Hans Verhagen is er niet

In het Letterkundig Museum te Den Haag werd gistermiddag een tentoonstelling over het leven en werk van Hans Verhagen geopend.

Martin Bril voelde zich 'klein en nutteloos' toen hij de dichter en schilder Hans Verhagen in 1988 voor het eerst ontmoette. En ook gistermiddag, toen Bril het woord nam bij de opening van een tentoonstelling over Verhagen in het Letterkundig Museum, was hij van deemoed vervuld: ,,ik laaf mij aan zijn werk, ik warm mij eraan, ik buig eerbiedig''. Dat waren geen loze woorden: Bril is in zekere zin schatplichtig aan het 'neorealisme', de stroming waartoe Vaandrager in de jaren zestig samen met Armando, Vaandrager en Sleutelaar behoorde. Literatuur als koele registratie van de werkelijkheid.

De columnist overhandigde Verhagen het eerste exemplaar van zijn verzamelde gedichten, Eeuwige Vlam, ruim vijfhonderd pagina's dik. Plus het Schrijversprentenboek Tegen alle bloedvergieten en kanariepieten in, gewijd aan het leven, de poëzie en de schilderijen; bij het boek hoort ook een dvd met tv-werk, interviews die Verhagen in de jaren zeventig maakte voor de VPRO. In zijn toespraak citeerde Bril de karakterschets die Hans Sleutelaar geeft in het Schrijversprentenboek: ,,Hij is er en hij is er niet. Hij is nog niet uitgesproken of zijn gedachten zijn al weer ergens anders.'' Dat is de kern, volgens Bril, van de man en van zijn werk: ,,Verhagen ontsnapt mij. Hij kan me diep raken door zijn onverwachte uitspraken, maar hoe hij dat doet begrijp ik niet''.

De 64-jarige Verhagen, het haar pikzwart geverfd, las daarna uit Eeuwige Vlam zijn oudste gepubliceerde gedicht voor, Zonsondergang 58, dat in 1960 in Podium werd gepubliceerd. In dat gedicht staan de regels: ,,Alles is vanzelfsprekend: vandaag een besneeuwde eeuwige vlam,/ morgen slaat je adem door de dijken heen.'' Er volgden meer gedichten, zoals deze ode aan de snackbar van weleer: ,,In deze doos van formica, plastic, zeil/ broeide de jukebox,/ een grauw, een gil, een grom,/ daar had je het,/ je bron van onbestemd verzet./ (-) Zoete reuk van roomijs;/ walm van smeulend vet./ Misschien geen verheven plek,/ maar hier begon het.''

Bij zijn debuut in 1963, met de bundel Rozen en motoren, werd Verhagen in de pers bejubeld als 'een der meest progressieve dichters'. Bij het verschijnen van zijn laatste bundel in 2002 heette Verhagen het 'symbool van een lang vervlogen periode'. Wat er in de tussentijd is voorgevallen kan op de mooi vormgegeven tentoonstelling bekeken worden. Vitrines met handschriften, brieven, knipsels en boeken, en aan de muren expressionistische schilderijen in felle kleuren en grote zwartwitfoto's: Verhagen als leerling-journalist met bril en vlinderdasje, als dichter en bohémien met langer en langer haar, en tenslotte als door het leven getekend mens. Na afloop van de plechtigheden, de genodigden waren inmiddels in de foyer verzameld, was er één mevrouw die het zich hardop afvroeg: ,,Waar is Hans gebleven?''

Tentoonstelling over Hans Verhagen, tot 31 aug in Letterkundig Museum, Prins Willem-Alexanderhof 5 in Den Haag.