`Speler wordt harder van duurlopen'

FC Utrecht is alom gevreesd om zijn fysieke spel. Voormalig topatleet Rob Druppers (41) traint vooral op sprongkracht en startsnelheid. ,,Mijn spelers zijn fitter dan hun tegenstanders.''

Wie wel eens een boswandeling maakt op het landgoed Amelisweerd, kan zomaar van de sokken worden gelopen door de selectie van FC Utrecht. De spelers kunnen hun conditietrainer nauwelijks bijbenen. De tred van Rob Druppers verraadt nog veel souplesse. Hij won in 1983 bij de wereldkampioenschappen in Helsinki zilver op de 800 meter en is op die afstand sinds 1985 nationaal recordhouder. ,,Lopen zonder bal wordt in Nederland niet serieus genomen'', vertelt hij op het trainingscomplex tegenover stadion Nieuw-Galgenwaard.

Druppers keek in 1991 zijn ogen uit toen hij als oud-atleet zijn intrede deed in de voetbalsport. De geboren Utrechter ging eerst parttime en later fulltime bij de plaatselijke FC aan de slag. Hij ziet nu vooruitgang en spreekt over een inhaalslag, maar het Nederlandse voetbal loopt nog steeds achter op het buitenland. De meeste trainers zweren bij positiespelletjes. Hardlopers zijn doodlopers, luidt het motto bij de KNVB.

Druppers, oprecht verbaasd: ,,In Zeist prediken ze op de cursus alleen maar trainingen mét bal. Van mij mogen ze. Zo houden wij een voorsprong op de concurrentie. Ik werd laatst nog uitgelachen toen een stel amateurtrainers hier op bezoek kwamen. Ik was volgens hen ouderwets bezig. Maar mijn spelers zijn in de wedstrijd toevallig wel sterker dan de tegenstander. Ze zijn wendbaarder, hebben meer conditie en springen hoger. Pure winst, zeker als je beseft dat wij geen snelle jongens hebben. Onze manier van spelen, op z'n Engels, vraagt veel energie.''

Toen hij in 1991 begon als conditietrainer, was de Poolse veteraan Wlodi Smolarek de enige speler die geen problemen had met zijn oefenstof. De gewiekste linksbuiten was in het oostblok gewend aan fysieke arbeid. ,,Je zag het vorig jaar nog tegen Legia Warschau'', schampert Druppers over de verloren UEFA-Cupduels van FC Utrecht. ,,Wij werden helemaal van de mat getikt. Waarom? Omdat ze in Polen niet denigrerend doen over fysieke kracht. In Nederland zijn we arrogant. Balbezit is hier heilig. We lachen om Oost-Europa, maar ondertussen verliezen onze jeugdelftallen daar wel.''

Dirk Kuyt is zo'n voorbeeld van een trage speler die dankzij de oefenstof van Druppers letterlijk met sprongen vooruitging. De Katwijkse visserszoon werd na zijn amateurtijd bij Quick Boys in de eredivisie voorbijgelopen door verdedigers. Een paar jaar later heeft Kuyt zich bij FC Utrecht ontwikkeld tot een balvaste, wendbare en redelijk vlugge midvoor die een contract verdiende bij Feyenoord. Druppers wil van geen credits weten, hij spreekt over een teamprestatie.

,,Kuyt was in Katwijk niks gewend. Hij is een ruwe diamant die altijd wil en veel progressie heeft geboekt. Hij behoort tot de 90 procent die mijn manier van trainen serieus neemt. De andere 10 procent gelooft het wel. Dat zijn de ouderen die altijd op hun eigen manier hebben getraind. Het is vaak een mentale kwestie. Juist de trainingen die als minder leuk worden ervaren, zijn nuttig en leerzaam. Een leuke training is de slagroom op het toetje. De meeste spelers hebben een hekel aan duurlopen. Daar worden ze dus harder van.''

Druppers weet dat voetballers relatief weinig trainen en dat er veel tijd verloren gaat aan herstel en voorbereiding. Een vergelijking met atleten, die veel meer trainen maar ook veel minder wedstrijden lopen, gaat volgens hem niet op. Toch wil hij bij FC Utrecht nog meer tijd gaan besteden aan fysieke arbeid. ,,Je doet een speler te kort, als je hem niet beter maakt. Je moet hem als topsporter behandelen. Een week telt zeven dagen en ik zou niet weten waarom moet een goedbetaalde prof beter thuis op de bank kan liggen.''

Druppers is de enige conditietrainer in de eredivisie die vóór de wedstrijd, zonder aanwezigheid van de hoofdcoach, met de spelers op het veld staat. Hij zweert bij een goede warming-up. Op de training verricht hij alleen zware arbeid in het midden van de week. Op de dag na de wedstrijd laat hij de spelers uitlopen, weer een dag later hebben ze vrij. Daarna volgen twee dagen met pittige conditietrainingen. Twee dagen voor een nieuw duel houdt hij de handen op de rug en volgt een tactische training. De laatste trainingsdag staat in het teken van korte, felle sprintjes.

FC Utrecht is met Ajax en Feyenood de enige club die fulltime met een conditietrainer werkt. Volgens Druppers is dit veelzeggend voor het gebrekkige topsportklimaat in Nederland. ,,Neem de atletiek. Het NK indoor wordt al jaren in Gent gehouden, omdat Nederland geen goede accommodatie heeft. Waar praten we dan nog over? Er wordt te weinig geïnvesteerd in de breedtesport. Goed leren hardlopen begint op jonge leeftijd. Daarom werk ik zo graag met de jeugd. Ik verdien mijn boterham dankzij het slechte gymnastiekonderwijs.''

Druppers zegt dat hij ook de komende jaren verzekerd is van zijn baan. Het noodlijdende FC Utrecht erkent het belang van zijn werk en gaat op andere terreinen bezuinigen. ,,De directie heeft er alles aan gedaan mij te behouden voor de club'', weet de conditietrainer. ,,De winst zit in een goede medische staf en een complete trainersstaf. Wij hebben in drie jaar tijd één zware blessure gehad: de beenbreuk van Touzani. Pure overmacht. Wat denk je dat het kost, als je elk seizoen vier of spelers in de lappenmand hebt zitten? Ons werk betaalt zich dubbel en dwars terug.''

Zelf werd de middenlangeafstandsloper Druppers geplaagd door veel lichamelijk ongemak. Door een hamstringblessure miste hij, als favoriet voor een gouden medaille, de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984. ,,Ik was toen heel dom bezig en heb veel te hard getraind'', weet hij nu. Door een slepende achillespeesblessure moest hij zijn atletiekloopbaan voortijdig beëindigen. ,,Ik heb veel geleerd. Met de kennis die ik nu heb – ik lees alles op internet en heb een boekenplank vol trainingsleer – kan ik de voetballers behoeden van blessures. Veel rustmomenten inlassen, bijvoorbeeld. Soms is een dag rust belangrijker dan een dag training.''