Beschadigd ideoloog

Voor premier Balkenende is het tweede kabinet van zijn naam in verschillende opzichten een herkansing. Hij krijgt opnieuw vier jaar om Nederland `anders en beter' te maken - naar de leuze waarmee hij in 2002 het CDA na acht jaar oppositie terug in de regering bracht. De 87 dagen die de coalitie met LPF en VVD vorig jaar duurde, waren te kort om werk te maken van zijn ideologische programma, dat zich overigens laat lezen als een omkering van het grote AOW-trauma dat het CDA in 1994 de macht kostte. Nu staan alle wijzers op begrotingssanering tot 2007, zodat de pensioenen ook in de toekomst betaalbaar blijven.

Bovendien krijgt hij een nieuwe kans om te bewijzen dat hij toch het leiderschap in zich heeft, waaraan het hem volgens critici in Balkenende-I ontbrak. Hij viel veelvuldig terug op zijn mentor, minister van Justitie Donner, wekte in debatten in de Kamer ergernis met stuntelend optreden en onderscheidde zich op tv in het genre infotainment met soapsterren Katja en Bridget. Maar de kiezer waardeerde zijn stijl: de CDA-leider die veelvuldig sprak over waarden en normen, `duidelijkheid en daadkracht' en zich al vóór de verkiezingen uitsprak voor een hernieuwde coalitie met de VVD, werd in januari beloond met consolidatie van de grote verkiezingswinst van een jaar eerder. En na drie maanden stugge onderhandelingen met de PvdA kwam hij bij de gewenste coalitiepartner VVD uit.

In zijn tweede kabinet lijkt hij verzekerd van stabielere verhoudingen. Hem meegerekend gaan 9 van de 16 ministers verder. De grote risico-factor LPF is vervangen door twee D66'ers met veel Haagse ervaring. De ironie wil dat vijf collega-ministers nauw betrokken waren bij het Paars waarop Balkenende zijn pijlen richtte: Zalm en Brinkhorst als minister, Hoogervorst en Remkes als staatssecretairs en De Graaf als fractieleider.

Leeftijd: 47

Opleiding: Geschiedenis en rechten VU

Loopbaan: Beleidsmedewerker Academische Raad, stafmedewerker Wetenschappelijk Instituut CDA, hoogleraar christelijk sociaal denken aan de VU, Kamerlid, fractievoorzitter, minister-president