Had ik maar een vak geleerd

Wij bidden iedere avond dat allebei onze jongens later degelijke Delftse ingenieurs zullen worden, en niet van die softe kletskoekvakken als Nederlands en Psychologie zullen gaan studeren, zoals hun ouders, want daar kun je dus echt helemaal niks mee, hè. Maar goed, ze zijn pas 4 en 7, dus we hebben de tijd.

Tot zover mijn yuppengrapje met ongemeende zelfspot, rechtstreeks uit de witte buurt met de witte school; enig. Het komt niet in me op dat mijn kinderen ergens anders naartoe zouden willen dan naar de universiteit, en over kúnnen hebben we het al helemaal niet. Met eventueel hier en daar een bijles of een huiswerkcursus, zo ben ik er zelf ook gekomen. Leuk dat de oudste inmiddels van timmeren houdt; we zijn new-age genoeg om te beseffen dat je niet de hele tijd `in je hoofd' bezig moet zijn, maar ook af en toe iets met je handen moet doen.

Maar als er iets overstroomt in huis moeten we slijmen en smeken bij de 24-uursloodgieters, die het allemaal te druk hebben om even langs te komen. ,,Ik raad u aan de deur voorlopig goed dicht te houden, en voorlopig van de andere wc gebruik te maken. Dan zet ik u voor volgende week vrijdag in de agenda, we komen tussen 8 uur 's ochtends en zondagavond, als er niks dringends tussenkomt, tenminste.''

Intussen wordt er niets aan de schaarste aan vaklui gedaan. Handwerk staat in zo'n laag aanzien, dat de technische opleidingen afgeschaft zijn. iedereen moet namelijk naar het VMBO – het nieuwe schooltype waarmee de overheid alle records op het gebied van leerlingenuitval breekt. Leerlingen die vroeger naar de LTS hadden gekund, krijgen er het ene theoretische vak na het andere door de strot geduwd, trekken dus de conclusie dat zij nergens voor deugen, en geven er de brui aan. Kennelijk is men van mening dat handwerk iets is voor geestelijk gehandicapten, die dat in de sociale werkplaats kunnen leren, zoals ik socioloog Jaap Noorda een keer hoorde zeggen.

Ik ken één uitzondering: de Stichting Herstelling. Dat is een instelling die jonge schoolverlaters van het moeilijkst bemiddelbare soort inzet voor het opknappen van de Stelling van Amsterdam. De Stelling is een ring van forten rond de hoofdstad, gebouwd in de tweede helft van de 19e eeuw, die inmiddels op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat. De pupillen van de Stichting Herstelling behoren tot de (grotendeels allochtone) groep die gemakkelijk naar het criminele circuit afglijdt, of zelfs al met justitie in aanraking is geweest. Deze jongeren krijgen een combinatie van (re)socialisatie (op tijd komen, je best doen, onderling respect) en vakonderwijs (tot schilder, dakdekker, timmerman). Stichting Herstelling boekt uitstekende resultaten, mede dankzij samenwerkingsverbanden met bouwbedrijven, die de jongens als leerling in dienst nemen na hun opleiding op de forten. Twee vliegen in één klap: minder probleemjongeren en meer vaklieden. Natuurlijk keren ze niet allemáál als herboren terug, maar de jongens die hun tijd op de forten tot een goed einde brengen hebben de kans gegrepen die hun in het reguliere onderwijs nooit geboden is; ze hebben kunnen ontdekken dat ze wél iets kunnen, en dat ze zich daar nuttig en gewaardeerd mee kunnen maken.

Ik hoorde lang geleden het verhaal van de chirurg die op zondagavond een loodgieter liet opdraven voor een lekkende stortbak. De man was een kleine 20 minuten bezig, gebruikte één onderdeel, en bracht vlotjes 210 gulden in rekening (hij zal nu dus wel hetzelfde bedrag in euro's kosten). De chirurg merkte op dat als híj zondagsdienst had in het ziekenhuis en er kwam een acute blindedarm binnen, hij met de operatie iets van 90 gulden zou opschieten. Antwoord van de loodgieter: ,,Ja hoor eens, meneer, als ik er meer geld mee had kunnen verdienen, was ik wel chirurg geworden!'' En met een achterzak bol van de biljetten stapte hij in zijn Mercedes S-klasse en scheurde weg, op naar het volgende adres.

Op dit verhaal is nog altijd mijn Noodplan Voor Als Alles Misgaat gebaseerd. Het idee is om, na omscholing, mij `in de markt te zetten' als De Nette Loodgieter van Amsterdam Zuid. De ABN-sprekende, gladgeschoren vakman die zijn geruite jasje over een stoel hangt, het probleem verhelpt, alles keurig opruimt, en bovendien nog advies geeft over een handiger herinrichting van het gootsteenkastje. ,,Pilsje, loodgieter?'' ,,Heeft u misschien een kopje thee?''