Coevorden - Hardenberg

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in het Vechtdal.

Zin in straten hebben we niet, dus Coevorden zelf slaan we over. Op het station stappen we in een taxi en rijden naar het begin van de Hulteweg, een lange rechte lijn op het routekaartje. Toos Goorhuis, moeder van het Pieterpad, noteerde in haar routebeschrijving dat deze lange rechte weg ,,misschien niet erg aantrekkelijk lijkt, doch dit zal blijken mee te vallen.''

Ze heeft niets te veel beloofd: de weg valt mee. Het is een streep asfalt langs weidegrond en akkerland. Op de akkers beginnend gewas, in de weiden hier en daar wat koeien of schapen. Maar uit de bomenrij langs de weg bungelt feestversiering in de vorm van kleine kromme rupsjes aan onzichtbare draadjes en op de weg demonstreren de vogels hoezeer ze lak hebben aan het autoverkeer. Niet dat dat hier overvloedig is, maar het rijdt hard en het brult, want men zweert hier bij de four-wheelmonsters. Na elke auto nemen ze direct weer bezit van de weg, de spreeuwen en de kwikstaarten. Herrie en gevaar, hun zaak is het niet, deze weg bestaat om er met z'n allen op rond te hippen. Auto's zijn vuiltjes die ga je uit de weg en vervolgens vergeet je ze. Een nest jonge ganzen gaat nog verder. Er nadert iets luidruchtigs, maar ze geven geen krimp. De donzen gevaartetjes spartelen met hun beginnende vlerken. Ze rennen over dat lekkere asfalt heen en weer, maar nooit de berm in. De automobilist neemt, na een noodstop, zijn verlies. Hij rijdt om de dieren heen.

In een zon die vaag door de wolken prikt, lopen we verder. Nergens wordt het landschap extreem of bijzonder, maar een onopvallend traject is ook wel eens aardig, bijvoorbeeld nu in de weilanden duizenden paardebloemen even zovele pluizebollen geworden zijn. En we zien een wulp. Een wulpin, want de snavels van de vrouwtjes zijn langer en de snavel van dit exemplaar trekt het bolle lijf bijna uit het lood.

Meermalen worden we ingehaald door andere wandelaars. ,,Dat loop jij je toch niet aan te trekken, he?'', vraagt man. Hij meent dat hij me betrapt op snelheidsvermeerdering. Ik ontken automatisch en bind in. Hij heeft gelijk. Nergens staat dat wandelen kilometer vreten dient te zijn. Traag lopen is ook goed, drie kilometer per uur is best. Want vaak is het nodig om stil te staan en te kijken. Bijvoorbeeld naar het stel van een jaar of achttien bij een auto met vier portieren en de achterklep open. Zware technomuziek dreunt over de Vecht. Ze dansen bovenop een picknicktafel, hun blote tenen zien rood van de kou. Ze schreeuwen en ze zingen, ze balanceren over de rugleuning van de picknick-bank en vallen er joelend vanaf.

Niemand kijkt op. De vissers vissen onder hun grote groene plu's, de wandelaars wandelen Pieterpad. Het stel trekt de schoenen weer aan, slaat klep en deuren dicht (drie klappen) en springt in de auto (nog twee portierknallen). De techno bonkt door. Met piepende banden scheuren ze weg. Toch is het zielig.

16 km. Kaarten 27 t/m 30 uit: T. Goorhuis-Tjalsma & B. Jens: Pieterpad, traject 1. Uitg. NIVON, Amsterdam. Tussen Hardenberg en Coevorden rijdt elk uur een trein. Tel. taxi 0900 9282.