Prosciutto di Parma

Mag een Britse supermarktketen originele hammen uit Parma snijden, verpakken en onder de naam `parmaham' in de schappen leggen? En mag een Frans bedrijf brokken kaas uit Parma raspen en in zakjes verkopen als `parmezaanse kaas'? Nee, dat mag niet van het Europese Hof van Justitie. Het hoogste Europese rechtscollege heeft deze week uitspraak gedaan in een zaak die producenten van parmaham en parmezaanse kaas hebben aangespannen om te eisen dat bewerking en verpakking van hun producten niet zonder toestemming buiten de eigen regio mag gebeuren. Hiermee heeft het Hof de Richtlijn (Europese wet) over de beschermde oorsprongsbenaming uit 1992 zeer ruim geïnterpreteerd. De uitspraak van het Hof is door regionale producenten met gejuich ontvangen en eurocommissaris Fischler verklaarde verheugd dat het beleid van `kwaliteitsbevordering' voor Europese landbouwproducten is versterkt. Maar het oordeel van het Hof is vooral betuttelend en protectionistisch.

De richtlijn bepaalt dat de geografische herkomst van voedselproducten beschermd kan worden, net als een octrooi op een uitvinding of eigendomsrechten op industriële producten. Bij Franse wijnen is dit allang het geval met de bekende `appellation contrôlée', maar sinds 1992 is dit beginsel uitgebreid. In de Europese Unie zijn inmiddels zo'n zeshonderd regionale namen beschermd. Vooral Italië en Frankrijk hebben van de mogelijkheden gebruik gemaakt, in het bijzonder voor een ruim assortiment vlees- en kaassoorten. Dit heeft mede met de ambachtelijke en regionale tradities van agrarische producten in beide landen te maken. Champagne is iets anders dan bubbeltjeswijn, mozzarella is geen kauwgum.

Nederland doet nauwelijks mee aan de Europese bescherming van geografische aanduidingen: er zijn zegge en schrijve vier kaassoorten en één aardappeltje (de Opperdoes uit West-Friesland) beschermd. Maar zelfs Edammer en Goudse kazen zijn niet als zodanig geregistreerd (wel: Noord-Hollandse Edammer en Noord-Hollandse – sic – Goudse). iedereen in de wereld mag derhalve Zeeuwse mosselen, Groninger koek, Twentse krentenwegge of Limburgse vlaai produceren en onder die naam op de markt brengen. Ondertussen heeft de Nederlandse zuivelsector last van de bescherming van Griekse feta en lijdt de kaasexport onder de concurrentie van buitenlandse Edammers.

Het Europese culinaire cultuurgoed verdient het gekoesterd te worden en mag ook wel enige bescherming genieten tegen de mcdonaldisering van de eetcultuur. Maar het Hof gaat heel ver als het stelt dat het raspen van kaas en het snijden van ham ,,belangrijke handelingen (zijn) waardoor de kwaliteit, de echtheid en bijgevolg de reputatie van de oorsprongsbenaming kunnen worden geschaad''. Ten eerste onderschat deze uitspraak de mate van industrialisatie bij de productie van beschermde levensmiddelen. Parmaham wordt echt niet meer ambachtelijke gerookt of parmezaanse kaas gerijpt in boerenschuren. Ten tweede zou dit verbod kunnen betekenen dat behalve in de streek van herkomst slagers geen parmaham mogen snijden en winkeliers geen parmezaanse kaas mogen raspen.

Een voorbeeld van de wijze waarop bescherming van de geografische herkomst van voedingsmiddelen tot regelrecht protectionisme kan leiden is het streven van Italië om het predicaat `Italiaans restaurant' wereldwijd te beschermen – met als criterium het verplichte gebruik van Italiaanse ingrediënten. Als dit het gevolg is van de uitspraak van het Hof over Prosciutto di Parma en Grano Padano, dan wordt puur protectionisme bedreven onder de vlag van culinair cultuurgoed.