Das & Boom in heggen & hagen

Ik ben naar Das & Boom geweest, nog steeds in die bizarre villa in Beek bij Nijmegen. Ik heb daar gesproken met Hindrik-Jan Knot met wie ik in mei 1999 al eens een nacht in een caravan op een akker bij Maastricht had gezeten.

Ik was op dassen en wilde hamsters voorbereid, en die zíjn er ook nog – zowel de dassen die daar nog steeds worden opgevangen als de wilde hamsters die daar nog steeds worden gefokt.

Ik wou ze zien en ik kreeg ze te zien (wilde hamsters voor het eerst; ooit zal ik de tijd nemen om het grappige van hun wangen en het droevige van hun ogen te beschrijven), maar het werd algauw duidelijk dat Hindrik-Jan liever wat anders wou laten zien.

We liepen het terrein af en een hol weggetje op, langs een van die verstolen heuvels waaraan deze uithoek zo rijk is. Hier hadden ze kennelijk een nieuwe etalage ingericht. Dat ging over veekeringen en perceelscheidingen, over heggen en hagen, over snoeien en vlechten en een blauwgroene dooradering van het boerenland.

,,Ho, wacht even'', zei ik. ,,Ik geloof dat ik iets gemist heb.''

Even terug naar het begin.

Het begon allemaaal met het tracé van de A73-Noord, begin jaren '70. Toevallig (of niet toevallig) was Jaap Dirkmaat in de buurt. Hij zag die weg dwars door een dassengebied lopen en stelde vragen. Was de das soms geen beschermde diersoort? Ja, dat was de das wel. En werd hier dan met de das rekening gehouden? Nee, met de das werd hier geen rekening gehouden.

Daarmee was de toon gezet. Sommigen zien Jaap Dirkmaat als een querulant. Ik zie een querulant als iemand die gelijk heeft.

Je confronteert de overheid met haar eigen beleidsvoornemens, de nota's die ze zelf heeft uitgebracht, de regels die ze zelf heeft opgesteld, de verplichtingen die ze zelf is aangegaan – je confronteert de overheid met haar zelfgebreide ongerijmdheden en je brengt haar op z'n minst in verlegenheid. Dát was al die jaren het handelsmerk van Das & Boom. Het conflictmodel, altijd rumoer.

De vereniging werd in 1981 opgericht. De statuten beperkten haar actieradius aanvankelijk tot de Nederlandse marterachtigen. Later werden dat alle beschermde inheemse diersoorten, en nog weer later werden daar alle beschermde inheemse plantensoorten aan toegevoegd.

Toen minister Braks in 1988 een beschermingsplan voor de otter in de maak had, was het de vereniging Das & Boom die verkondigde dat het dier inmiddels bij ons was uitgestorven.

Toen de wilde hamster, de korenwolf, in 1999 dezelfde weg dreigde te gaan, was het de vereniging Das & Boom die een wake organiseerde om druk te zetten op de eis om de laatste exemplaren weg te vangen en veilig te stellen voor een fokprogramma – vandaar die caravan destijds op die akker bij Maastricht.

Toen het tracé van de A73-Zuid bekend werd, was het de vereniging Das & Boom die het zeggekorfslakje in het geding bracht. ,,Niemand wist dat we dat beestje hadden'', zei Hindrik-Jan, ,,maar toen wij er eenmaal over begonnen, bleek het een juridische zwaargewicht te zijn.''

,,In feite'', zei hij, ,,zijn wij het geweest, die het soortenbeleid op de kaart hebben gezet. Nu heeft iedereen het erover.''

Maar dat weerhoudt de overheid er natuurlijk niet van om door te gaan met falen en blunderen. Een typisch Das & Boomse opsomming van misstanden:

Vorig jaar zijn, na jaren en jaren van voorbereiding, vijftien Oost-Europese otters bij ons uitgezet en daarvan zijn er intussen drie dood en vijf spoorloos, dus nog zeven over. Binnen vier jaar zou hun aantal worden opgevoerd tot veertig, en nu heeft het ministerie van LNV de geldkraan dichtgedraaid.

Voor de noordse woelmuis is eindelijk een beschermingsplan gereed, maar LNV heeft geen geld om het te laten drukken; het is alleen op internet verschenen (een virtueel plan voor de virtuele bescherming van een echte woelmuis?).

Uit de evaluatie van het beschermingsplan voor muurplanten blijkt dat de doelstellingen niet zijn gehaald, maar over een follow-up wordt niet nagedacht.

Het beschermingsplan voor de das had een looptijd van vijftien jaar en was in 2000 beëindigd. De populatie is in die periode aanzienlijk toegenomen, maar niet alle doelstellingen zijn gehaald. Voor een follow-up moet er eerst een evaluatie komen en een evaluatie laat LNV niet doen.

Het beschermingsplan voor wilde hamsters voorziet in de aankoop en inrichting van elf reservaatsgebieden tussen 2000 en 2004. Daarvan is tot op heden alleen dat in Sibbe gerealiseerd – vorig jaar zijn daar 27 volwassen vrouwtjes en 17 volwassen mannetjes uitgezet en die hebben in de loop van het seizoen zo'n honderd jongen op de wereld gezet, maar in totaal zijn er maar dertig tot veertig dieren in winterslaap gegaan, de andere opgevreten door vos, hermelijn, wezel of bunzing. Je moet dus óf grotere populaties uitzetten óf ze beschermen tegen predatie.

Nee, dat er in ons land zo vreselijk met dieren gesold wordt, dat ligt niet aan Das & Boom, dat ligt aan de schaal van de Nederlandse natuur en de zwakte van het Nederlandse beleid.

,,Nederland'', zei Hindrik-Jan, ,,was het eerste land dat het Verdrag van Bern ondertekende. De Europese Habitatrichtlijn is door Nederlandse ambtenaren opgesteld. En nu is Nederland het land dat het meest in gebreke blijft, het land met de meeste veroordelingen aan zijn broek.''

Het begon dus met de A73-Noord, en het eindigt met de A73-Zuid. Tegen het tracé op de oostelijke Maasoever heeft de natuur- en milieubeweging zich met alle politieke en juridische middelen verzet. Alles wat in de tussenliggende dertig jaar aan invloed en inzicht en jurisprudentie (zeg maar: beschaving) was gewonnen, werd gemobiliseerd. Tot in hoogste instantie gevochten, tot in hoogste instantie verloren.

Hindrik-Jan Knot vatte de natuurlijke kwaliteiten van het betrokken gebied nog eens samen en trok de slotsom: ,,Als je dát niet kunnen winnen, win je nooit meer iets.''

Das & Boom had het al zien aankomen en was met zichzelf een strategische discussie aangegaan.

,,En nu voeren jullie een nieuw product'', begreep ik.

,,Naast het oude assortiment'', vulde Hindrik-Jan aan.

Natuur per strekkende meter, zo noemen ze het zelf. Een plan dat, voor niet meer dan 800 miljoen euro per jaar, slechts 0,8 procent van de rijksbegroting, onze cultuurlandschappen in hun oude glorie herstelt. Heggen, houtwallen en water in plaats van prikkeldraad. Voor mensen een lust voor het oog, voor dieren een plek om te leven – je hoeft maar heel kort biologie te studeren om te begrijpen dat ook dieren aan heggen, houtwallen en water de voorkeur geven boven prikkeldraad.

,,We willen iets positiefs doen'', zei Hindrik-Jan. ,,We willen iets moois tot stand brengen.''

Die jongens zoeken de luwte, dacht ik toen ik naar huis reed, en ik gaf ze groot gelijk. 's Avonds begon ik me af te vragen welke kant dit verhaal op moest. Toch maar dat smoeltje van wilde hamsters dan? Speciaal voor de liefhebbers van wangen en ogen?

Maar de volgende morgen valt de Gelderlander in de bus en daar blijkt Das & Boom verantwoordelijk te zijn voor de aanplant van meidoornstruiken bij Herveld. Dat is in de Betuwe verboden om de verspreiding van perevuur tegen te gaan. Een woedende fruitteler, een verontruste plantenziektekundige en een Jaap Dirkmaat die absoluut niet onder de indruk is: ,,De meidoorn hoort in dit landschap thuis, dat plantverbod is onzin.''

Zo wordt alles vernieuwd en blijft alles bij het oude. Rumoer rond een meidoorn, Das & Boom leeft!