Chiotisch leven

Op het Griekse eiland Chios wonen geen Turken meer, maar hun sporen zijn overal. Anneriek de Jong rook de sinaasappelbomen en proefde van de mastiek.

,,God bless you'', groet de man. Hij staat in het halfduister van de poort naar de vestingwijk. Drie volle boodschappentassen krommen zijn oude rug, maar dat deert hem niet. Hij heeft goed nieuws: ,,Ik ga me laten dopen.'' Nu pas, op deze leeftijd? ,,Grieks-orthodox, begrijp je. Morgen is het feest.'' In Jeruzalem liet Jerry zich ook al eens dopen en oorspronkelijk komt hij uit Quebec. Maar hier op Chios wil hij blijven. ,,Om Europa te beschermen.'' Zijn hoofd knikt de kant op van de smalle zeestraat die het eiland van Turkije scheidt: ,,Ik vrees een verschrikkelijke confrontatie tussen moslims en christenen, het zal niet lang meer duren. Chios ligt precies op de breuklijn en misschien kunnen we van deze plek uit het ergste tegenhouden.'' En weg is hij, de poort door.

Wist deze Canadees dat zijn voorspelling als die uitkwam een herhaling van de geschiedenis zou betekenen? Dat Chios al eens zo'n confrontatie gekend heeft, afschuwelijker dan waar dan ook?

Het is een stralende dag. De vestingwijk, middenin Chios-Stad, bereidt zich voor op z'n middagdutje. Een brommer knettert, een handelaar telt zijn geld, een moeder roept haar kind: iedereen gaat naar huis. Maar wij gaan naar een kerkhof. Op de scheefgegroeide zerken sierlijke, Arabische letters. ,,Hier liggen de Turkse leiders'', zegt een vrouw in het Engels. ,,Het was hun eigen wijk. Kapitein Pasja Kara Ali ligt er ook. De opperbevelhebber van de Turkse vloot. Hij is opgeblazen, haha. Met zijn vlaggenschip, waar net een groot feest werd gevierd.'' Een kleine wraakoefening van de Grieken. Ze wil eerst de datum niet noemen. Spreekt toch vanzelf: 7 juni 1822. In elk Chiotisch hoofd staat hij rood gegrift. En bloedrood de dertigste maart, van hetzelfde jaar.

Toen landde Pasja Kara Ali's vloot bij Chios, om een eind te maken aan een opstand die door rebellen uit Samos was begonnen. Uit zichzelf zouden de Chioten niet tegen de Turken in verzet zijn gekomen. Zij hadden een behoorlijke mate van autonomie, dankzij de mastiek die in trek was bij Turkse haremdames, als een verslavend soort kauwgum. Maar het Chiotische ongenoegen over de hoge belastingen buitten de Samiotische vrijheidsstrijders slim uit en de vlam sloeg in de pan. Een klap in het gezicht van de vroeger voor Chios zo milde Turken. Het voorbeeld van Europese heersers volgend besloten zij de zaken radicaal aan te pakken. De Turkse manschappen sloegen op heel Chios aan het moorden, plunderen, verbranden en verwoesten, en na vijftien dagen waren er van de honderdduizend Chioten vijfentwintigduizend dood en vijftigduizend verkocht op slavenmarkten. Alleen zij die het eiland hadden kunnen ontvluchten waren in leven gebleven. Chios is nooit helemáál bijgekomen van de slachtpartij. Tot meer dan vijftigduizend inwoners hebben de teruggekeerde vluchtelingen zich niet vermenigvuldigd en hun held is de man die Kara Ali opblies.

VROLIJKE RIJKDOM

Hij prijkt in het stadspark temidden van wuivende palmen: Konstantinos Kanaris, een tengere, ernstige vent, gegoten in brons dat al een beetje begint uit te slaan. Achter hem een fontein met oriëntaalse motieven en voor hem een minaret. Turken wonen er op Chios niet meer, maar hun sporen zijn overal; zelfs de winkelbuurt in het moderne deel van Chios-Stad lijkt op een levendige soek. Men verkoopt er zangvogels, mastiektandpasta, digitale horloges en mierzoet Arabisch gebak; boerinnenkonten passeren er blote navels en heel Chios komt er shoppen.

Kopen en doorverkopen, marchanderen en transporteren: het zit de Chioten in het bloed. Reeds in de oudheid was het eiland een handelsnatie. De ligging pal tegenover Klein-Azië, aan de route naar de Zwarte Zee, leverde zeevaarders op en ondernemende zakenlui. Voeg daaraan toe de binnenlandse productie, zoals de mastiek en de wijnen, en de welvaart was compleet. `Chiotisch leven' werd een synoniem voor vrolijke rijkdom. Omdat het eiland nog steeds massa's handelaars, bankiers en reders voortbrengt is het niet afhankelijk van het toerisme. Hoewel je, nu het er toch eenmaal is, er meer dan een droge boterham mee kunt verdienen.

Spiros bezit een taveerne net buiten de stad. ,,Ik heb jarenlang gevaren'', zegt hij, ,,maar mijn vrouw kreeg daar genoeg van. We zagen hoe de eerste charters op het eiland landden, een dikke tien jaar geleden. Nederlanders en Belgen en Noren kwamen bij ons in de koffiehuizen zitten. Toen ben ik gestopt met varen. Ik heb een scooterverhuurbedrijf geopend, het eerste van heel Chios. Nu runnen mijn vrouw en ik er ook de taveerne bij en het gaat niet slecht.''

Aan de ene kant materialisme, aan de andere kant diepe mystiek. Geheimzinnige kloosters doemen op voor de ogen van de wandelaar in de bergen, kloosters met huisjes vol beenderen van monniken en nonnen die tijdens de grote slachtpartij werden vermoord. En in de ikonostase verspreidt de Moeder Gods dan een sereen en wonderlijk licht. Sommige kloosterlingen weten mystiek en materialisme aardig te combineren. De enige bewoner van het slecht bereikbare klooster Aghios Markou, zegt men, scheurt in een sportwagen door de bergen. En als hij het dorp Karies binnenrijdt rennen de vrouwen weg, want deze monnik is een groot rokkenjager.

MOEDER OVERSTE

Nea Moni ligt niet ver van Aghios Markou af en glanst tussen hoge cipressen in de zon. Een kat soest op een trap, een hagedis schiet weg tussen de Byzantijnse stenen. Plotseling duikt een zwart wezen uit de refter op. Krom, in donkere lappen verborgen, schuifelt het voor ons uit. Wij zien niet het gelaat maar wel een zwaaiend wierookvat en volgen gebiologeerd. Het wierookvat stopt bij een kassa. We zijn het museumpje in gelokt, twee euro per persoon, direct betalen graag.

,,Dat was Moeder Overste'', vertelt iemand later. ,,Ze weet niet meer hoe oud ze is. Soms zegt ze: tweeëntachtig, soms is het: achtentachtig, maar ze is nog goed bij de pinken. Het hele klooster en alle landerijen eromheen heeft zij onder haar hoede.'' Tijdens een dienst zie ik haar achter een pilaar; waarschuwend priemen haar net niet door de lappen bedekte ogen de kant op van twee babbelende meisjes. De priester met zijn wijwaterkwast zegent haar overvloedig en dan gaat zij voor naar een duistere ruimte. Men komt er verzaligd uit. iedereen, grijsaard tot en met peuter, klemt onder zijn arm een ikoon. Terwijl de processie haar blije ronde om het klooster aanvangt trekt een achterblijver zwetend en zuchtend aan het klokkentouw.

Chiotisch leven gaat niet altijd zonder moeite. Chiotisch leven is wreed. Ook voor de Chiotische dieren. In Anavatos maakt een man het eten klaar, in de buitenlucht. Een kip houdt hij boven een emmer. Het water in de emmer is rood, de nekwervel van de kip steekt naakt uit het witte vel. Anavatos, dodendorp. Anavatos, spookdorp gehuld in de sappige geuren van het zondagsmaal. Haast niemand woont hier nog. Een café, een wit huis, een familie. Die altijd ruzie heeft, zegt men. Verderop zijn de huizen grauw, zo grauw als de berg waarop ze staan, en even afwijzend. De kijkgaten in de dikke muren spieden boos het dal in. Onneembaar was dit dorp, veilig voor piraten. Maar de Turken wisten het in 1822 toch te bestormen. Vrouwen die geen seksslavin wilden worden sprongen in het ravijn. Nu springen de vrouwen van Anavatos om de barbecue. Luidsprekers hangen in de bomen, oosterse klanken zwepen dansende lijven op.

KUNSTZINNIGHEID

Had Eugène Delacroix de scène maar gezien. Hij was dol op vrouwen. Toen het nieuws van de slachtpartij op Chios Frankrijk binnendrong maakte hij er een schilderij van. Met veel halfnaakte wijven, hun kleren aan flarden gerukt, hun kinderen schreiend aan hun borst. Een liederlijke visie, maar voor Europa toch een stimulans om het Griekse leed serieus te nemen. Naast het bloedbad heeft Chios nog een trauma. Het is de aardbeving van 1881. Drieënhalfduizend bewoners verloren daarbij het leven en bijna alles wat nog overeind stond werd erdoor verwoest. Daarom zie je op Chios zoveel lelijke gebouwen. En dan ineens weer mooie. Of krankzinnige, zoals in het mastiekdorp Pyrgi. Horror vacui, angst voor de leegte, moet de bewoners tot kunstzinnigheid hebben gedreven, want haast alle gevels zijn er gedecoreerd. Zo druk dat je er duizelingen van krijgt. Driehoeken en schuine ruiten, sterren, rondjes en strepen: elke figuur vecht voor een plaatsje en waar de mens dan blijven moet, daar heeft men niet aan gedacht.

O ja, hij zit op zijn balkon. Op de stoep voor zijn deur. Naast de bontgekleurde ijskast bij het café. Maar hij zinkt in het niet bij het geweld op de gevels. Veel bejaarden hier, met looprekken en dikke brillen. De handen eeltig van het werken in de mastiekvalleien, waar zij de aromatische hars hun leven lang traan voor traan hebben verzameld.

Chios, en daarvan alleen het zuiden, is de enige plek ter wereld waar de mastiek wil drogen. Pogingen elders mislukten, zelfs als men de aarde meenam. Ik krab wat tranen van een ingekerfde stam en stop ze in m'n mond. Het harde spul wordt soepel; ik krijg de smaak te pakken. Een weerbarstige smaak is het, karig en toch fris. Het schijnt te helpen tegen infecties en psoriasis, tegen maagklachten en nervositeit. In de zomer verspreiden de struiken een bedwelmende geur – bijna net zo bedwelmend als de bloesems van de sinaasappelbomen in de Chiotische vlakte. Je ziet ze niet, maar je ruikt ze. Ze staan achter hoge muren, bij duizenden tegelijk. Soms staat er ineens een poort open. Daardoor gluur je dan naar een paradijselijk landgoed, voorzien van drenkplaats, waterpomp en kapitale villa. Achter het met kiezelmotieven versierde plaveisel snoeit een tuinman grote aloë-struiken. Hij lacht: ja, kom maar binnen. Het landhuis is van de Makanas-clan, begrijp ik. In de stad heeft de familie ook nog een huis, maar daar vertoeft ze niet zo graag. Vervelende stad, die hoofdstad, vinden sommige autochtonen. En de meeste toeristen. Ze beklagen zich over het lawaai, het stof, de auto's. Maar Jerry uit Quebec heeft er zijn draai gevonden. ,,Ik ben gedoopt, het was geweldig!'' roept hij in het voorbijgaan. ,,We zullen de moslims wel krijgen! Jezus Christus vecht met ons mee. Have a nice day. God bless you.''

Hoe kom je er? Per charter (1 à 2 x per week) vanuit Amsterdam, met tussenlanding op terugreis omdat er bijgetankt moet worden, want de startbaan op Chios is te kort om met volle tank op te stijgen. Prijs vanaf 300 euro. Info over accommodatie: www.perleas.gr (pension op een landgoed in de Kambos) of www.chios.gr (van alles).

Prijzen?