De val van FC Amev

Van alle noodlijdende voetbalclubs bouwde FC Utrecht de grootste schuld op. Hoe ontstaat zoiets? Reconstructie van twintig jaar voetbalbestuur met hulp van de overheid. Stiekeme steun, balletje-balletje met het stadion, fiscale trucs en de onwetende wethouder. `De Amev-bestuurders kenden de finesses niet. Niet binnen de club, in de voetbalwereld helemaal niet.'

Gerijpte mannen zijn het, geroutineerd in de afwikkeling van grote zakelijke transacties. Sinds halverwege de jaren negentig zijn de machtsposities bij FC Utrecht in handen van topmanagers uit de financiële dienstverlening. Deze provincieclub is nu eens niet de speelbal van een lokale lijmfabrikant of van een onroerend-goedkoning. Bij FC Utrecht regeert de haute finance.

Hans Herremans (voorzitter 1996-2001) komt van het financiële conglomeraat Fortis. Daar leidt hij de Grens Wisselkantoren (GWK) voordat hij, een daadkrachtig type, in 1996 het roer bij FC Utrecht overneemt. Gerrit Bloemink is accountant bij PriceWaterhouseCoopers. Hij is penningmeester onder Herremans, staat bekend als een goeierd, en volgt Herremans in 2001 op als voorzitter. Erik-Jan Visser, slim en onstuimig, heeft een topfunctie bij verzekeraar Amev. Hij leidt sinds 1996 de Raad van Commissarissen, en houdt dus toezicht op het leidende tweetal. Als Bloemink oktober 2002 vertrekt, wordt Visser clubvoorzitter. Hij heeft inmiddels een eigen verzekeringsbedrijf.

De drie, en dan vooral Herremans en Visser, hebben sinds eind jaren '90 een gespannen verhouding – maar dat blijft binnenskamers. Intussen houdt de buitenwereld groot vertrouwen, vooral dankzij Amev. De verzekeraar, deel van Fortis, is sinds 1996 hoofdsponsor, met greep op de clubleiding. ,,We wilden dat het geen rotzooi meer werd in het bestuur'', zegt directeur marketing Ruud Dekker van Amev. ,,Daarom is gezegd: we worden sponsor, mits we de touwtjes in handen krijgen.''

Toch groeit in 2000, aldus interne notulen, de onenigheid over de financiële risico's. Begin dat jaar zet de Raad van Commissarissen de hakken in het zand na berichten van opnieuw verhoogde spelerssalarissen. In een brief van 10 februari, met afschrift aan Amev, leggen ze hun ,,zorg over de begroting'' vast. Het bestuur blijft doen alsof er niets aan de hand is. Acht dagen later, 18 februari, komt in het Utrechts Nieuwsblad penningmeester Bloemink aan het woord: bij Vitesse is die week het enorme tekort van 20 miljoen gulden bekend geworden. In Utrecht is dat uitgesloten, zegt hij. ,,Wij varen een behoudende koers.''

Zomer 2000 komt het conflict tot een climax. De commissarissen melden de Amev-directie dat ze willen aftreden. Co van Angelen, directievoorzitter van Amev in die tijd: ,,Ze hadden de brief al in de tas, ze hielden ermee op.'' De Amev-baas gaat bemiddelen: Herremans noemt de toezichthouders ,,lichtgewichten'', de commissarissen vinden ,,dat het bestuur veel te grote risico's neemt''. De oud-Amev-directeur verleidt alle betrokkenen het nog één keer met elkaar te proberen. ,,Ik kan er niet omheen dat de commissarissen het destijds goed zagen. De vraag is alleen: waarom de rest niet?''

Zwart geld

Wie op de website van FC Utrecht op `historie' klikt, zal er vergeefs naar zoeken: de zwartgeldaffaire waarin de club in 1981 verzeild raakt, en, een jaar eerder, de bouw van het nieuwe stadion Galgenwaard. Toch zijn beide gebeurtenissen bepalend voor de moderne geschiedenis van de voetbalclub, en leerzaam in het licht van de huidige problemen.

Het is de Utrechtse PvdA-wethouder Kees Pot die, met gevaar voor eigen carrière, FC Utrecht begin jaren '80 door de ellende leidt. Pot regelt dat de gemeente de voor die tijd forse som van 18 miljoen gulden vrijmaakt om de verouderde accommodatie van de club te slopen en Ballast Nedam een nieuw stadion te laten bouwen. De club zal het van de gemeente huren. Binnen de PvdA neemt men Pot deze knieval voor het volkse sentiment zo kwalijk dat hij voor nieuwe verkiezingen even op een onverkiesbare plaats belandt, aldus Vincent Oldenborg, destijds voorzitter van de Utrechtse PvdA (tegenwoordig Leefbaar Utrecht). Maar Pot wordt gered door een bijzondere ledenactie.

Zijn solidariteit met de club wordt echter niet beloond. Kort nadat de raad de bouw van het nieuwe stadion toestaat, blijkt de boekhouding van FC Utrecht een moeras. Medio 1980, zo meldt Pot de raad in de zomer van 1981, heeft de club al een liquiditeitstekort van 1 miljoen gulden, en nadien blijkt uit controle van de fiscus dat er zwart geld in de club omgaat. FC Utrecht krijgt een naheffing van nog eens bijna 1 miljoen opgelegd. ,,Voor die tijd héél veel geld'', zegt Theo Aalbers, die vanaf 1984, na de zwartgeldaffaire, de club gaat leiden. ,,De club dreigde om te vallen.''

Hans van Breukelen, dan keeper bij Utrecht, is een van de spelers die tegen de lamp lopen. Er waren te hoge verwachtingen, zegt hij, zo kwam het zwart geld in de club. ,,Een grote fout waarvoor wij, ook ikzelf, enorm hebben geboet.'' Van Breukelen, geboren in De Bilt, is voortrekker van massale publieksacties om de club te helpen. Het volk is vergeeflijk: het zijn vooral particulieren die FC Utrecht redden. Maar gemeentelijke steun is opnieuw onontbeerlijk. Voor de seizoenen 1980/1981 en 1981/1982 geeft de stad elk jaar circa 350.000 gulden subsidie. Het is nu echter wel ,,onvermijdelijk'', schrijft het college van burgemeester en wethouders de raad op 15 juni 1981, de steun aan de voetbalclub ,,te heroverwegen en wellicht af te bouwen''. In de raad gaat Pot verder. Theo Aalbers: ,,Hij zei: `Na deze subsidie is het afgelopen'.'' Oldenborg heeft dezelfde herinnering; Pot zelf was afgelopen twee weken onbereikbaar.

De jaren erna blijft de stad de club niettemin steunen. ,,Als we iets extra's wilden rond een bijzonder evenement, konden we altijd bij Pot terecht'', zegt Aalbers. Bovendien komt langzaam een vorm van stiekeme subsidiëring op gang; Aalbers noemt het ,,indirecte steun'': de huur die de club betaalt voor gebruik van het stadion, dekt bij lange na niet de kosten die de gemeente maakt voor het onderhoud (schoonmaak, beheer van het veld). Als Aalbers medio 1993 vertrekt bij FC Utrecht, is de club financieel op orde – mede omdat de huur die de club betaalt (circa 300.000 gulden) plusminus de helft is van de kosten die de gemeente aan het stadion heeft. ,,Onze huur was érg laag'', zegt Aalbers.

Zo laag dat wethouder financiën Ger Mik (PvdA) in de jaren '90 het college geregeld voorstelt te bezuinigen op deze indirecte bijdrage aan FC Utrecht, zegt Hugo van der Steenhoven (GroenLinks), wethouder in 1994-1998. Mik krijgt het niet voor elkaar. Medio jaren '90 gaat de stad bovendien de jeugdopleiding van de club subsidiëren ,,met jaarlijks ongeveer een ton'', zegt toenmalig wethouder Herman Kernkamp (D66) van Sport. Intussen blijft de bijdrage aan het stadion oplopen. Over de hele periode 1981-2000 komt die gemiddeld uit op ruim 770.000 gulden (350.000 euro) per jaar, antwoordt de stad schriftelijk op vragen van deze krant.

De gemeentelijke steun en de rol van Amev wekken de indruk dat FC Utrecht eindelijk de stabiele club is die bij de vierde stad van Nederland hoort. Maat dat is schijn. Hans van Breukelen, de redder van begin jaren '80, komt tot die ontdekking nadat hij in 1997 is aangetreden als technisch directeur. Hij vertrouwt op de financiële schets van Herremans en Bloemink, en kondigt vlak na zijn komst aan dat Utrecht voortaan challenger, uitdager, van de topclubs Ajax, Feyenoord en PSV is. ,,Dat zei ik voordat ik de cijfers kende'', aldus Van Breukelen. In de loop van 1997 ontdekt hij dat FC Utrecht danst op een vulkaan. Het jaarlijks tekort is circa 5 miljoen gulden. ,,Er kwam 10 à 12 miljoen binnen, er ging 15 à 16 uit.''

FC Utrecht heeft de naam een bestuurlijk broeinest te zijn. Er zijn zogenoemde geledingen die elk eigen invloed in de club claimen. Door in 1996 de belangrijkste bestuurszetels op te eisen, denkt Amev een eind te hebben gemaakt aan de opzetjes en achterommetjes van de geledingen. Van Breukelen: ,,De Amev-bestuurders waren groentjes. Die kenden de finesses niet. Niet binnen de club, in de voetbalwereld helemaal niet.'' Integere mensen, benadrukt hij. ,,Maar er is met ze gespeeld. Dat weet ik zeker. Die hebben geen greep gehad op de club.''

Gelukkig kunnen de spelers verkocht worden. Door de bloei van de economie levert een transfer steeds meer op. FC Utrecht dekt de tekorten af door telkens zijn beste voetballers te verkopen: Decheiver, Mols, De Jong en Martel. Alleen zo, weet men intern, kunnen de eindjes aan elkaar geknoopt worden – maar de openbare ambities worden gehandhaafd. ,,We zeiden: het duurt langer dan we dachten, maar houden vast aan het doel.''

In die onmogelijke spagaat gaat Van Breukelen binnenskamers in de fout, geeft hij nu toe. In 1999 is hij in onderhandeling met voetbalmakelaar Jos Eerdekens, die optreedt voor de Vlaamse verdediger Stijn Vreven. Vreven is bereid naar Utrecht te komen: er is overeenstemming over de transfersom, het salaris en de contractduur (drie jaar). Toch wordt, zo bevestigen vier bronnen in de club, het contract op een laat moment aangepast: het salaris van Vreven gaat per jaar 50.000 gulden omlaag ten opzichte van een eerder getekend concept-contract. Gelijktijdig komen partijen overeen dat hetzelfde bedrag (150.000 gulden) wordt overgemaakt aan Vrevens zaakwaarnemer Eerdekens. Als de Belastingdienst in 2001 bij een reguliere controle stuit op persoonlijke notities van Van Breukelen over deze zaak, ontleent de dienst daaraan, aldus dezelfde bronnen, de stellige indruk dat deze salarisverlaging het doel had loonbelasting te ontduiken. ,,Ik praat niet goed dat ik dit heb gedaan'', zegt Van Breukelen. ,,Maar als je bij een club zit met doelen die niet zijn waar te maken, zoek je het sneller in de verkeerde financiële omwegen.'' En sommige bestuursleden wisten ervan, zegt hij: bestuurslid technische zaken Ab Kabalt, in het dagelijks leven kersmisexploitant, heeft de hele constructie zelfs bedacht, zegt Van Breukelen. Vreven bevestigt het: ,,Het kwam voor 95 procent van Kabalt.'' Penningmeester Bloemink, ,,die problemen met de fiscus verafschuwt'', was niet van de truc verwittigd, zegt Van Breukelen. Hem heeft hij later ,,oprechte excuses'' aangeboden. Kabalt geeft geen commentaar.

Overigens zijn er ook andere incidenten met de fiscus, maar daar voelt Van Breukelen zich niet verantwoordelijk voor. De zaakwaarnemer van een Nigeriaanse speler, Oliseh, blijkt in 1999 ook een uitkering te hebben ontvangen die de fiscus als verkapt inkomen ziet. Een verschil met de kwestie-Vreven is dat deze zaak voor advies aan de Belastingdienst is voorgelegd. En inzake een Hongaarse aanvaller, Dombi, blijkt een hoger salaris op papier te staan dan de speler ontvangt. Als de fiscus dit ontdekt, blijkt het een arbeidsrechtelijke zaak: een niet-EU-inwoner als Dombi moet een minimumsalaris van in die tijd negen ton verdienen om een werkvergunning te kunnen krijgen. De club betaalt hem de helft. Na de ontdekking wordt de speler het land uitgezet. Daarna krijgt FC Utrecht, ook voor de zaak-Vreven en een aantal andere, kleinere fiscale zaken, in 2002 een naheffing die voorlopig is gesteld op anderhalf miljoen euro. Het gaat vooral om niet-betaalde loonbelasting. De definitieve aanslag moet nog opgelegd worden, en pakt volgens de betrokkenen naar verwachting hoger uit.

Eigen tv-station

De gemeente weet lange tijd niet beter dan dat FC Utrecht in een gezonde financiële positie verkeert. Het optimisme is onbegrensd. Zo vertelt de commercieel directeur in 2000 het Utrechts Nieuwsblad dat een eigen tv-station tot de mogelijkheden behoort. Een jaar eerder is het trainingscomplex verbouwd en voorzien van de modernste snufjes. De kosten bedragen circa 3 miljoen euro (Later ontdekt de gemeente dat niemand in de club ook maar een idéé heeft hoe het betaald kan worden). En soms laat het bestuur weliswaar merken dat er tekorten zijn – maar die zijn, zegt het bestuur, niet erg: als het stadion maar wordt uitgebreid, zullen de tekorten vanzelf verdwijnen. Vooral door verkoop van skyboxen en bussines seats worden extra inkomsten binnengehaald. Zo staat in een `financieringsmemorandum' van 23 juni 2000 van PriceWaterhouseCoopers, dat Bloemink rondstuurt in het bestuur, dat door een verbouwing van het satdion extra baten van minimaal 7 miljoen gulden zijn te voorzien.

Probleem is wel dat de gemeente eigenaar van het stadion is, en de club niet de middelen heeft om het te kopen. Wethouder Jan van Leijenhorst (GroenLinks) schiet in 2000 graag te hulp: twintig jaar eerder betaalde de stad 18 miljoen gulden voor de bouw, nu is Van Leijenhorst bereid het complex gratis weg te geven. Niettemin een goede deal, vindt hij, omdat de gemeente zo afkomt van de jaarlijkse bijdrage – de stiekeme steun – aan de exploitatie. De stad geeft de verbouw in 2000 voorts een kontje door een sporthal tegen het stadion aan te bouwen, voor circa 21 miljoen gulden. De provincie steunt de verbouw van het stadion met subsidie, 6 miljoen gulden. Zo neemt de overheid alsnog voor 27 miljoen gulden deel in het project.

Bijkomend voordeel voor de gemeente, zegt toenmalig D66-wethouder Kernkamp, is dat de financiële relatie tussen stad en club wordt ontvlochten. ,,De club wilde verzakelijken en op eigen benen staan. Nu werden FC en gemeente volledig gescheiden, een prima zaak.'' Aannemer Midreth, in handen van oud-FC-doelman Joop Leliveld, voert het project uit, omdat dit bedrijf, aldus de gemeente, minder eisen stelt en meer risico's aandurft dan het aanvankelijk geselecteerde Ballast Nedam. De club brengt het project onder in een aparte NV waarin Herremans, Bloemink en oud-voorzitter Jan van de Kant commissaris zijn. Als Herremans (2001) en Bloemink (2002) het clubbestuur verlaten, blijven ze in de Stadion NV.

Bij de start, zomer 2000, worden de kosten van totale project geraamd op 71 miljoen gulden (33 miljoen euro). Nu, nog geen drie jaar later, is bekend dat de meerkosten 7 miljoen euro bedragen: ruim 20 procent van de contractsom. Geld voor die meerkosten is er niet. Wel is contractueel vastgelegd dat de club in de tekorten meedeelt. Dat wil zeggen: hoe hoger het negatieve saldo van het stadion, des te meer huur betaalt de club. Uit onderzoek dat ondernemingsadviseur Uno bv uitvoert voor schuldeisers, club en gemeente (`memorandum 10 april 2003'), blijkt bovendien waarom het bestuur een te gunstig beeld had van de extra inkomsten door de uitbreiding van het stadion: men is vergeten de kosten die een groter stadion met zich meebrengt, in de sommen te betrekken.

Vervolg op pagina 26

DE VAL VAN FC AMEV

Vervolg van pagina 25

,,Die batensprong was goed uitgerekend'', zegt Martin Sturkenboom, die in het najaar 2002 aantreedt als interim-manager. ,,Maar als je meer baten binnenkrijgt, wordt je organisatie ingewikkelder en groter. Daar had men niet bij stilgestaan.''

Als vanaf najaar 2002 steeds ander slecht nieuws over FC Utrecht bekend wordt, lijken die berichten te passen in de reeks over andere omvallende voetbalclubs: door tegenvallende tv-inkomsten, hoge salarissen en de stokkende transfermarkt verkeren ze overal in doodsnood. Maar inmiddels is duidelijk dat bij Utrecht iets aparts moet zijn gebeurd. Nergens zijn de schulden zo hoog (de club 14 miljoen euro, het stadion 7 miljoen euro, hypothecaire lasten op het stadion 18 miljoen euro), nergens komt het zo onverwacht (de club heeft twee van zijn succesvolste seizoenen achter de rug), nergens is het vertrouwen in het bestuur zo geschokt: de financiële wereld had hier toch de leiding?

Martin Sturkenboom probeert orde op zaken te stellen. Hij, ras-Utrechter, geboren in een katholiek gezin van 13 kinderen en clubsupporter, zit een half jaar na zijn komst ,,soms nog de stuiteren op mijn stoel'' bij de gaten die heeft aangetroffen. ,,Ik zeg eerlijk, dit is mijn wereld niet.''

Hij wil niet stoken, zijn rol is juist om de vrede te bewaren. Maar het verbaast hem hoe bestuur en commissarissen hebben geopereerd: ,,Ze namen besluiten maar trokken zelden na of die ook werden uitgevoerd.'' En een van zijn wonderlijkste ervaringen is dat hij een stoet bestuursleden en commissarissen langs heeft gehad, die allemaal hetzelfde zeggen: ik was niet op de hoogte. Ook Herremans, Bloemink en Visser. ,,Ik geloof er niks van'', zegt Sturkenboom. ,,Ik snap de menselijke kant wel: is geneigd het eigen stoepje schoon te houden. Maar in deze club moeten mensen geweten hebben hoe erg was. Héél erg dus.''

Sturkenboom ziet het afgelopen half jaar geen kans in detail uit te zoeken waar het geld is gebleven: de totale schuld beloopt méér dan twee jaarbudgetten. Na zijn komst moet hij eerst schuldeisers appaiseren: de kas is leeg, er wordt maandenlang geen rekening betaald. En vervolgens gaat alle aandacht zitten in de redding van de club. ,,Ook de gemeente had sterk de neiging om vooruit te kijken.'' Maar toch, zegt wethouder Hans Spekman (PvdA) van sport, die onlangs het reddingsplan van de club presenteerde, ,,weten we als gemeente genoeg over wat er verkeerd is gegaan bij de club.''

Niettemin is tot nu toe alleen in het algemeen bekend geworden waaraan FC Utrecht zijn recordschuld heeft opgemaakt. In een zogenoemd `breed overleg' (bestuursleden, commissarissen, stadion, interim-management, Uno) is vorig jaar oktober bewust afgesproken pijnlijke details binnenskamers te houden, onder het mom dat, zoals een betrokkene zegt, ,,aandacht voor het verleden de redding van de club kan beletten''. Notulen van dit breed overleg en bestuursdocumenten van de afgelopen jaren leren om welk soort pijnlijke details dit gaat.

Zo blijkt uit een overzicht van 13 oktober 2002 (`spoed'), opgesteld door commissaris Paul Ruppert, ambtenaar bij de provincie, dat voorzitter Bloemink vorig jaar zomer steeds opnieuw is verrast door tegenvallers. Bloemink, op dat moment voorzitter en penningmeester van de club, en accountant bij PriceWaterhouseCoopers, mist elke greep op de materie: mei 2002 is er een cash-flowtekort van 4 miljoen euro, vier maanden later, als hij overigens vertrekt, blijkt dat ineens 6 miljoen euro. Dat is erg pijnlijk, omdat tussendoor, in juli, bij Rabobank en Amev een kortlopende lening van 5,2 miljoen euro is verkregen, in de veronderstelling dat de club hiermee een jaar door kan.

Tabaksschuur

In de seizoenen 2000-2001 en 2001-2002 blijken de tekorten onwaarschijnlijk groot te zijn uitgepakt. In dit laatste seizoen gaat het om een verlies van bijna 10 miljoen euro op uitgaven van 20 miljoen euro. Een groot deel, 4,5 miljoen euro, is dat jaar, meldt wethouder Spekman deze krant, opgegaan aan ,,externe adviseurs''. Navraag binnen de club leert dat het hier in hoge mate, voor circa 1 miljoen euro, gaat om PriceWaterhouseCoopers (PWC): de werkgever van toenmalig voorzitter Bloemink. ,,Dat wist ik niet'', beaamt Spekman. ,,Het typeert de ons-kent-ons-cultuur in deze wereld. Zulke dingen zouden niet moeten gebeuren. Het past niet.'' Had hij het niet moeten weten? ,,Vind ik niet.''

Bloemink zegt dat hij bij FC Utrecht nooit in zijn eentje mensen van PWC heeft aangetrokken. Het ging ,,altijd na overleg met bestuur, directie of commissarissen''. Hij benadrukt dat PWC-mensen alleen zijn genomen om hun specialistische kennis. Er werden vele andere externe bureaus ingeschakeld, aldus Bloemink. Het ging in het seizoen 2001-2002 bovendien niet om opdrachten van 1 miljoen euro voor PWC, ,,dat lag een paar ton lager''.

Ook is er het gerucht dat oud-voorzitter Herremans, nog altijd commissaris van het stadion, privé-zaken heeft gedaan met Midreth – het bedrijf dat het steeds duurder wordende stadion bouwt. Herremans zou zijn huis, een tabaksschuur, hebben laten verbouwen door Midreth. Als het `breed overleg' op 6 maart van dit jaar bijeenkomt, krijgt Herremans in de rondvraag voorgelegd of het klopt. Volgens de notulen beaamt hij dit, hij zegt er alleen bij dat Midreth bij hem thuis begon toen hij al weg was als clubvoorzitter (hij werkt inmiddels in een topfunctie bij de voetbalbond, hij is directeur Eredivisie NV). Maar omdat hij toen nog altijd commissaris van het stadion was, wordt in de vergadering de conclusie getrokken dat hij ,,de schijn van belangenverstrengeling'' op zich heeft geladen. Volgens de notulen geeft Herremans – die deze krant niet te woord wilde staan – daarna toe dat ,,het verstandiger was geweest'' zijn collega's bij FC Utrecht en de Stadion NV destijds hierover in te lichten. Interim-manager Sturkenboom zegt dat hij de vergadering met verwondering heeft gevolgd: ,,Ik had Herremans er allang op aangesproken. Het is duidelijk dat hij nooit met Midreth in zee had moeten gaan. Hoe ga je dat aan een normale supporter uitleggen?'' Herremans' oud-collega Bloemink zegt dat hij zich ,,kan voorstellen dat je de schijn tegen krijgt. Ik begrijp dat mensen zo reageren.'' Wethouder Spekman: ,,Ik wist dit niet. Dat is ook geen punt, vind ik. Midreth heeft zich bewezen als een integer bedrijf.''

De reddingsoperatie die Spekman met Midreth heeft voorbereid – de raad behandelt haar volgende week – draait opnieuw om het stadion. De laatste ronde balletje-balletje met de Galgenwaard leidt er deze keer toe dat aannemer Midreth het stadion van de club koopt. Dat kost 25 miljoen euro die Midreth van de gemeente leent, tegen een lage rente. De gemeente garandeert de aannemer dat de club de huur à 900.000 euro jaarlijks betaalt. Een risico dat de gemeente afdekt, vertelt Spekman, door de clubleiding professioneler te maken, scherper intern toezicht af te dwingen en gemeentelijke goedkeuring af te spreken bij ,,majeure investeringsbesluiten'' door de club.

Kortom, de ontvlechting van club en stad, waartoe nog maar drie jaar geleden is besloten, wordt ongedaan gemaakt. ,,Kan niet anders'', zegt Spekman. ,,Ik had het liever niet gedaan.'' Theo Aalbers, de voorzitter die FC Utrecht begin jaren '80 zo vaardig wist te vervlechten met de gemeente, kan er niet zonder cynisme op reageren: ,,Terug naar vroeger. Als er over een paar jaar problemen zijn, is er maar één die ervoor opdraait: de gemeente.''

Inmiddels is een andere ontvlechting gaande. Amev heeft zijn behoefte aan bestuurlijke invloed inmiddels al opgegeven. ,,Persoonlijk vind ik het erg onverstandig dat we destijds in het bestuur zijn gaan zitten. We leiden daar nu imagoschade door'', zegt directeur marketing Dekker. Het sponsorcontract met de club loopt tot en met volgend seizoen. Of het bedrijf daarna blijft, is onzeker. ,,Maar we zullen zeker niet meer de suikeroom worden die we ooit waren. Dat is gehéél uitgesloten.''