Onderwijs is geen therapiekransje

Het onderwijs en het lesgeven zijn verworden tot iets vreselijks, is een veelgehoorde klacht. Aan de lezers van onze website vroegen wij of dat beeld klopt. Reken maar: ,,Nooit behoorlijke leermiddelen maar ongevraagde goede raad wordt over de leraar uitgestort door mensen vanachter het bureau.''

Nederland heeft geen stuiver meer over voor goed onderwijs, schreef Ruud van Ling, fulltime onderwijzer in het speciaal onderwijs, op 1 mei op de Opiniepagina van deze krant. Hij ondervond de bezuinigingsrondes van de afgelopen decennia aan den lijve. Onderwijs mag inmiddels niets meer kosten, stelde hij vast. Lesmateriaal is verouderd en valt uit elkaar, salarissen en vergoedingen gaan achteruit en verzuim is praktisch onmogelijk.

Steeds meer adviseurs, begeleiders en remedial teachers komen de school in, constateerde Van Ling. Ze zitten achter een bureau en verrichten allerlei onduidelijke, vaak uiterst bureaucratische handelingen. Eén ding willen ze beslist niet: vóór de klas. ,,Als er bezuinigd moet worden, gebeurt dat op de werkvloer, in de werkplaats en voor de klas'', constateerde hij. ,,Nóóit gaat het mes in de wanstaltig uitgegroeide bureaucratische overheadkosten van instellingen.''

Is de toestand in het onderwijs inderdaad zo zorgwekkend als Ruud van Ling beschrijft, vroegen wij de lezers van onze website. En ook: Wat moet er gebeuren om het onderwijs weer gezond te maken? Een grote hoeveelheid reacties, vooral van docenten, was het resultaat.

,,Overal ter wereld zijn Ruud van Lings die zich wezenloos ergeren aan de zogenaamde zegeningen die de boven hen gestelden op hen uitstorten'', aldus Han van der Horst, werkzaam bij het internationale onderwijsinstituut Nuffic. ,,En inderdaad: dat zijn nooit behoorlijke leermiddelen, maar wel nieuwe reglementen en ongevraagde goede raad. De kwaliteit van het onderwijs staat of valt met de persoon voor de klas en de middelen die deze ter beschikking heeft om er wat van te maken.''

,,Het is me opgevallen hoeveel tijd en energie er voor een docent gaan zitten in taken die om het les geven heen zitten, zoals vergaderen'', vindt ook Rita van den Biggelaar, `zij-instromer' aan een Regionaal Opleidings Centrum (ROC). ,,Er zijn zoveel beleidsfuncties op zo'n groot ROC waarvan ik me afvraag of die het onderwijs aan leerlingen direct ten goede komen. Ze slokken wel een groot budget op. Volgens mij kunnen er wel wat laagjes uit de hiërarchie geschrapt worden.''

,,We moeten in het onderwijs steeds meer bedrijfsmatig (commercieel) werken'', is de ervaring van H. Heemsbergen uit Amsterdam. ,,Daardoor worden door directies keuzes gemaakt voor `geld' en niet voor kennisoverdracht. Maar wij op de werkvloer zien niets van geld terug. Niet in ons salaris, niet in faciliteiten, niets.''

,,Veel buitenstaanders onderschatten hoe zwaar het leraarschap is in Nederland'', schrijft ex-leraar F.C. de Danschutter uit Groningen. ,,En helaas is het zo dat alle maatregelen, bedoeld om de leerling beter onderwijs aan te bieden, alleen maar hebben geleid tot meer werkdruk voor de leraar. Relatief gezien is de leraar steeds minder gaan verdienen.''

,,Ook bij de organisatie waar ik werk word je overspoeld met projectgroepen, werkgroepen, stuurgroepen, begeleidingsgroepen enzovoort'', aldus Lex van Oorspronk uit Apeldoorn. ,,Voor mijn gevoel wordt er teveel vergaderd, gecoördineerd en afgestemd en te weinig `basic' gewerkt.''

,,De fusiewoede en de daarmee gepaard gaande schaalvergroting zijn veel te ver doorgeschoten'', tekent H. Bruinsma uit Enschede aan. ,,Ik hoor van leerlingen dat ze amper hun leraren kennen en dat ook medeleerlingen vaak voor hen grote onbekenden zijn. Het gevolg is een groot verlies aan verantwoordelijkheidsgevoel en het beroemde `wij-gevoel' bij leerlingen en leraren.''

,,In de jaren zestig was een school met 300 leerlingen al een grote school'', schrijft Paul Waals uit Montreux. ,,Nu, met de mammoetscholen van enige duizenden scholieren, is het uitermate moeilijk het één en ander te controleren. Wat aan efficiëntie gewonnen wordt gaat er aan overhead weer uit. Het gevolg is dat meer en meer ambtenaren de structuur van het onderwijs gaan beïnvloeden. Door dit alles worden de administratieve kosten van het onderwijs steeds hoger.''

,,Dat er weinig mensen zijn die het lesgeven aantrekkelijk vinden'', schrijft VMBO-docent T.C.A. Jager, ,,komt door de slecht gemotiveerde leerlingen die met veel sjorren en trekken aan een voldoende rapportcijfer geholpen moeten worden. En door de status van de docent die in het huidige onderwijs vogelvrij is verklaard. Scoren de leerlingen laag, dan moet de leerstof eenvoudiger of leuker gebracht worden; zijn leerlingen gedragsmatig moeilijk, dan pleit dat niet voor de docent.''

Johan Huber uit Brielle, `onderwijsgeneratiegenoot' van Van Ling, is ervan overtuigd dat het Nederlandse onderwijs niet meer is te redden. ,,Als de politieke wil én de intelligentie aanwezig zouden zijn om er iets aan te doen – en die ontbreekt ten enenmale – kost het minimaal de 35 jaar (sinds de invoering van de Mammoetwet) waarbinnen het is afgebroken om één en ander weer op enigszins aanvaardbaar niveau te krijgen. Binnen enkele jaren gaan de allerlaatste échte vakmensen in het onderwijs met pensioen en er zijn géén bevoegde vervangers. De enige mogelijkheid die nog openstaat voor (groot)ouders met écht intelligente (klein)kinderen is razendsnel te gaan sparen om hun nakomelingen zo snel mogelijk naar universiteiten in het buitenland te kunnen sturen.''

Hogere opleidingseisen, dat is volgens Bas Veldheer uit Den Haag de oplossing.

,,Een academische opleiding voor leraren vanaf de hogere groepen van de basisschool en uitsluitend gepromoveerden in de bovenbouw van het vwo. De leergierige toekomstige elite van de samenleving moet al jong intellectueel worden uitgedaagd en gestimuleerd. Onderwijs is geen welzijnswerk of een therapiekransje.''