Bankroet Berlijn

Berlijn is blut. De Duitse miljoenenstad is financieel ten onder gegaan aan een gevaarlijk mengsel van grenzeloos optimisme en hoge lasten uit het verleden. Als een magneet werkt de stad op kunstenaars, maar niet op ondernemers. Wel op toeristen, op studenten, op jong talent, maar niet op grote investeerders. ,,Berlijn kan mensen wel opvoeden, maar ze niet voeden.''

Sprookjes bestaan. Aan Potsdamer Platz nummer 4 in Berlijn bouwt Otto Beisheim, oprichter van handelsketen Metro, een eiland van luxe. Vernoemd naar hemzelf, op te leveren op zijn tachtigste verjaardag. Het Beisheim-Center: twee kantoorgebouwen, een Marriot Hotel (viersterren), een Ritz Carlton (vijfsterren), appartementen van 287 vierkante meter met roomservice van het Ritz en uitzicht op Tiergarten, Brandenburger Tor en Rijksdag. Beisheim betaalt zijn sprookjes zelf. Bijna een half miljard euro legt de in Zwitserland woonachtige ondernemer neer voor zijn eigen monument. Of hij er zelf zal wonen is niet bekend.

Het Beisheim Center, met hotelkamers tot 800 euro per nacht, past perfect in de dromen die Berlijn na de val van de Muur bedwelmden. Na provinciedorp Bonn zou Duitsland eindelijk zijn echte hoofdstad krijgen. Berlijn, zo heette het toen, zou een stad worden met de allure van Parijs of Londen. Op 60 kilometer van de Poolse grens zou Berlijn tot springplank naar het Oosten uitgroeien. Een opwindend experiment in het hart van Europa, zou het worden. Een overwinning op de geschiedenis, ook. Een tekort was er alleen aan superlatieven.

Berlijn wérd een hippe hoofdstad. Een toeristenmagneet van de eerste orde met een hoge dichtheid aan jonge kunstenaars. Maar veel Beisheims kwamen er niet. Berlijn is niet alleen cool, Berlijn is blut.

De schulden zijn opgelopen tot 48 miljard euro. Over dat astronomische bedrag betaalt de stad per dag 6,5 miljoen euro rente. Vermoedelijk loopt het tekort in 2006 op tot 60 miljard. Eigenlijk had Berlijn al jaren geleden bankroet moeten gaan.

De schulden zijn inmiddels zó hoog dat Berlijn ze op eigen kracht nooit zal kunnen aflossen. Te meer niet daar er te weinig in de stad wordt verdiend. De werkloosheid is hoog (316.000 werkzoekenden, 18,7 procent van de beroepsbevolking). De belangrijkste werkgevers zijn publieke instellingen. Ondernemingen van enig formaat zijn er vrijwel niet. Berlijn is niet alleen blut, de stad beschikt evenmin over een vitale economische basis. Mathias Döpfner, bestuursvoorzitter van uitgeverij Springer (Bild) heeft daarom al eens in ernst voorgesteld van Berlijn een `speciale economische zone' met bijzondere vestigingsvoordelen te maken.

Vroeg of laat, voorspellen lokale politici, moet de Duitse federale staat – zelf niet bij machte het begrotingstekort onder de euronorm te houden – bijspringen om de hoofdstad te redden. Thilo Sarrazin (SPD), die in de regering van de deelstaat Berlijn verantwoordelijk voor financiën is, heeft de stad formeel tot financieel rampgebied verklaard. Hij wil de federale overheid desnoods via het Constitutionele Hof dwingen Berlijn te helpen. Om voor de rechters in Karlsruhe überhaupt een kans te maken moet Sarrazin wel kunnen aantonen dat Berlijn alles heeft gedaan om de uitgaven te verminderen, om zich uit de extreme Haushaltsnotlage te bevrijden.

De stoïcijnse saneerder (,,Argentinië heeft een meer solide begroting dan Berlijn'') heeft ruzie met zo'n beetje iedereen in de stad. Met buschauffeurs en politieagenten, met leidsters van de crèche en de intendant van de opera, met verplegers en vuilnisophalers, met ouders die opeens schoolboeken moeten kopen en met studenten die vrezen straks collegegeld te moeten betalen.De ene week kruist hij de degens met een ziekenhuisdirectie, de volgende week zijn de directeuren van kunstacademies en muziekscholen aan de beurt. De rector van de Technische Universität riep zijn studenten op tegen Sarrazin te demonstreren. Met de ambtenarenbonden heeft hij het permanent aan de stok.

Soms vraagt leidster Petra 's ochtends in het kinderdagverblijf: ,,Kan de kleine Jules weer mee naar huis, er is te weinig personeel''. Op de ouderavond blijkt dat de personeelskrapte blijvend is, dat de groepen volgend jaar groter worden (nu één leidster op acht dreumesen) en dat de eigen keuken wordt opgedoekt. De warme lunch komt straks uit een centrale keuken, elders in de stad.

Soms zijn het tragikomische nieuwtjes op de locale radiozender BRF 91.4 die de ernst van de toestand onderstrepen. Vorige zomer werd een aantal fonteinen uit geldgebrek drooggelegd. In openbare zwembaden wilde men naast de entreeprijs een glijbaanheffing invoeren. De directrice van een lagere school in de betere wijk Zehlendorf vroeg ouders hun kinderen wc-papier mee te geven. Dat was een goede dag voor de talkradio.

Tegenover Rathaus Schöneberg herinnert de Kennedy-Grill (`Internationale vleesspecialiteiten') aan het beroemde bezoek van de Amerikaanse president en zijn briljante sound bite over Berlijn. De recente geschiedenis is een van de grootste trekpleisters van de stad en tegelijk een probleem. ,,Het was een gevaarlijke combinatie van grenzeloos optimisme en lasten uit het verleden die Berlijn in problemen heeft gebracht'', analyseert Volkmar Strauch, partijgenoot van Sarrazin en staatssecretaris voor economie, in zijn kantoor naast het Rathaus. In Oost-Berlijn is van de ene op de andere dag de planeconomie onttakeld. De ernst van die implosie is schromelijk onderschat. In het verdrag dat de Duitse eenwording regelt is bepaald dat de bevolking van de voormalige DDR moest profiteren van de verkoop van de DDR-boedel. Sindsdien wordt elk jaar vijftig miljard euro aan de nieuwe deelstaten overgemaakt, al twintig jaar lang, al duizend miljard euro.

Eigenlijk had ook West-Berlijn een kunstmatige economische structuur, de stad was in wezen een zwaar gesubsidieerd kapitalistisch eiland in een rode zee. Toen de Muur viel, vervielen ook de federale vestigingssubsidies. ,,Berlijn sprong onmiddellijk in dat gat'', zegt Strauch, ,,Berlijn gaf voortaan de subsidies, maar Berlijn had geen inkomsten.'' De schulden liepen op en de assemblagehallen van de Westduitse fabrieken verdwenen toch. In tien jaar tijd gingen honderdduizenden banen verloren.

Zowel Oost- als West-Berlijn had een immens overheidsapparaat. Uit politieke motieven werden de ambtenarensalarissen in het oosten destijds opgetrokken tot het hoge niveau in West-Berlijn. In de rest van het land is dat tot op heden niet het geval. Dat was de tweede reusachtige kostenpost.

De sfeer in de jaren negentig werd bepaald door optimisme en groei, zegt Strauch. Stadsontwikkelaars gingen uit van een geweldige bevolkingsaanwas, tot mogelijk 5 miljoen mensen. Nu wonen er 3,3 miljoen mensen in de stad, tendens dalend. Voor de mensen die niet kwamen zijn wel woningen gebouwd: 200.000 stuks, leegstand nu 100.000. Voor hen werd wel het luxe aanbod aan voorzieningen in stand gehouden, dat uit de samensmelting van de twee steden was ontstaan: drie opera's, twee dierentuinen, 140.000 ambtenaren waar er 100.000 zouden volstaan.

Naast overmoed, spilzucht en afkeer van impopulaire bezuinigingen drukken de gevolgen van kostbare politiek-financiële affaires op de begroting. Om het bankroet van de privaat-publieke Bankgesellschaft Berlin te voorkomen moest de deelstaat 1,75 miljard euro bijleggen en voor ruim 20 miljard euro aan ongedekte risico's borg staan. De bank was in moeilijkheden geraakt door riskante vastgoedtransacties. Pogingen de instelling te verkopen zijn mislukt. In 1991 was de schuld per Berlijner lager dan het Duitse gemiddelde. Nu zit de stad er ver boven. Per hoofd geeft Berlijn 49 procent meer uit dan andere deelstaten, maar krijgt maar 25 procent meer binnen. ,,Economisch zaten we volstrekt op de verkeerde weg'', zegt Strauch, ,,En dat is maar beetje bij beetje in het bewustzijn doorgedrongen.''

De inwoners van West-Berlijn, zegt Strauch, zijn niet erg realistisch. ,,Ze dragen nog oude beelden mee, herinneringen aan de relatieve rijkdom van het verleden. De Oost-Berlijners zijn pragmatischer.'' En daar komt bij dat de probleemwijken in de stad westerse wijken zijn, zegt Strauch, niet meer in eerste plaats de Ost-Bezirke. Kreuzberg, Neukölln en Wedding baren hem meer zorgen dan Hellersdorf en Marzahn.

Niet ver van Beisheims sprookje in wording, aan Potsdamer Platz 1, houdt de Nederlandse ondernemer George Brenninkmeijer kantoor. Na een leven in dienst van het familieconcern C & A keerde hij in 2000 het kledingimperium de rug toe, verkocht de aandelen aan de familie en vestigde zich in Berlijn als business angel. Drie beginnende ondernemers nam zijn Brenninkmeijer Holding sindsdien onder de arm, één project is onderuitgegaan. Brenninkmeijer begon zijn tweede carrière op een ongelukkig moment: halverwege 2000, net toen de New Economy op zijn retour was. Aan die kortstondige Gründerzeit heeft Berlijn niet veel overgehouden. Een van de meest in het oog springende projecten uit die dagen was Cargolifter. Met geld van veel kleine investeerders en de overheid probeerde men in een gigantische hangar even buiten de stad een luchtschip voor industriële toepassingen te bouwen. Het schip kwam nooit van de grond, de hangar staat leeg, Brenninkmeijer bleef met een `klein pakketje' waardeloze aandelen zitten. In Berlijn, zegt hij, is veel geld gestoken in kostbare en riskante projecten.

Brenninkmeijer is Berlijn-fan. ,,Ik voel me hier thuis. Hier is alles: cultuur,natuur, geschiedenis, het openbaar vervoer is goed. Ik hoef niet zo nodig naar Mallorca.'' Maar de economische vitaliteit ontbreekt. ,,De grote klacht is dat er niets gebeurd. Er is geen beweging, geen omzet. Men zit stil. Men wacht af.'' Er zijn wel mensen in de stad die iets nieuws willen beginnen, zegt de investeerder, maar het zijn er niet veel. ,,Er moeten hier veel mensen naar hun werk gaan die ongelukkig zijn.''

Berlijn heeft een grote aantrekkingskracht op jongeren, maar niet op ondernemers. De idee dat de stad zich zou ontwikkelen tot een Tor zum Osten, tot een bruggenhoofd voor westerse ondernemers die de sprong naar Midden-Europa wagen is een fictie gebleken. Tor zum Osten? Brenninkmeijer lacht, opent zijn laptop en zoekt de website van Deutsche Bahn. ,,Stel, je wilt van hier naar Krakow. Dan stap je om 9.50 uur in en dan ben je daar om 19.30 uur. Snelste verbinding.'' Vliegen vanaf Schiphol is sneller.

Onlangs zag Brenninkmeijer een film over de wederopbouw van Berlijn na de Tweede Wereldoorlog. Dat was leerzaam. Je moet je goed voor ogen houden dat de economie een cyclus is, zegt hij. Het komt hier ook wel weer op gang. De vraag is nog wanneer. ,,Het ergste dat de stad kan overkomen'', zegt Brenninkmeijer, ,,is dat die zich in zelfmedelijden onderdompelt''.

Berlijn wordt bestuurd door een coalitie van SPD en de ex-communistische PDS onder leiding van burgemeester Klaus Wowereit. Het rood-rode bestuur heeft zich niet aan defaitisme overgegeven en doet pogingen de uitgaven te beteugelen. De universiteitsziekenhuizen zijn gefuseerd. De drie opera's overleven voorlopig, zij het onder één holding en met een geringer budget. Om te ontkomen aan de loonsverhogingen die de ambtenarenbonden voor heel Duitsland hebben afgedwongen, stapte Berlijn als eerste deelstaat uit het CAO-overleg en onderhandelt nu op eigen houtje. Moedig was het afschaffen van de subsidies voor de bouw van goedkope woningen in West-Berlijn, evenals het voornemen om vanaf juli 9.000 overtollige ambtenaren onder te brengen in een banenpool. Eigenlijk wil Berlijn 40.000 van de 140.000 ambtenaren kwijt, maar tot 2004 kan er – afspraak met de bonden – niemand worden ontslagen. De nieuw op te richten bureaucratie staat onder ambtenaren te boek als `Guantanamo Bay'.

De sanering van de financiën gaat traag en moeizaam. Minstens zo stroef loopt het werven van bedrijven. Platenmaatschappij Universal verruilde onlangs Hamburg voor Berlijn omdat de muziekscène er avontuurlijker is. Niet lang daarna meldde zich ook muziekzender M-tv uit München. Maar een groot laboratorium van General Electric (GE) ging deze winter aan Berlijn voorbij.

Hardy Schmitz heeft nog steeds een beetje buikpijn van de GE-affaire. Schmitz is directeur van Wista Management, verantwoordelijk voor de exploitatie van het wetenschaps- en technologiepark Adlershof in het zuidoosten van Berlijn. Schmitz verkocht ooit zijn eigen computerbedrijf CompuNet aan de Amerikaanse gigant en hoopte mede op basis van contacten uit die tijd het prestigieuze laboratorium voor de hoofdstad binnen te slepen.

Adlershof is een kleine stad-in-aanbouw bestaande uit ondernemingen, laboratoria en enkele faculteiten van de Humboldt Universiteit. Bij de 350 bedrijven werken 3.300 mensen. Wat aan Adlershof ontbreekt is de vestiging van een bedrijf met een welklinkende naam. ,,Intel inside, als we dat nu eens konden zeggen'', mijmert Schmiz.

GE koos uiteindelijk voor München omdat de hoofdstad geen directe vluchten naar de VS kan bieden en omdat de Amerikanen zich graag in de buurt van Siemens wilden vestigen. Maar, Berlijn, zegt Schmitz, verloor ook omdat de hoofdstad niet genoeg moeite doet. ,,Als het gaat om economie ontbreekt in deze stad het gevoel van urgentie.'' In München kwam een heel apparaat in actie om de nieuwe investeerder te paaien. ,,Opeens was er een deal tussen GE en BMW, er werd geïnvesteerd in infrastructuur.'' Op zo'n moment treedt de `Bayern AG' in werking, het uiterst efficiënte netwerk van CSU-politici, ambtenaren en industriëlen. Berlijn zet daar een trage bureaucratie en een bestuur van sociaal-democraten en ex-communisten tegenover. ,,Zij doen veel moeite, maar zetten niet door'', zegt Schmitz over het stadsbestuur. ,,Wowereit heeft dat ook niet: eens even gaan zitten met de big boys en zaken doen.''

Schmitz zowel als Brenninkmeyer is er overigens van overtuigd dat het er voor bedrijven niet veel toe doet of Berlijn een links stadsbestuur heeft. Wel is het een groot imagoprobleem. Brenninkmeyer: ,,Het is natuurlijk al een nadeel als je eerst moet uitleggen dat het geen nadeel is. Dan sta je meteen op achterstand.''

Tijdens een ritje door Adlershof wijst Schmitz op de nieuwbouw voor wis-en natuurwetenschappen. Ruim 5.000 studenten zullen het nog enigszins steriele bedrijventerrein (bezettingsgraad 90 procent) eind dit jaar met leven vullen. ,,Je kunt hier een goede opleiding krijgen, maar dan moet je weg. Berlijn kan mensen wel opvoeden, maar ze niet voeden.'' Berlijn heeft één groot voordeel op andere steden, zegt Schmitz. ,,De stad is populair onder jongeren. De schaarse grondstof jong talent komt hier vanzelf.''