LONGVERKLEINING IS NIET GOED VOOR ALLE EMFYSEEMPATIËNTEN

Chirurgische longverkleining is een betrekkelijk nieuwe therapie voor patiënten met ernstig longemfyseem. Maar het was onduidelijk of alle patiënten wel baat bij die ingreep hadden. Ook was niet bekend hoe het komt dat mensen slechte longen verbeteren door de longen te verkleinen. Uit een groot vergelijkend onderzoek, waarbij de helft van de patiënten werd geopereerd en de andere helft medicijnen kreeg, blijkt dat chirurgische longverkleining alleen gunstig is bij patiënten met emfyseem in de bovenste longkwabben die nog maar heel weinig krachtsinspanningen kunnen leveren (The New England Journal of Medicine, 22 mei).

Bij longemfyseem hebben de longblaasjes hun elasticiteit verloren, meestal door het schadelijke effect van roken (al is er ook een zeldzame erfelijke vorm van emfyseem). De longblaasjes scheuren uiteindelijk en versmelten tot grote blazen. Het voor de uitwisseling van zuurstof en kooldioxide beschikbare longoppervlak neemt daardoor af, zodat de patiënt het benauwd krijgt.

Om te bepalen wie er nu echt baat heeft bij zo'n ingreep, steunde het Amerikaanse National Heart, Lung, and Blood Institute een vergelijkend onderzoek. Tussen 1998 en 2002 behandelden 17 Amerikaanse klinieken al hun patiënten met ernstig longemfyseem voor de helft met een chirurgische longverkleining en voor de andere helft met medicijnen. In totaal deden 1218 patiënten mee aan het onderzoek. Bij de operatie splijt de longchirurg eerst het borstbeen in tweeën en verwijdert vervolgens de aangetaste stukken long met een soort nietmachine (een stapler) die het weefsel doorsnijdt en tegelijk dichtniet.

Deze methode is niet zonder risico: de kans om te overlijden steeg door de operatie. Dat komt doordat longemfyseem vooral voorkomt bij oudere patiënten met – uiteraard – een slechte longfunctie en vaak ook nog hart- en vaatziekte. Na drie maanden bleek de sterfte onder de geopereerde patiënten 7,9%, vergeleken met 1,3% in de met medicijnen behandelde groep. De operatie was daardoor lang niet voor alle patiënten gunstig. Na gemiddeld 2,5 jaar waren alleen zwakke patiënten met emfyseem bovenin de long beter af. Bij de anderen, patiënten met een nog redelijk inspanningsvermogen of patiënten met een meer gespreid (en daardoor moeilijk te behandelen) emfyseem, woog de verbetering van de kwaliteit van het bestaan door de operatie niet op tegen de gevaren.

De ingreep is ook kostbaar: zo'n 100.000 euro per gewonnen levensjaar.

Hoe longvolumeverkleining werkt, is overigens nog niet helemaal duidelijk. Longvolumeverkleining zou maken dat de `goede' longdelen weer beter kunnen functioneren.

Een alternatief voor de grote chirurgische longverkleining is om via een kijkbuis te opereren, de zogenoemde video-assisted thoracoscopic surgery. Dat is nog niet in alle ziekenhuizen mogelijk, maar het is waarschijnlijk dat daardoor in de toekomst toch een wat grotere groep emfyseempatiënten voor longverkleining in aanmerking komt.