Tijd van douceurtjes is voorbij

In het nieuwe regeerakkoord staan diverse maatregelen die directe invloed hebben op de portemonnee van de burger. Blijft beleggen en sparen nog leuk onder Balkenende II?

Het regeerakkoord van het tweede kabinet Balkenende bevat weinig aantrekkelijks voor huizenbezitters en mensen die dachten met vervroegd pensioen te kunnen. Geen fiscale douceurtjes meer zoals er de afgelopen jaren onder Vermeend en Bos werden uitgedeeld, geen aftrekpostjes voor fietsers, beleggers of ouderen meer. Een substantieel deel van de door Balkenende c.s. noodzakelijk geachte bezuinigingen komt voor rekening van de gewone burger.

Behalve zaken als het bezuinigen op de bijzondere bijstand, het afschaffen van de wet arbeidsongeschiktheid zelfstandigen, het invoeren van een hoger eigen risico voor zorgverzekeringen en een aanscherping van de werkloosheidsuitkeringen is er ook een aantal maatregelen dat direct van invloed is op de portemonnee van burgers. Hieronder een greep uit de maatregelen van het nieuwe kabinet die gevolgen hebben voor onze `personal finance'.

Versobering hypotheekrenteaftrek

Een van de meest besproken onderdelen van het nieuwe akkoord: CDA, VVD en D66 pakken de hypotheekrenteaftrek aan. Althans, ze repareren een `weeffout' in het belastingstelsel, zeggen ze zelf. De exacte uitwerking van het voorstel moet nog worden gemaakt op het ministerie van Financiën, maar zeker is dat het kabinet een bedrag oplopend tot 400 miljoen euro in 2007 wil besparen op de hypotheekrenteaftrek. Na 2007 wordt een nog hogere bezuiniging verwacht.

Het voorstel heeft betrekking op de overwaarde van huizen. Nu is het nog zo dat mensen die hun huis met winst verkopen (ten opzichte van hun hypotheekbedrag) dat geld (de overwaarde) `uit' het huis mogen halen en bij de aanschaf van een nieuw, duurder huis, het extra benodigde geld volledig aftrekbaar in een nieuwe hypotheek mogen onderbrengen. Indirect financiert de fiscus hiermee de aanschaf van bijvoorbeeld luxe goederen (de boot) en beleggen met die overwaarde. Immers, de overwaarde wordt nu vaak `gecasht' voor dat soort zaken, en de rente van het nieuwe hypotheekbedrag is weer volledig aftrekbaar. De budgettaire `schade' van de huidige regeling kan volgens een club topambtenaren oplopen tot 2,75 miljard euro in 2007.

Om een einde te maken aan dit `oneigenlijk gebruik' van de overwaarde wil het kabinet de renteaftrek op de nieuwe hypotheek beperken met het bedrag aan overwaarde. ,,Bij verhuizing naar een andere eigen woning geldt voortaan dat de hypotheekrente aftrekbaar is voorzover de hypotheek nodig is bovenop de gerealiseerde overwaarde van het verkochte huis'', heet het in het regeerakkoord. Voorbeeld: een huis dat in 1995 voor 150.000 euro gekocht is en in 2002 voor 250.000 euro is verkocht, heeft dus een overwaarde van een ton euro. Bij de aanschaf van een nieuw huis van 300.000 euro mogen de kopers slechts het `extra' van 50.000 euro toevoegen aan hun oorspronkelijke hypotheekbedrag van 150.000 euro. De overwaarde moet gebruikt worden voor de aanschaf van het nieuwe huis. Althans, doen de kopers dat niet, dan krijgen zij over de ton euro (de overwaarde) geen renteaftrek. Makelaars en huizenbezitters schreeuwden moord en brand omdat het voorstel de huizenprijzen zou opdrijven, maar feitelijk verandert er voor de huizenmarkt niets. Het Centraal Planbureau houdt zelfs rekening met een daling van de huizenprijzen, omdat de financieringskosten van woningen hoger worden. Producenten van luxueuze goederen en de beurs ondervinden enige `hinder' van dit voorstel, omdat meer mensen de overwaarde zullen gebruiken waar zij eigenlijk voor bedoeld is: de aanschaf van een nieuw huis. Overigens heeft het voorstel geen effect op mensen die een goedkoper huis willen aanschaffen. De overwaarde mag dan gewoon worden opgenomen.

Langer doorwerken

Het kabinet is van plan flink het mes te zetten in de fiscale stimulering van prepensioen en VUT (vervroegde uittreding). In totaal willen CDA, VVD en D66 voor een half miljard euro bezuinigen op deze posten, hetgeen feitelijk neerkomt op het afschaffen van de fiscale stimulering van beide maatregelen. Na 2007 loopt het bezuinigingsbedrag nog verder op, omdat het kabinet nog wel zo fideel is rekening te houden met overgangsrecht (verworven rechten). Feitelijk betekent de maatregel dat prepensioenpremies niet meer aftrekbaar zijn van de loon- en inkomstenbelasting en dat prepensioenuitkeringen voortaan niet zijn onderworpen aan deze belasting.

VUT en prepensioen werden ooit ingevoerd in tijden van grote werkloosheid. Ze waren bedoeld om aan de onderkant van de arbeidsmarkt ruimte te creëren voor jonge werknemers. Ouderen werden gestimuleerd eerder op te houden met werken. Er werd zo massaal gebruik van gemaakt dat een gemiddelde werknemer er haast zonder nadenken vanuit ging dat het arbeidzame leven na de 57ste verjaardag achter de rug zou zijn. De arbeidsparticpatie van 55-plussers is in Nederland het laagst van alle Europese landen: slechts ongeveer eenderde van de 55-plussers werkt.

Omdat de generatie babyboomers over een jaar of tien massaal met (pre-)pensioen gaat, ontstaat echter een gigantisch probleem met de financiering van de collectief betaalde oude dag, de AOW. Het is zaak, zo vinden CDA, VVD en D66, ouderen langer aan het werk te houden. Nadelig effect van de maatregel is dat in tijden van wederom oplopende werkloosheid er enige verdringing op de arbeidsmarkt zal plaatsvinden. Jongeren zullen minder snel een baan vinden, omdat ouderen langer blijven werken.

WOZ en OZB

Is het dan allemaal kommer en kwel de komende jaren? Per saldo wel, maar toch zitten er ook lichtpuntjes in de plannen van CDA, VVD en D66. Zo wordt, op initiatief van de VVD, een deel van de onroerendezaakbelasting (ozb) afgeschaft. Niet de hele ozb, zoals Zalm graag had gewild, maar slechts het zogenoemde gebruikersdeel. En ook niet al volgend jaar, maar pas in 2005. De ozb is nu opgebouwd uit een eigenarendeel en een gebruikersdeel. Huiseigenaren betalen beide, huurders betalen slechts het gebruikersdeel. Met de maatregel is een lastenverlichting van 1,1 miljard euro gemoeid.

De jaarlijkse ozb-aanslag is een van de meest ergerlijke belastingsoorten die er is, zo is de communis opinio. Het is niet zozeer de belasting op zich, als wel de grondslag waarop de ozb berekend wordt. Dat gebeurt aan de hand van de Wet Waardering Onroerende Zaken (de wet WOZ). Gemeenten bepalen eens in de vier jaar aan de hand van zogenoemde referentiewoningen de waarde van een huis. Die lijkt vaak in geen velden of wegen op de werkelijke waarde van het huis. Als de gemeente het huis te laag inschat, is dat mooi meegenomen, de ozb is dan uiteindelijk ook lager dan mogelijk is. Wordt de zogenoemde WOZ-waarde echter te hoog ingeschat, dan is het hek van de dam. Vierjaarlijks maken letterlijk tienduizenden huiseigenaren bezwaar tegen de waardering van hun woning.

Het kabinet pakt nu samen met de gedeeltelijke afschaffing van de ozb ook de wet WOZ aan. In plaats van de arbitraire waardering die gemeenten maken, zal in de toekomst de aankoopwaarde van het huis als basis dienen voor de ozb. Die waarde zal dan jaarlijks worden geïndexeerd aan de hand van de gemiddelde prijsstijging van de huizenmarkt.

Spaarloon en levensloop

Het spaarloon blijft bestaan, maar daarnaast wordt een begin gemaakt met de zogenoemde levensloopregeling, een CDA-wens. De levensloopregeling stond ook al in het vorige regeerakkoord, maar sneuvelde in de Kamer ten faveure van het in stand houden van het spaarloon. Het spaarloon werd wel `uitgekleed': in plaats van 788 euro mogen mensen sinds eind vorig jaar nog slechts 613 euro fiscaal aantrekkelijk sparen. Dat kost de staat jaarlijks 552 miljoen euro. Dat bedrag blijft gehandhaafd, maar daarnaast krijgen mensen de keuze te beginnen met de levensloop, die, in tegenstelling tot het vorige plan voor een dergelijke regeling, via de fiscus zal lopen. Idee achter de levensloop, waarvoor 200 miljoen euro is gereserveerd, is dat het mogelijk moet zijn te sparen voor verlof. Het bedrag (60 miljoen euro) dat nu gereserveerd staat voor het zogenoemde verlofsparen (een `magere versie' van de levensloop), wordt opgeteld bij de nieuwe regeling. Mensen die werken kunnen een deel van hun winstuitkering reserveren voor de levensloop. Het kabinet zorgt voor een fiscaal aantrekkelijk spaarpotje. Mensen die er een tijdje uit willen om voor hun kinderen of ouders te zorgen, om zich bij- of om te scholen, of die gewoon een tijdje met `sabbatical' willen, kunnen na een aantal `spaarjaren' een tijdje vrij nemen. Dan begint de uitkering uit de levensloopregeling te lopen.

Ook hier geldt dat de exacte uitkering nog onderwerp van discussie is. Zeker is wel dat het maximale budgettaire beslag van de regeling op zijn zachtst gezegd schamel is. Uit berekeningen van het economisch onderzoeksinstituut Nyfer bleek al eerder dat een volwaardige levensloopregeling die voorziet in de zorgbehoeften van mensen 3,2 miljard euro zal kosten.