Van bevergeil tot Chanel No 5

De Osmotheek in Parijs bewaart in een koude kamer zo'n 1.500 verschillende geuren. In een reukklas krijgen bezoekers uitgelegd dat elk parfum kan worden ingedeeld in zeven geurgroepen.

Een vriendin rook op straat eens een parfum dat haar zo aantrok dat ze de draagster ervan om het merk vroeg. Ze gebruikt de geur nu zelf. Stel dat haar parfum ineens niet meer wordt geleverd en ze wil het kopen of er aan ruiken, om vergeten herinneringen op te duiken, wat dan? Dan kan ze in Versailles terecht. Op loopafstand van het kasteel waar de zonnekoning Lodewijk XIV woonde, die ook gek was op parfums, staat nu een `osmotheek'. Deze bewaarplaats van geuren heeft een collectie van wel 1.500 parfums, waarvan er ruim 300 zijn verdwenen of vergeten, en zo'n 500 in beperkte mate worden verkocht.

Deze osmothèque, uniek in de wereld, werd geopend in 1990 met 400 parfums. Sindsdien kwamen er 32.000 snuivers op de ruiksessies af. Dit `Conservatoire internationale des parfums' is onderdeel van het Institut supérieur international du parfum, de la cosmétique et de l'aromatique (ISIPCA), een onderzoeksinstituut met een bibliotheek (zo kwam ik er terecht) en een school voor bijna vierhonderd nieuwe `neuzen' in spe.

Op afspraak is de osmotheek te bezoeken. De koude kamer (12° C) zonder daglicht, waar de parfums onder neutraal argongas worden bewaard, kregen we niet te zien. De ruikklas op zaterdagmiddag bestond vooral uit gniffelende Parisiennes, die ineens unaniem bleken in hun overtuiging dat parfums dienen om mannen te verleiden. Toen ik op dat moment schamper omkeek gaf dat de beoogde hilariteit bij de rijkbeparelde matrones achter mij.

We kregen drie uur les in het ruiken aan een parfum van een `créateur'. Deze parfumcomponist bleek een smulpaap, die sprak over een `grand parfum' alsof het wijn was. Zijn assistente – androgyn, lang en slank – overhandigde de reukstrookjes van dik filtreerpapier, die ze in parfumflesjes had gedoopt, om ons door de parfumgeschiedenis heen te laten ruiken.

Reukstoffen werden eerst geofferd aan goden, toen ook gebruikt tegen ziekten en daarna pas aangewend voor onze aantrekkelijkheid. Grasse, bij Nice, is de wieg en het hart van de Franse parfumerie, die toonaangevend is en nog steeds verbonden met de haute couture en haar presentatie in Parijs.

Wat kregen we onder onze neus? Castoreum (bevergeil): het product van bij de anus gelegen klieren waarmee de bever zijn vacht waterafstotend maakt. Grijze amber: een pathologische afscheiding uit de maag van de potvis. Civet: uit klieren bij de genitaliën van de civetkat, een vermeend afrodisiacum, dat in Ethiopië werd verpakt in een ossenhoorn met een leren deksel. En muskus: uit een klier bij het geslachtsorgaan van een mannelijk hert uit de Himalaya, dat ook als lustopwekker werd beschouwd. Het was een mannenparfum, onder meer van kardinaal de Richelieu.

Nu zijn er vrouwelijke, mannelijke en uniseks parfums. Deze worden sinds 1990 in zeven geurfamilies ingedeeld, waarvan de basis steeds bestaat uit een bepaald `akkoord', een mengsel van twee of meer primaire geuren:

Hespéridée (citrus): van vluchtige oliën uit de schil van citrusvruchten als citroen, sinaasappel en mandarijn en bergamot. Het klassieke Eau de Cologne (Jean-Marie Farina, 1714), voor mannen, hoort erbij.

Florale (bloemig): van jasmijn, roos, lelietje-van-dalen, viooltje, hyacint en narcis. Chanel No 5 is een damesparfum dat hieronder valt. Het was in 1921 een rake misser, omdat er per ongeluk tien keer zoveel aldehyd werd gebruikt als besteld door Ernest Beaux.

Fougère (varen, al ruikt deze groep niet naar varens): lavendel, eikenmos, cumarine en geranium.

Chypre (Cyprus): eikenmos, ladanum (hars uit de cistusroos) en patchouli.

Boisée (houtachtig), sandal, patchouli, ceder en vetijvergras.

Ambrée (amber): vanille, ladanum, enz.

Cuir (leer): rook-, brand-, berken-, en tabakslucht.

Deze zeven families, waar we ons doorheen snoven, hebben samen 47 subfamilies, waarin aan het akkoord een noot is toegevoegd, vaak afkomstig uit een andere familie. Een merkparfum wordt ingedeeld met naam, schepper, geboortejaar, familie, subfamilie, en als vrouwelijk, mannelijk of uniseks.

Op het palet van de parfumeur zijn de natuurlijke extracten nu zo verdrongen en aangevuld met synthetische stoffen, dat het palet is uitgegroeid tot een reukorgel en de parfumerie is gedemocratiseerd.

Mijn Versailles-favoriet? De eerste creatie, een Cyprus-vrouwenparfum, uit 1944, van Germaine Cellier: Bandit!

Osmothèque, 36, rue du Parc de Clagny, 78000 Versailles. Tel. 00-31-1-39.55.46.99. Zie ook: www.isipca.fr