Besturen als plicht

Piet Hein Donner kon na de val van het kabinet-Balkenende I eigenlijk nauwelijks een demissionare status worden toegedicht. Formeel wel, maar in de praktijk slaagde hij erin om een aanzienlijk aantal beleidsgevoelige wetsvoorstellen richting Tweede Kamer te sturen: identificatieplicht, meervoudig celgebruik, aanscherping van de anti-terreurwetgeving of het langdurig opsluiten van criminele veelplegers, ondanks zijn demissionaire status.

Donner was een constante kracht achter het eerste kabinet-Balkenende en zal dat naar verwachting ook zijn in het volgende kabinet. Wie als minister van Justitie over wetgeving gaat, bepaalt wat er op het departement gebeurt, was zijn credo toen hij vorig jaar voor het eerst aantrad op een departement dat twee ministers telde om de LPF tevreden te stemmen. Donner was `thuis' op Justitie, want hij had er eerder gewerkt als topambtenaar.

Als nieuwkomer in de politiek genoot hij al snel de status van hoeksteen in het kabinet. Na de verkiezingen trachtte hij tevergeefs een kabinet te formeren van CDA en PvdA. De mislukking daarvan leek ook het imago van Donner zelf te raken. Met name zijn relatie met Balkenende, die zich in het informatieproces leek te ontworstelen aan de vaderlijke hand van Donner, is sindsdien veranderd. Maar Donner geldt als plichtsgevoelig bestuurder die inmiddels over de tegenslag van die mislukte formatie heen is gestapt. En zijn bestuurlijke gewicht is voor zijn partij, maar ook daarbuiten te groot om aan hem voorbij te gaan.

Toch wordt zijn positie in een nieuwe kabinet en op het departement van Justitie een andere zijn dan hij gewend was. Balkenende zal zich naar verwachting meer als minister-president én eerste man van het kabinet positioneren.

Leeftijd: 54

Opleiding: Gymnasium B, rechten VU

Loopbaan: Ambtenaar op de ministeries van Economische Zaken en Justitie, lid en later voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, lid van de Raad van State, minister van Justitie