`Onvoldoende zicht' voor toezicht

Een Japanse bank valt bijna om, de Duitse financiële instellingen zitten diep in de zorgen. En de Nederlandse banken? Die zien hun vermogens toenemen. Maar tot zorgeloosheid bij de toezichthouder leidt dit niet.

Bijna 15 miljard euro aan overheidsgeld moest er deze week aan te pas komen om de vijfde bank van Japan overeind te houden. De steun uit Tokio was noodzakelijk om het vertrouwen in de financiële sector nog enigszins te laten bestaan. Maar een financieel analist was in Japan weinig optimistisch over de slagingskansen. ,,Water gieten in een emmer met een gat'', aldus de commentator. ,,Nog even en de vier grootste banken in het land worden met dezelfde problemen geconfronteerd''.

Nu zijn het de Japanse banken waarvoor gevreesd moeten worden. Een maand geleden werd in Duitsland een operatie gestart die veel op een reddingsactie voor de banken leek. De veelal verliesgevende banken gaan een vehikel oprichten dat een deel van de kredietportefeuille overneemt en dat onder toezicht zal komen van de staatsbank Kreditanstalt für Wiederaufbau.

En in Nederland, dat inmiddels in een recessie is beland en waar de gemiddelde beurkoersen 60 procent zijn gedaald in drie jaar?

Daar constateert De Nederlandsche Bank in haar gisteren verschenen jaarverslag dat de banken er in zijn geslaagd hun kapitaalsbasis te vergroten. Ook de winstgevendheid verbeterde: gemiddeld genomen nam de zogeheten kosten/baten ratio af – een goed teken in dit verband – door kostenbesparende maatregelen.

,,Het grootste verschil tussen de banken in Japan en Duitsland aan de ene kant en de Nederlandse banken aan de andere kant is de samenstelling van de kredietportefeuille'', zegt financieel analist Paul van Doorn van effectenbank Kempen. In Japan slagen de banken er, meestal om politieke redenen, niet in om hun slecht inbare leningen kwijt te raken. In Duitsland zijn de banken veel te weinig internationaal gericht, waardoor economische stagnatie in eigen land keihard aankomt.

In een recente analyse over ING geeft analist Van Doorn dan ook aan dat de solvabiliteit ,,steeds minder een issue is''. Ook de andere grote instellingen zitten met hun vermogen ruimschoots aan de veilige kant van de streep. ,,Maar dat wil niet zeggen dat er niets aan de hand is'', zegt Van Doorn. ,,Voor een grote acquisitie ontbreekt bij veel banken bijvoorbeeld de ruimte. Maar omdat de Nederlandse banken winstgevend zijn en tegelijkertijd de investeringen beperkt worden, komen de gegenereerde inkomsten weer terug in het vermogen''.

Daar komt bij dat bijvoorbeeld ING de laatste tijd veel bezittingen heeft verkocht, wat voor extra inkomsten zorgt. Alleen al deze maand stootte ING een Mexicaans belang af ter waarde van 148 miljoen euro en gingen 80 miljoen aandelen ABN Amro ter waarde van 1,1 miljard euro de beursvloer op. Gisteren werd bekend dat de bank en verzekeraar voor 300 miljoen euro een eeuwigdurende achtergestelde obligatielening uitschrijft, waarvan de revenuen bij het zogeheten kernvermogen kunnen worden opgeteld.

Dat kernvermogen staat centraal in de beoordeling van banken door toezichthouders. Bij ABN Amro en ING dobbert de zogeheten Tier 1 ratio – een maatstaf voor de financiële robuustheid – al jaren rond de 7,3 procent, terwijl de minimumeis 4 procent bedraagt.

Dat de Nederlandse banken zulke fraaie cijfers tonen, wil niet zeggen dat reddingsacties nooit noodzakelijk zullen zijn. Onlangs verklaarde de Amerikaanse belegger Warren Buffett nog dat derivaten – van aandelen en obligaties afgeleide beleggingsproducten – vergelijkbaar zijn met massa-vernietigingswapens. De opties en termijncontracten (en varianten daarop) waar banken mee werken, zijn inmiddels zo complex geworden dat niemand weet wat de gevolgen zijn bij een eventuele crisis.

,,Een beetje een zwart gat'', zo karakteriseerde president N. Wellink het zicht op dergelijke instrumenten. ,,Ik vind het ook goed dat Buffett aandacht aan dit fenomeen heeft besteed'', zegt directeur A. Schilder van De Nederlandsche Bank en verantwoordelijk voor bankentoezicht. ,,Probleem bij derivaten is vooral dat de risico's niet binnen één en dezelfde bank blijven omdat door verschillende partijen posities worden genomen: je moet vooral kijken waar de risico's uiteindelijk neerslaan en dat is niet gemakkelijk.''

Reden voor slapeloze nachten zijn de derivaten volgens Schilder niet. Grote rampen zijn vooralsnog uitgebleven, met uitzondering wellicht van de beleggingsmaatschappij Long Term Capital Management. Dit fonds dwong de Amerikaanse financiële autoriteiten tot ingrijpen toen het via allerhande derivaten te riskante posities had ingenomen.

Dat verdere ongelukken zijn uitgebleven heeft, vreemd genoeg, ook weer een nadeel: niemand heeft ervaring met de bestrijding van crises die tot kettingreacties kunnen leiden. Zonder een zorgelijke indruk te willen maken, is Schilder de eerste om de risico's ernstig te nemen. Maar zelfs de omvang van die risico's zijn niet helemaal duidelijk. ,,We zijn ermee bezig, maar er is op dit moment onvoldoende zicht op.''