Poolse sterren

Ter ere van het songfestival in Riga richt Pieter Steinz zijn blik op het Balticum en het Poolse achterland. Lezen op locatie deel 21.

Voor een middelgroot land (tegenwoordig rond de veertig miljoen inwoners) leverde Polen een opvallend aantal literaire Nobelprijswinnaars: Henryk Sienkiewicz (1905), WLadisLaw Reymont (1924), Isaac Bashevis Singer (1978), CzesLaw MiLosz (1980) en WisLawa Szymborska (1996). Je kunt zeggen dat het rijtje geflatteerd is, want Singer schreef in het Jiddisch en woonde sinds 1935 in de Verenigde Staten, en MiLosz is een geboren Litouwer. Je kunt ook zeggen dat het langer had kunnen zijn, want tussen Reymont en Singer was best plaats geweest voor Witkiewicz en Gombrowicz – of anders wel voor Bruno Schulz (1892-1942), die als kind van joodse Polen in de Oekraïne werd geboren. In plaats van Szymborska had ook de verwante dichter Zbygniew Herbert (1924-98, geboren in de Oekraïne) de Nobelprijs kunnen krijgen. En wat te denken van Günter Grass, de laureaat van 1999? Hij is Duits, hij schrijft in het Duits, maar hij had een Poolse moeder en is geboren en getogen in het Poolse-daarna-Duitse-en-nu-weer-Poolse Gdansk.

Het mag duidelijk zijn: de roerige geschiedenis van Polen, met al zijn delingen en territoriale herschikkingen, heeft ook de literaire landkaart er niet overzichtelijker op gemaakt. De schrijvers zelf hebben daar geen last van, die wonen in hun taal en beperken zich in hun werk meestal niet tot hun geboortestreek. Vandaar dat Szymborska en Herbert, in wier werk Poolse locaties een marginale rol spelen, op de bijgaande kaart niet voorkomen.

Dat zich in Polen veel buitenlandse boeken afspelen, heeft een andere historische reden: de jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zuid-Polen, meer precies Auschwitz, was het centrum van de Duitse vernietigingsindustrie, en zorgde na de oorlog voor een groot aantal literaire kampgetuigenissen, waarvan Primo Levi's Is dit een mens? (1947) de bekendste is. Veel fictie – een van de criteria voor opname in deze Literaire Atlas – zit daar niet bij; tot de uitzending van de televisieserie Holocaust in de jaren zeventig rustte er een taboe op het fictionaliseren van de Shoa. Art Spiegelmans dierenstrip Maus, waarin de joden muizen en de nazi's katten zijn, is de geschiedenis van zijn ouders; de roman Onbepaald door het lot van Imre Kertész is nauwelijks verhulde autobiografie; en Schindler's Ark van Thomas Keneally is gebaseerd op het ware verhaal van Oskar Schindler. Blijft over Bruchstücke van de Zwitser Binjamin Wilkomirski: in 1995 gepresenteerd als getuigenis van Auschwitz, bleek het binnen enkele jaren geheel verzonnen te zijn – door een auteur die nóch jood nóch kampslachtoffer was.

Volgende week: Indonesië. Suggesties en opmerkingen: steinz@nrc.nl