Bar jaar

Gevangen in een grauwsluier, zo is het al zijn leven lang. Man met een schitterende carrière, maar zelfs op hoogdagen nog altijd lichtjes bestorven in een soort genetische Sehnsucht. Harry van Raaij is een anti-populist. Jawel, soms heftig van temperament, maar ook dan meer geblakerd door verlegenheid dan door bravoure.

Hoe zou hij zich nu voelen?

Al het hele jaar is hij stiller dan zijn verleden. Aan banbliksems naar de UEFA, de KNVB, de selectie van PSV lijkt de oude mandarijn niet meer toe te komen. Hij kijkt en zwijgt, alsof de liefde voor het spel en voor zijn club afgedaald is van het hart naar de ingewanden. Zelfs een amusant ruzietje met Jorien van den Herik of met Michael van Praag zit er niet meer in. De implosie van Harry van Raaij nadert de voltooiing.

Het was ook een bar jaar. Tegenslag was in de meerderheid, zowel privé als in zijn presidentschap. Al een tijdlang laat hij niet meer aan zich komen, zelfs niet met woorden. Waardig in het verdriet, dat wel. Hij zit er niet bij als een geknakte filtersigaret, maar zijn fijne lachjes zijn in de loop van het seizoen almaar dunner geworden.

De eerste opdoffer was de afgang van PSV in de Champions League. Nu het einde van zijn carrière nadert, had de voorzitter nog een keer in de koninklijke gloed van Bernabeu willen staan. Misschien wel gefeliciteerd worden door Del Bosque, Raúl en Roberto Carlos. Het was andermaal een droom te ver. PSV ging al in de eerste ronde ten onder aan naïviteit en pleinvrees. Zelfs de legendarische Guus Hiddink kon de groep niet inspireren tot een mentale kortsluiting.

De nationale competitie verliep voorspoediger. PSV stond maandenlang los aan kop. Zo nu en dan met frivool voetbal zowaar. Veel kermis in de netten van de tegenstander. Maar in het zicht van de ontknoping dreigt het alsnog mis te gaan. De nederlaag tegen Feyenoord is hard aangekomen. De kopjes hangen weer, de titel wankelt, de selectie beeft, Harry weent. Misschien moet de preses, voor het te laat is, nog een keer geweldig uit zijn slof schieten, maar helpt dat spelers, die al van nature zo gevoelig zijn voor intimidatie, wel vooruit? Er tekent zich een Grieks drama af, in Eindhoven.

De allergrootste klap die de voorzitter van PSV te incasseren kreeg, was de recente aanhouding van zijn commercieel directeur Fons S. wegens een vermeend zedenmisdrijf. Van Raaij is in de losbandige wereld van het voetbal altijd een mandekker van normen en waarden gebleven. PSV moet als etalageclub van Philips niet alleen schitteren in sportief opzicht, maar ook in fatsoen. Ontucht met minderjarigen zit voor de katholiek Van Raaij in het donkerste pakket van de duivel. Dan rest alleen sprakeloosheid.

Zelfs als PSV de titel pakt en het kampioensfeest onafwendbaar is, zal de voorzitter er niet meer met zijn hart bij zijn. Teleurgesteld worden in een vriendschap is voor deze zoon uit een sociaal getatoeëerde gezin een onherstelbaar leed. Nog steeds is Van Raaij in de rouw voor het lamentabele opportunisme van zijn vroegere protégé Erik Gerets. En toen ging het om ordinaire geldhonger, niet eens om goede zeden.

Van Raaij heeft veel betekend voor het Nederlandse voetbal. Al was het maar als precedent van professionalisme en budgettaire orthodoxie. Een patser op het ereterras is hij nooit geweest. Hij was eerder een baken van rust in tijden van hysterie en megalomane strapatsen. Mocht Harry voorzitter van MVV zijn geweest, zou de club in Maastricht niet aan zo'n treurig einde zijn gekomen. Natuurlijk had Van Raaij zijn zwakke kanten. Wie niet? Scherp vijandig zijn in een tegendraadse analyse beschouwde hij als een persoonlijke belediging. Harry had het moeilijk met kritiek en meer nog met ironie en cynisme. In zijn kerk werd weinig gelachen. Een enkele keer was hij rancuneus.

Het zou mooi zijn als mijnheer Van Raaij, desnoods tegen beter weten in, nog enige uitbundigheid zou kunnen beleven in het seizoenseinde van PSV. Hij verdient het om afscheid te nemen met een titel. Wat mij betreft mag er zelfs een klein standbeeldje komen voor het stadion. Tegen de arrogantie van zijn sponsor en broodheer in heeft hij van PSV een club gemaakt met een menselijk gelaat. Gerimpeld in provinciale kneuterigheid, dat ook, maar wel een club die het product voetbal injecteerde met de ouderwetse deugd van gemoedelijkheid.