Baas-in-eigen-buik

Toen ik mij door Etty's proza had heengeworsteld, waande ik mij terug in de jaren '70. Dat de wereld sindsdien sterk veranderd is, dat de starre dogmatische maatschappijvisies van toen (`polarisatie' heette dat) niet meer bestaan, het gaat helemaal aan Etty voorbij. Etty leeft blijkbaar nog in haar `baas-in-eigen-buik' sfeer. Zij kleunt met haar oproep aan `moslimmeisjes, vmbo-studentes, caissières bij Albert Heijn' dan ook grandioos mis.

Als de tieners en twens van 2003 één kenmerk hebben, dan is het wel hun niet-ideologische instelling. Dat lijkt mij een logische reactie op de oudere generaties, die gevormd zijn in de Koude Oorlog-sferen van weleer, met het kapitalistische en communistische machtsblok. Een wereld die een zwaar accent legde op `ideologie'. Etty's fout nummer 1 is dus dat ze de meisjes van 2003 totaal verkeerd benadert.

De tiener- en twenmeisjes van 2003 zijn zich terdege bewust van hun rechten. Ik maak het regelmatig mee met mijn 14-jarige dochter (ook een vmbo-studente). De tweede fout van Etty is dan ook dat ze het maatschappelijk inzicht en zelfbewustzijn van deze jongedames fors onderschat.

Etty's derde fout is dat ze zich faliekant tegen `het gezin' keert. Dat is niet erg slim, al was het maar omdat mijn dochter straks aan Etty's AOW moet meebetalen.

Om dat mogelijk te maken sloven mijn vrouw en ik ons nu uit. Net als een paar miljoen andere Nederlandse ouderparen trouwens. Onze kinderen moeten immers op hun 18de fatsoenlijk aan de Nederlandse maatschappij kunnen aanhaken.

Etty's vierde fout: ze gaat voorbij aan de wisselwerking tussen de economie en de maatschappelijke normen. Het is erkend én overbekend dat de normen strenger worden naarmate de economie slechter is.

Bij een nijpende economie moet meer en harder gekozen worden. Het gezin komt daardoor helderder in beeld, omdat kinderen bij deze pijnlijke keuzes zoveel mogelijk worden ontzien. Omdat het kinderen zijn, én omdat zij de toekomst vertegenwoordigen. Bij weinig geld valt de individueel getinte emancipatie dan ook eerder uit de boot dan het gezin. Dat Etty de werking van deze wetmatigheid betreurt, is overigens haar goed recht.

Etty's vijfde fout is, dat ze deze treurnis omzet in kreten als `de pislucht van de jaren '50'. Dit zie ik als een grove belediging van de generatie Nederlanders die nu in het bejaardentehuis zit. Zoals mijn ouders. Deze generatie sleet haar jeugd in de crisis van de jaren '30, haar adolescentie in de Tweede Wereldoorlog, en mocht daarna twintig jaar voor weinig geld keihard werken om het geruïneerde Nederland economisch weer op te zetten. Dat hebben zij allemaal gedaan – zonder morren en met veel plichtsbesef. Ook hebben zij hun gezinnen gesticht, in – jawel – de jaren '50.

Ik vind Etty's pislucht-kwalificatie dan ook ronduit onbeschoft. En ook ronduit stompzinnig, trouwens. Als journaliste Elsbeth Etty in een willekeurig bejaardentehuis haar licht opsteekt, hoort ze ongetwijfeld overwegend blijde verhalen over deze jaren '50.

In die tijd was iedereen arm, de onderlinge solidariteit was groot, en de mensen hadden veel onderling contact. Ook al omdat er toen nog geen tv bestond. In de jaren '50 leefde en werkte iedereen voor Het Grote Ideaal: de wederopbouw van Nederland. Het hebben van (veel) kinderen was daarvan een integraal onderdeel.