De cavalerie komt te laat en is nog niet klaar

Het zou mooi zijn geweest als het 56ste Festival van Cannes op de voorlaatste dag gered zou zijn door de cavalerie, in de vorm van de veteranen Clint Eastwood (72) en Peter Greenaway (61). Met hun staat van dienst zou een van beiden zou toch een film hebben kunnen maken die op basis van unanieme waardering op de Gouden Palm afstevent. Niets is uitgesloten in deze merkwaardige editie van het gerespecteerde festival, maar de kans dat Eastwoods 24ste filmregie Mystic River hem een hoofdprijs bezorgt, lijkt klein. Het is een heel fatsoenlijke film met voortreffelijke hoofdrollen van Sean Penn, Kevin Bacon en Tim Robbins. Scenarioschrijver Brian Helgeland bewerkte een roman over misdaad en straf in een Ierse arbeidersbuurt in Boston tot een mooi ingehouden drama. Vijfentwintig jaar nadat een jongetje voor de ogen van zijn twee vriendjes ontvoerd wordt door een kinderlokker, ontmoeten de drie elkaar als volwassenen opnieuw naar aanleiding van een brute moord, op de dochter van een van hen (Penn). Bacon is de rechercheur die het onderzoek leidt, Robbins, het getraumatiseerde verkrachtingsslachtoffer, de belangrijkste verdachte. De mooiste scène is het moment dat bij de eerste misdaad de pedofiel de jongen in de ogen kijkt, en de camera een zegelring met een kruis onthult, evenals een vroom gezicht, dat aan een bisschop zou kunnen toebehoren. Dan snijdt Eastwood een kwart eeuw vooruit, naar een eerste communie, en worden opnieuw katholicisme en moordlust met elkaar geassocieerd, maar daar blijft het verder bij. Zo wordt Mystic River uiteindelijk toch te veel een goede genrefilm die hogere ambities net niet doorzet.

Voor Greenaway vormt gebrek aan ambitie geen probleem. De Britse Amsterdammer levert in Cannes met The Moab Story de eerste van minstens drie speelfilms af, die samen met een televisieserie, een toneelstuk, een website, 92 dvds en meerdere romans het project The Tulse Luper Suitcases zullen vormen. De gefingeerde biografie van Luper archeoloog, encyclopedist, geobsedeerd door gevangenissen en Greenaways alter ego vormt de kapstok voor een grenzeloos project over wat Greenaway de Eeuw van het Uranium (het 92ste element in het periodiek systeem) noemt: tussen de ontdekking van de grondstof van atoombommen en energie in 1928 en het einde van de Koude Oorlog in 1989. Onderweg worden 92 koffers van Luper (geboren in 1911, dus 92 jaar oud) geopend, die elk bijvoorbeeld louter paspoorten, liefdesbrieven of kikkers bevatten, en weer de basis voor een afzonderlijke dvd zullen vormen.Gewaagd is ook de vormgeving van de bioscoopfilm, waarin niet zomaar verhaaltjes verteld worden, maar allerlei soorten informatie tegelijkertijd aangeboden worden. Ook speelt soms niet een acteur een personage, maar in split screen verschillende auteurs hun auditietekst. Veel mensen zijn allergisch voor zijn doorgedraaide intellectualisme, maar ik vind The Moab Story fascinerend, een terugkeer naar Greenaways vroege fake-documentaires. In de eerste film worden twintig koffers geopend, en drie episodes beschreven: de jeugd van Luper in Wales, zijn gevecht met Mormonen in de woestijn van Utah en een incident op het station van Antwerpen. De laatste episode, waarin Jack Wouterse als stationschef de Nederlandse nationaliteit van de coproductie onderstreept, is de zwakste, en gaat bovendien als een nachtkaars uit. Het `wordt vervolgd'-einde is ook een teken dat het nog te vroeg zou zijn Greenaway nu al te bekronen voor zijn levenswerk.