de ministers van Financiën van de eurolanden meer bevoegdheden te geven. Wanneer de EU volgend jaar tot 25 lidstaten is uitgebreid, vormen de 12 eurolanden een minderheid. Zij moeten volgens het voorstel onafhankelijk van hun collega's van de niet-eurolanden kunnen besluiten om de begrotingsnormen van het stabiliteitspact voor het eurogebied te veranderen.