Chirurgen niet snijgraag

Namens de Nederlandse Kinderurologen en de Werkgroep Geslachtelijke Ontwikkeling Stoornissen (GOS) van het UMC Utrecht reageer ik op het artikel `De derde sekse' (Z, 10 mei). Dat artikel geeft een goed overzicht van de overwegingen bij een meisje met adrenogenitaal syndroom (AGS). Over de medisch-inhoudelijke en psychologische afwegingen ten aanzien van geslachtstoewijzing en operatieve correcties is aanvulling nodig.

Het artikel stelt gebaseerd op ervaringen van patiëntengroepen, dat genitale chirurgie bij wilsonbekwame patiënten niet hoeft en niet mag worden uitgevoerd. Geneeskunde voert uit wat maatschappelijk gewenst wordt, niet alleen wat medisch noodzakelijk is. Normen nu zijn anders dan in 1960. Geslachtsidentiteit bij interseksuele kinderen is wel degelijk een medisch probleem, dat niet kleiner wordt door de behandeling vooruit te schuiven. Integendeel, de correctie van AGS is kort na de geboorte technisch makkelijker en beter uit te voeren dan op latere leeftijd.

De genoemde onbevredigende resultaten van vroeger uitgevoerde genitale correcties gaan voorbij aan ontwikkelingen binnen de kinderurologie. Zo is genitale chirurgie na de puberteit medisch veel ingrijpender voor de patiënt dan een operatie bij de patiënt als baby. En ook de discussie over onvrede met operaties bij interseksualiteit in de VS vloeit voort uit slechte resultaten en negatieve impact van chirurgie uit de jaren '50 en '60 en uit een te gemakkelijke keuze voor correctie en opvoeding langs vrouwelijke lijn, ook bij kinderen met een `mannelijk' chromosomenpatroon en aanlegstoornissen van de penis. De onvrede is vaak terecht maar kwantitatief overdreven, er zijn ook veel tevreden patiënten. Tegenwoordig wordt in teamverband gekozen wat het beste is voor het kind. Er wordt binnen de kinderurologie uiterst zorgvuldig gevolgd of de moderne chirurgie betere resultaten op lange termijn heeft. Een functioneel en cosmetisch normaal vrouwelijk geslachtsorgaan is meestal haalbaar. Vroege chirurgische correctie is vrij algemeen geaccepteerd binnen de westerse kinderurologie en kinderchirurgie. Het optimale beleid staat internationaal regelmatig ter discussie en is niet gebaseerd op chirurgische pre-occupatie.

U kunt ervan overtuigd zijn dat de medische en psychologische begeleiding in de kinderurologische centra uiterst zorgvuldig wordt uitgevoerd. In strikt teamverband, bestaande uit kinderarts-endocrinoloog, kinderuroloog, kinderpsycholoog, kindergynaecoloog, klinisch geneticus en kinderchirurg, wordt individueel bekeken wat voor het kind het beste beleid is. De teneur van het artikel om de bij deze kinderen betrokken artsen af te schilderen als snijgrage chirurgen met onvoldoende zicht op de psychische noden van de patiënt en met onvoldoende zicht op de lange termijn, berust op een klok-en-klepel-probleem bij de betrokken promovenda en eenzijdig geïnformeerde journalistiek. Er is bij hen geen inzicht in de dagelijkse medische praktijk. Wij hopen dat deze brief het beeld enigszins nuanceert.