Gemarineerde sardines

Schub de sardines. Snijd de kop vlak achter de kieuwen af. Knip met een schaar de rugvin af. Snijd de buikzijde in en verwijder de ingewanden. Snijd dan voorzichtig tussen het vlees en de graten langs een kant van de vis en trek de ruggengraat eruit. Snijd het staartje af. Knip met een schaar de buikvinnen af. Zo krijgt u een gefileerde sardine aan een stuk. Dep de filets droog met keukenpapier en leg ze naast elkaar op een met keukenpapier beklede schaal. Dek af en bewaar in de koelkast.

Week de rozijnen circa 20 minuten in heet water.

Verhit de 2 eetlepels olie in een koekenpan op een matig vuur. Fruit er de uien onder af en toe omscheppen circa 20 minuten in tot ze gaar en goudgeel zijn. Giet de azijn bij de ui en laat circa 5 minuten zachtjes koken.

Giet de rozijnen af en schep ze door het ui-azijnmengsel. Neem de pan van het vuur.

Maak een vinaigrette met de mosterd, sjalot, knoflook, het citroensap en de 4 eetlepels olijfolie. Breng op smaak met zout en peper.

Rooster de pijnboompitten in een kleine koekenpan rondom goudbruin.

Verhit een laagje plantaardige olie van circa 1 centimeter diep in een zware koekenpan op een middelhoog vuur. Bestuif de sardinefilets met bloem, bestrooi met zeezout en bak ze, zo nodig in porties, 2 tot 3 minuten, waarbij u ze een keer omdraait, tot ze goudbruin zijn. Laat op keukenpapier uitlekken.

Leg de vissen naast elkaar in een ondiepe zuurbestendige schaal. Schep er het ui-rozijnenmengsel over, bestrooi met de pijnboompitten en giet er de vinaigrette over. Dek de schaal af en zet minstens 3 uur, maar liefst een nacht, in de koelkast. Laat eerst op kamertemperatuur komen voor u ze serveert. Geef er stokbrood bij.